Volcabulaire 52A Flashcards
La galère
De nare situatie
L’emploi du temps (m)
Het rooster
Chargé
Vol
Les affaires (vmv)
De spullen
Élevé
Hoog (van niveau)
Le redoublement
Het zitten blijven
Avouer
Bekennen, toegeven
Avoir honte de
Zich schamen voor
Ne t’en fais pas
Maak je niet druk
Se rendre compte
Zich realiseren
L’apprentissage (m)
Het leren
Exiger
(Ver)eisen
La moyenne
Het gemiddelde
Tendu
Gespannen
La réussite
Het slagen / succes
Échouer
Falen
L’attente (v)
De verwachting
Accessible
Toegankelijk
Se démoraliser
Zich laten ontmoedigen
Raccrocher
Ophangen
S’en sortir
Eruit komen
Garder le moral
Positief blijven
À peine
Nauwelijks
La peine
De moeite
Quand même
Toch
Compréhesif
Begripvol
Juger
(Ver/be)oordelen
Gérer
Beheren
Satisfaire
Tevreden stellen
Ne … que
Slechts
Alors que
Terwijl
D’où
Waarvandaan
La portée
Het bereik
Indiquer
Aangeven
La pression
De druk
De twijfel
Le doute
De spreekbeurt
L’exposé (m)
Bekennen, toegeven
Avouer
Blijven zitten
Redoubler
Doordraaien
Flipper
De mensen
Les gens (mmv)
Het doel
Le but / l’objectif (m)
De verwachting
L’attente (v)
Toegankelijk
Accessible
Slagen
Réussir
Tegen elke prijs
À tout prix
(Ver)eisen
Exiger
In vertrouwen nemen
Se confier à
Eruit komen
S’en sortir
Positief blijven
Garder le moral
Vol
Chargé
Het rooster
L’emploi du temps (m)
Uitrusten
Se reposer
Bevallen
Plaire à
(Be)leven
Vivre
Veroordelen
Juger
Slechts
Ne … que
Terwijl
Alors que
Wanneer ik me gestrest voel, … ik …
Lorsque je ressens du stress, je …
Om bestand te zijn tegen …, … ik …
Pour faire face à …, je …
Wat zou ik doen, dat is …
Ce que je ferais, c’est …
Je hoeft alleen maar te …
Tu n’as qu’a …
Ik dwing mezelf niet te/tot …
Je ne me force pas à …