Unit 8 Flashcards
Enz [enzovoort]
Etc
de volwassene / de volwassenen
the adult/the adults
gesheiden [schiden]
divorced
de eigenaar
the owner
de toestemming
the permission
de woning
the building [gebouw]
binnen
tegestelling van buiten [inside]
de stoep
plaats waar je loopt [pavement]
los
broken/loose
het afval
garbage
stinkt [stinken]
smells
stom
stupid [niet knap]
de brug
the bridge
de richting
the direction
het plein
leidesplein [square]
identiteitsbewijs
identification
de boom [de boomen]
the trees
om de hoek
around the corner
trots [op] ik ben trots op je
to be proud of
de grond
floor [vloer]
gemerkt [merken]
noticed [ik even merk niet/didn’t event notice!]
de grap
the joke
de kopie
the copy
pasfoto
small photo
lekte [lekken]
to leak
de stroom
the current [electricity]
het gas
the gas
het beestje [de beestjes]
the insects
de storing
the malfunction
monteur
mechanic
de steen
brick [wat de gebouw van maakt]
de ruit
raam [window]
de schuld [de schulden]
the debt [s]
de keuze
the choice
eergisteren
the day before yesterday [tegestelling van overmorgen]
komt langs [langskomen]
to stay for a little while, not for long. Stay to fix something, stay for a cup of tea etc.
de storm
the storm
plotseling
suddenly
de tak
the branch
het plakband
the tape
de politie
the police
de politieagent
the police officer
zet in [zitten in]
object is in something - de sleutels zit in de tas
de portemonnee
the purse
de dief
the thief
de rits /de ristjes
the zip/the zips
trok aan [trekken aan]
to pull
vechten
to fight
herkennen
to recognise
de paraplu
the umbrella
niet/geen meer
not any more
gewond
wounded
het bloed
blood
zeer pijn
a lot of pain