Week 1 (deel 2) Flashcards

1
Q

Welke structuren verdwijnen er als een kindje van een intra uteriene naar een extra uteriene omgeving gaat?

A
  • Ductus Botalli: shunt tussen aorta en a. pulmonalis
  • Ductus venosus: shunt tussen v. umbillicalis en v. cava inferior
  • Foramen ovale: shunt tussen L en R atrium
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is er anders aan het respiratoire en circulatoire systeem van een neonaat dan een volwassene?

A
  • Heeft ongunstige anatomie waardoor longblaasjes makkelijker dichtvallen
  • Ook zijn luchtwegen van kind stugger
  • Hart kan nog niet optimaal samenknijpen waardoor het ter compensatie sneller zal moeten kloppen
  • Bloed-hersenbarriere is nog erg kwetsbaar waardoor kans op meningitis toeneemt
  • Fragiele cerebrale vaten
  • Verminderde werking van stollingsfactoren
  • Ook kunnen nieren nog niet goed concentreren waardoor urineprod toeneemt welke minder geconcentreerd is –> grote kans dehydratatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

De snelle ademhaling van kinderen (tachypneu) is te verklaren door een ongunstig respiratoir systeem, geef hier voorbeelden van.

A
  • Mondademhaling is geblokkeerd door grote tong dus kinderen vooral neusademhaling welke verstopt kan zitten
  • Diameter van luchtwegen is nauw –> verhoging van ademweerstand –> voor ademhaling gebruik je diafragma spieren en sternocleidomastoideus –> thorax omhoog –> kind heeft groot zwaar hoofd dus dat valt naar voren –> “head bomming” –> als kinderen heel benauwd zijn werkt dit averechts…
  • Hebben hoefijzervormige epiglottis wat bij zwelling sneller voor obstructie zal zorgen
  • Minder alveoli dus minder gaswisseling
  • Longweefsel bevat meer kraakbeen, zacht weefsel, minder glad spierweefsel –> makkelijker collabareren
  • Diafragma is horizontaler en bevat minder collageen type 1 vezels. (type 1 vezels raken minder snel uitgeput) –> kind dus sneller moe..
  • Ribben bevatten meer kraakbeen en liggen meer horizontaal waardoor er meer compliantie is. Kinderen volledig afhankelijk van diafragma voor ademhaling
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarmee start een kinderreanimatie?

A

Met 5 ademhalingen van kind is meestal al langer hypoxisch.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waar wijst het kreunen tijdens de ademhaling van een baby op?

A

Hiermee bouwen ze de expiratoire druk op om de alveoli open te houden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waarin verschilt de moedermelk van een mens qua inhoud vergeleken met andere zoogdieren?

A
  • Hoogste suikergehalte (hersenontw)
  • Laagste eiwitgehalte (relatief trage groei)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn voordelen volgens de PROBIT-trial van het geven van moedermelk?

A
  • Minder infecties in eerste levensjaar (door AS)
  • Minder wiegendood (minder LWI)
  • Daling incidentie van NEC
    (necrotiserende enterocolitis)
  • Kleinere kans op eczeem
  • Halvering van IBD
  • Afname metabool syndroom
  • Minder obesitas
  • Betere hersenontwikkeling
  • Gunstig effect op band moeder kind
  • Kosteneffectief (lagere ziektekosten kind)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is de samenstelling van moedermelk?

A
  • immunologische factoren (voor spec; sIgA en aspec afweer; IgG)
    –> eerst IgG via placenta
    –> dan sIgA via moedermelk
    –> dan kan kind zelf IgG aanmaken
  • macrofagen
  • probiotica (voor ontwikkeling microbioom)
  • micronutrienten (vit, zout, mineralen)
  • macronutrienten (essentiele vetzuren, eiwit, koolhydraten)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waar zijn essentiele vetzuren goed voor uit borstvoeding? (DHA of LC-PUFA’s)

A

= bouwstof voor hersenweefsel en voor de retina

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het colostrum?

A

Eerste moedermelk
–> rijk aan eiwitten, imuunglobulines (sIgA) en andere immunologische stoffen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat gebeurt er als het kind langer aan de borst zuigt?

A

Dan wordt het vetgehalte in de melk hoger.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat voor suppletie is nodig bij moedermelk?

A
  • Vit K: eerste 3 mnd voor stolling
  • Vit D: mim tot 4 jr
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de 2 belangrijkste hormonen bij lactatie?

A
  • Prolactine; bij prikkeling tepel door hypofyse voorkwab –> stijgende melkproductie

Kan ook medicamenteus door domperidon

  • Oxytocine; bij zien, horen, voelen van kind door hypofyse achterkwab –> toeschietreflex en binding tussen moeder/ kind.
    Via ducti gaat melk naar buiten.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn maternale complicaties bij het geven van borstvoeding?

A
  • Tepelkloven
  • Verstopping
  • Mastitis
  • Abcedering
    –> moeder moet blijven kolven om verstopping te voorkomen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn medicamenteuze contra indicaties voor het geven van borstvoeding?

A
  • Lithium (psychofarmaca)
  • Bepaalde antidepressiva
  • Chemotherapie
  • Harddrugs, alcohol etc.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn aanwijzingen voor een EUG?

A

Vaginaal bloedverlies EN

  • Hevigere buikpijn
  • Afw LO; palpatie pijn, slingerpijn etc.
  • Risicofact in VG; PID, operaties uterus
  • Bedreigde circulatie
17
Q

Wat is emesis gravidarum?

A
  • Zwangerschapsmisselijkheid en braken door hoge TSH. Is meestal na 4 mnd vanzelf over.

B –> gember drinken, leefstijladviezen of meclozine

18
Q

Wat is hyperemesis gravidarum?

A

= Ernstige zwangerschapsmisselijkheid met dreigende dehydratie en ketonen in de urine –> teken voor veranderd metabolisme –> AO gynaecoloog!

19
Q

Wat zijn de 3 B’s voor vrouwen met koorts tijdens het kraambed?

A
  • Buik (endometritis)
  • Benen (trombose)
  • Borsten (mastitis)
20
Q

Wat is pre-eclampsie?

A

= hypertensie tijdens zwangerschap icm proteinurie en;

  • pijn in bovenbuik of tussen schouderbladen
  • visusklachten
  • hoofdpijn
  • misselijkheid/ braken
  • plotsling vocht vasthouden in handen/ gezicht
  • ziek of grieperig zonder koorts
21
Q

Wat is mastitis, B?

A

= Een lokale pijnlijke, niet infectieuze ontsteking.

Ontstaat door stase van moedermelk in melkgangen –> kan opzich al koorts geven.

Infectie is enkel de oorzaak bij acuut begin of afwezigheid tepelkloven!

B –> frequent voeden
–> antibiotica bij acuut begin, koorts, afwezigheid
tepelkloving en binnen 24h geen verbetering na
kloving