Oefentherapie Flashcards
Verloop weerstandscurve w bepaald door
- grootte W
- moment W = momentarm, Fr, FF
- snelheid beweging
- absolute grootte W bepaald door type trainingsmateriaal
- 1kg blijft zelfde bij halter, manchet, TA
- 1kg verandert bij elstisch materiaal => exponentiele stijging W
- isokinetisch toestel: W aangepast aan kracht (meer F = meer W)
moment v W
- effect v W niet alleen afhankelijk v absolute grootte
- ook afh v moment dat uitoefent op gewricht
- moment bepaald door d (momentarm = loodrechte afstand as v rotatie tot werklijn W)
- bij gebruik van variabele W is moment ook bepaald door type materiaal
- moment W = W * d
- maximaal bij hoek tss segment en werklijn = 90° , 0 bij 0°/180° (bij segmentair gewicht = halter, manchet)
- bij TA / touw / TB: moment max bij 90° tss touw en segment => d maximaal.
Ontbinding F van de W
- d maximaal: Fr grootst
- d = 0: FFc maximaal, Fr = 0
- Fr = loodrecht op segment (max bij a=90°, 0 bij a=0°/180°), component v W die overwonnen moet worden om beweging te initiëren
- Ff = component volgens richting v bewegend segment (max bij a=0°/180°), approximatie/compressie (als component naar egwricht is gericht) of tractie (weggericht)
- tractie of compressie kunnen afhankelijk zijn van gebruikte trainingsmateriaal bij zelfde soort oefening.
- tractie: bij hoge pijnintensiteit, zwelling, activiteitsgericht soms (bv dragen tas)
- compressie: bij initiële fase instabiliteit, KB revalidatie, activiteitsgericht (bv gangrevalidatie)
Invloed snelheid op weerstandscurve
- verwaarloosbaar bij trage bewegingen (bv ademhaling)
- snelle beweging: inertie/traagheid => beïnloedt W bij start en einde
- start: traagheid geeft extra W
- einde: traagheid geeft lichter gevoel
- bv. werpen, schoppen
- tijdig afremmen = extra inspanning (bij krachtige worp)
- ZIE ILLUSTRATIE P146
Spierkrachtcurve
- bepaald door:
1. lengte spier (spanningsdiagram)
2. invalshoek spier
3. antagonisten
4. snelheid beweging
Lengte-spanningsdiagram spier
- capaciteit om F te ontwikkelen is afh v lengte waarop spier moet werken
- # sarcomeren in serie bepaalt tot afstand v verkorting/verlengen en lengte v hoogste F ontwikkeling
- meeste F in iets uitgerokken toestand, neemt af bij verkorten => positie met hoogste F = rustlengte
Invalshoek
- anatomich bepaalt, varieert ifv beweging
- analoog aan momentrm/lastarm heeft spier: machtsarm = m (bepaalt door invalshoek)
- hoe kleiner hoek van insertie, hoe groter Fc
- 90° => grootste m
- groter dan 90° => Ftractie
Hierdoor geen algemene spierkrachtcurve tekenen.
- Lokale spieren: scherpe invalshoek want liggen dicht tegen gewricht aan => stabiliserend
- Globale spieren: andersom
- stabiliserende spieren: F vooral bepaald door lengte v spier
- globale spieren: F vooral bepaald door invalshoek
Antagonisten
- spier werkt nooit in isolatie
- anatgonisten licht mee actief => co-contractie ter stabilisatie
- zo snel van richting veranderen en stabiel bewegen
- meer uitgesproken tijdens grote, snellere, preciese bewegingen
- afremmen = 10-20%1RM
Kracht-snelheidsdiagram = force-velocity curve
- spier matcht absolute kracht met opgelegde belasting
- deze actieve kracht past snelheid v contractiele systeem aan
- externe belasting klein => actieve kracht klein
- hoog => actieve kracht hoog door snelheid te vertragen
- door vertragen: meer tijd om spanning te ontwikkelen tijdens concentrische contractie
- excentrisch: verhogen snelheid = toename kracht
- Dus: snelle concentrische contr = lage F
- Dus: snelle exc contr = hoge F
- Dus: spier conc aan hoge snelheid kan minder W verplaatsen dan trage
- Dus: spier snel exc kan meer W verplaatsen dan trage
Trainingsmateriaal 1
Los trainingsmateriaal
1. halters
1. manchet: kan je verzwaren door meer zakjes te gebruiken
1. TB:
- individuele kracht-elongatiecurve => geeft weer hoe snel W stijgt, zware zal bv snel toenemen in W tov lichte
- hieruit voorspellen welke F zal ervaren worden op specifieke lengte
- bv. blauw: 0.5m => +200% = 1,5m 5kg, + 300% = 2m 7kg…
- bij dubbel gebruik: dubbele kracht
- absolute W blijft stijgen, ook wnr d terug daalt en dus moment daalt => stijgend dalende weerstandscurve
Trainingsmateriaal 2
Trekapparaten
- vertikaal, horizontaal, explosief (snelkracht) TA
- in station
- of gecombineerd
- TA met pneumatische W en veel vrijheidsgraden => keiser
- iso-inertiële vliegwieltraining desmotec => geeft zelfde W terug als heen => concentrisch en excentrisch
Krachttrainingstoestellen:
- isokinetische dynamometer: op voorhand in te stellen constante snelheid
- krachttrainingstoestellen: leg extension, leg press, pussy machine…
Apparaten voor suspensietraining:
- kooi van rocher: bij P met spierkrachtwaarde 2-3 => Fz gedeeltelijk uitschakelen door LM in suspensie te brengen
- TRX-aerosling
- redcord
Dosering
belastbaarheid:
- afh v genetice en biologie
- voor alle weefsels
- belasting < belastbaarheid => functie normaal
- overschreden = inflammatie-, overbelastingsreactie of falen
- belasting-belastbaarheidsmodel, belangrijk bij primaire, secundaire, tertiaire… blessurepreventie
1e behandeling van onevenwicht belasting-belastbaarheid:
- symptomatisch + vermindering belasting => geen lange termijn oplossing
Lange termijn!:
- verhoging belastbaarheid
- wet van wolff => bindweefsel heeft het vermogen zich aan te passen aan opgelegde functie en eisen
- BW aanpassingen bij immobilisatie en training (atrofie, behoud, hypertrofie, letsel, dood…
- niet bij passiever therapieën => oefentherapie! => verbetering belastbaarheid & functie
- verhogen van belastbaarheid op verschillende manieren definiëren, afh v weefsel
- pezen & ligamenten: verhogen trekkracht
- gewrichten: grotere belasting ondergaan/meer stress weerstaan
- ADL belasting overschreid belastbaarheid bij patiënten
=> belasting ADL verlagen (bv. relatieve rust, taping, …)
=> beperking later afbouwen & functieherstel & hogere belastbaarheid via oefentherapie
Lange termijn doelstellingen
- belastbaarheid verhogen => grotere belasting opvangen
- niet overdoseren (belastbaarheid overschreden), en onderdoseren (geen juiste adaptatie) => balans!
3 principes als basis voor voor dosering:
1. belastbaarheid weefsel, pathologie, fase van weefselherstel, postop beschermen
2. pijn
3. algemene conditie
=> Bij deze 3 stilstaan bij aanleren van elke nieuwe oefening obv beoogde doel. Daarna speceficiëren (dosage, modaliteiten…)
1RM
- rep maximum dat 1 x overwonnen kan worden in een beweging.
- Afleidingen: zie tabel.
Belastbaarheid weefsel
- moeilijk in te schatten => laag gedoseerd ebginnen en kijken naar respons
- dan pas opbouwen naar ivereenkomst belasting x belastbaarheid
Actualiteit klacht:
- hoge irriteerbaarheid: pijn ‘s nachts, in rust, wijd verspreid, hoge intsensiteit VAS => LAAG doseren
- lage irriteerbaarheid: lokale pijn, lage I VAS, geen pijn ‘s nachts, in rust => hoger doseren
- 1e fase weefselherstel = inflammatie => laag, lage belastbaarheid
- activiteitenniveau ADL bevragen & provocatie =>inschatting reactie van letsel op belasting
- operatie: afh van chriurgie => postoperatieve protocols raadplegen bij arts. Pijn is geen indicatie, indien geen pijn, toch opletten want postop beschermen!
=> Allemaal uit anamnese halen
Pijn monitoren en bepalen of dit toegestaan is tijdens oefentherapie
basisregel: pijn max 3/10 tijdens oefening (lage intensiteit)
- geen hoge pijn => doseren met lager gewicht, minder reps/sets…
- evolutie pijn tijdens en na oefening evalueren
- afname tijdens oef is goed
- toename met meer reps => oef aanpassen & dosering verlagen
- na oef pijn ook evalueren => max 3/10 (licht) en na max 24u verdwenen!
- indien langer dan 24u / hoger dan 3/10 => oefendosering aanpassen
- GELDT NIET POSTOP! => voorschrift heeft voorrang op pijn
- chronische pijn: specifieke voorschriften mbt pijncontrole bij oefentherapie
Algemene conditie patiënt
- motorische vaardigheden
- aerobe conditie
- spierkracht
=> oudje niet zelfde oef als Manu het beest geven
kinetische keten
- definitie
- aaneenschakeling van
- scharnieren = gewrichten
- segmenten = beenderen
- geheel van individuele gewrichten
- bv. scharnier knie, segment tibia + fibula, scharnier enkel - functie
- geisoleerde bewegingen komen bijna nooit voor
- funcitonele ADL bewegingen = allemaal in ketens
- pathologie in 1 scharnier van schakel gaat doorgeven naar andere = afhankelijk-compensatoir
=> andere schakel kan het eerst begeven
=> omdat overige schakels beperking opvangen
eigenschappen/voorwaarden van kinetische keten
1 proximale stabiliteit voor distale mobiliteit
- rompstabiliteit
- proximaal = alles weg van bepaald gewricht vb: heup proximaal van elleboog bij werpen
2 stabiel steunvlak
3 energie transfer
- grondreactie krachten worden doorgeven naar distaal
- tijdens doorgave = versterking door lokale spieractivatie
- summatie doorheen gehele keten = zweepslag effect (kracht, precisie snelheid)
–> bijdragend deel wordt progressief minder
altijd nood aan 6vrijheidsgraden: 3 translaties & 3 rotaties
bv. arm: 3 schouder + 1 elleboog + 1 onderarm + 1 pols =7 (1 reserve) => liefst distaal amputeren
open & gesloten kinetische keten
- gesloten
- proximale en eindsegment kan niet bewegen, gesteund op bewegend of niet bewegend opp
- meerdere gewrichten worden tegelijk bewogen = segment-overschrijdende spieractivatie
- schakels & segmenten kunnen niet onafhankelijk van elkaar bewegen
- houden elkaar immobiel => economisch E verbruik, nooit in menselijk lichaam
- totale ROM is kleiner als sommen van gewrichten appart
- steeds axiale belasting = approximaite = gewrichtsvlakken naar elkaar toe
- functionele belasting van OL - open
- eindsegment kan vrij bewegen
- 1 segment kan tegelijk bewegen en geïsoleerde spieractiviteit is mogelijk, bv. werpen met enkel beweging in schouder, wel inefficiënt
- schakels & segmenten kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen
- totale ROM = sommen van gewrichten appart
- eerder trek & afschuif krachten in gewricht
- functionele belasting van BL
approximatie
- gesloten keten
- altijd enige vorm van steunname
- zorgt voor compressie van gewricht
- voordeel = meer stabiliteit in gewricht, veiligheidsgevoel
- nadeel = mogelijks pijn bij te grote steunname & weinig variatie
–> meer variatie door gesloten keten met beweegbaar opp. - open keten
- geen approximatie
- enkele trek- & afschuifkrachts = rol-glij - Therapie
- vaak starten in gesloten keten, afh v omstandigheden - GKK met beweegbaar opp
- combinatie v voorgaande eigenschappen
- approximatie
- schakels en segmenten afhankelijk v elkaar tijdens beweging
- eindsegment bewegen => functioneler voor OL en BL
- grotere beweegbaarheid dan GKK, kleiner dan OKK
kinetische ketens sport
- duidelijk onderscheid
- gewichtheffen = OL gesloten
- handbal = BL open - verschillende
- lopen = open zwaaifase & gesloten steunfase
- springen
- zwemmen = bewegen door water = OKK, afstoot op water = GKK
- gymnastiek = handensteun = GKK, armbeweging = OKK - vereenvoudiging
- meeste sporten die gemengd zijn worden toch gesloten genoemd
- door veel hogere belasting tijdens gesloten keten (bv. lopen, springen…)
co-contractie in kinetische ketens
- verschillen
- gesloten keten = meer co-contractie van stabiliserende spieren
- snellere bewegingen = meer co-contractie
–> bij gesloten keten van stabiliserende spieren
–> bij open keten van antagonisten voor afremming = deceleratoren - studie hamstrings knie bij squat
- hogere hamstringsactiviteit dan in open keten
- knie stabiliteit bewaren
- vooral bij 30° flexie = LPP met minste stabiliteit van kapsel
- hulp voor ACL = afglijden van femurcondylen naar anterior - studie schouder bij push-up
- co-contractie van rotator cuff zpieren
- als op 1 hand staan = meer activatie van m. infraspinatus
krachtontwikkeling in kinetische ketens
- moment ontwikkeling
- studie van knie: open keten leg-extension vs gesloten keten leg press
- leg-extension = 90° -> maximale extensie stijgend moment
- leg-press = 90° -> maximale dalend stijgend moment
- leg-press is functioneler
- leg-extension is beter voor geïsoleerde krachttraining - spieractiviteit
- elevatie van arm
- gesloten keten vs openketen
–> gesloten keten minder activatie van m. supraspinatus, maar co-contractie komt ten goede
- gesloten keten oefening kan gebruikt worden in protectieve fase - proprioceptie
- gesloten keten stimuleert intra- & peri-articulaire mechoreceptoren & proprioreceptoren
- gesloten keten oefeningen beter voor proprioceptie oefeningen
neuromusculaire coördinatie in functionele revalidatie
- specificiteit van training
- krachtwinst van een oefenprogramma = specifiek uitgevoerde bewegingen
- gedaalde transfer naar andere maar verwante oefeningen - mechanisme = neuromusculaire coördinatie
- vermogen van zenuwstelsel om:- correcte & gecoördineerde manier
- verschillende spieren laten samenwerken
=> optimalisatie van intra- & intermusculaire coördinatie
intra- & intermusculaire coördinatie
- intramusculaire coördinatie studie
- eerste keer taak bij ongetrainde personen
- onmogelijk van alle spiervezels te recruteren
- na trainings periode = maximaal gebruik alle spiervezels agonisten
- krachtwinst zonder toename van spiermassa - intermusculaire coördinatie
- verbeterende coördinatie tussen alle synergisten (bv. flexie: brachialis, brachioradialis, biceps brachii) & antagonisten
- krachtverdeling tussen synergisten bij verschillende bewegingen anders - functie van antagonsiten
- stabiliteit
- precisie van beweging
- afremmen van snelle & krachtige bewegingen = beschermen van kapsel & lig.
- ondersteunen functie van agonist - intra- en intermusculaire coordinatie is trainingsspecifiek
- oefening moet zo dicht mogelijk bij gekozen doelstelling aanleunen
- oefentherapie moet doelgericht zijn
kinetische ketens & intermusculaire coördinatie
- steunname
- steunname = pijn
- vroeger: in protectieve fase steunname vermijden
=> gebruik van analystische geïsoleerde bewegingen = open keten
- nu: laag-gedoseerde oefeningen met steunname = gesloten keten
=> functioneler + voordelen van GKK gebruiken reeds in protectieve fase - pijn & zwelling tijdens training
- inhibitie van agonisten
- elk gewricht heeft inhibitorische reflexboog naar omliggende spieren
- zorgt oa. voor submaximale contractie bij vrijwillig maximale contractie
–> protectionistisch - reflexboog in revalidatie
- geen zinvolle krachttraining tijdens pijn & zwelling
- na periode van immobilisatie = atrofie & daling neuromusculaire coördinatie
- TRASP = verbeteren mobiliteit & IM
oefenvormen van kinetische ketens
- openketen
- tegen zwaartekracht
- halters
- gewichtmachetten
- elastieken
- trekapparaten
- isometrisch tegen weerstand van therapeut - gesloten keten
- OL = squatten, trappen & uitvalpassen
- BL = handen-knieënstand, push-up houding of tegen tafel/muur
=> vaak wordt verschil gemaakt van high-load & low-load - GKK met beweegbaar opp
- sliding boards
- ballen
- glijdende opp - globale kentische oefeningen = beweginspatronen van volledige lichaam, niet alleen in segment/te behandelen gewricht
keuze van kinetische keten
- algemeen
- GKK = approximatie, co-contractie & proprioceptie gestimuleerd
- OKK = beweging over grotere ROM
- gesloten keten is toffer door meer variatie dan analystische oefeningen = hogere therapie trouw - functionele stabiliteit van OL
- vooral in gesloten keten
- functionele belasting OL = gesloten
- + voordelen GKK - functionele stabiliteit BL
- combinatie
- beginfase = gesloten voor hogere stabiliteit
- functionele belasting BL = open
- minstens 1 variant van reiken, duwen & trekken om zo neuromusculaire coördinatie ADL te stimuleren
gesloten keten met beweegbaar opp. oefeningen
- voordelen
- neuro-musculaire coördinatie al trainen in vroeg protectieve fase
- combinatie voordelen gesloten & open keten
- makkelijke dosering & aanpassing van mogelijkheden patiënt
- contra-indicaties - toepassen
- weinig materiaal
- handdoek, bal, elastieken
- efficiënt thuisprogramma
- geen zware gewichten nodig
compressie & translatie oefeningen
= andere denkpiste
- gesloten vs open
- meestal zijn gestolen oefeningen met compressie
- meestal zijn open oefeningen met trek & schuif krachten - uitzonderingen
- arm elevatie tot 90° in ruglig is openketen maar zorgt voor approximatie
- isometrische oefening met manuele weerstand
–> isometrisch dus gesloten keten maar biomechanica ≈ open - keuze van oefeningen
- vooral rekening houden met biomechanica op gewricht
–> compressie of translatie - Functionele KK oefeningen:
- populair in sport
- sportspecifieke keten trainen
- ook implementeren bij alle P
contra-indicaties van gesloten-keten oefeningen
- contra-indicaties
- letsels waarbij geen axiale belasting mag opgelegd worden
- extreme atrofie
- gewijzigde neuromusculaire coördinatie - vb: extreme quadriceps atrofie
- neuromusculaire coordinatie veranderd
- andere synergisten compenseren quadriceps
- dan in gesloten keten = compensatie blijft + geen krachttoename van bedoelde spier
- eerst controle aanleren in open keten (bv. bewuste controle rotator-cuff aanleren voor implementatie in functionele GKK oefeningen)
=> zelfde met patienten zonder vrijwillige controle
aanleren van oefening
- educatie
- hypothese van klachten
- doel van revalidatie
- hoe dat oefentherapie dit zal bekomen
- motivatie & positive outcome expectation - instructies
- niet teveel in 1 keer
- starten met basis = uitgangshouding & beweging
- later pas correctie tot gewenste resultaat bekomen is - feedback
- teveel = verwarring, frustatie & demotivatie
- ook positieve feedback geven
focus tijdens oefeningen
- interne focus
- aandacht op eigen lichaam
- vb: hou schouder in deze positie & beweeg hand omhoog - externe focus
- aandacht buiten het lichaam
- vb: tik dit punt op de muur
Mechanotransductie
= proces waarbij cellen een fysiologische mechanische stimulus omzetten in biochemische respons.
- Promoot structurele verandering (bv. adaptatie bot bij geschikte belasting) => oefentherapie essentieel
- 3 stappen:
1. Mechanokoppeling: verstoren van cellen in weefsel door fysische belasting (bv achillespees: stappen = trekkrachten). Deformatie cel is trigger voor variatie van responsen. respons afh van type, duur en grootte belasting.
1. cel-cel communicatie: tss cellen onderling. Gedeformeerde cel stuurt signaal op afstand. Laatste ondervindt onrechtstreeks invloed v belasting.
1. Effector respons: respons = proteïnesynthese, remodellering matrix. Hierdoor weefselherstel/remodellering.
Wondheling algemeen
- Letsel: belastbaarheid gedaald (zowel acuut als chronisch)
=> integriteit verstoord = verminderde functie - Bindweefsel gescheurd & gedesorganiseerd, trekrichting collageen verloren…
- 3 fasen
1. inflammatiefase
2. proliferatiefase
3. maturatiefase - manifesteren aan verschillende snelheden, niet zwart-wit, eerder continuüm.
- Goed doorbloed = sneller herstel
- Revalidatie in 2 stappen
1. symptomen bestreden, normwaarden kracht, ROM, lenigheid hersteld
2. belastbaarheid opgedreven
Inflammatiefase
- Disruptie collagene structuren
- inflammatoire reactie om afvalstoffen en bouwstoffen te vervoeren voor aanmaak nieuw collageen.
- Kenmerken: dolor (pijn), calor (warmte), tumor (zwelling), rubor (rood), functio laesa (functieverlies).
- 5-7 dagen, cruciaal proces ondanks negatieve connotatie. Zonder inflam. geen proliferatie & maturatie.
- Nadelig indien langer dan nodig.
- doel oefentherapie: infflam. toelaten + zo kort mogelijk.
Therapie:
- circulatie stimuleren & letsel zo weinig mogelijk belasten.
- nood aan oefeningen voor lokale microcirculatie, anderzijds ook belasting vermijden (aspecifieke oef)
- indicatie nood aan circulatiebevordering: afhankelijk van actualiteit
- hoge irriteerbaarheid: niet, meestal tegen einde inflam. fase/overgang proliferatie: voorzichtige circulatie
- matige/lage: wel bij begin, want geen duidelijke inflammatiekenmerken.
implicaties & oefentherapie in inflammatiefase
- zoek goede balans, geen overload/underload (anders adhesie etc.)
- doelen en middelen:
1. vermijden daling mobiliteit: laag gedoseerde oef mobiliteit
2. vermijden atrofie: selectieve laag gedoseerde oef en MC
3. afvoer afvalstoffen, aanvoer bouw: circulatie oefeningen
4. bescherming letsel: aspecifieke oef evt.
5. pijncontrole
Proliferatiefase
- BW herstelt: aanmaak collageen (tIII, inferieure kwal.), verdraagt weinig belasting + gedesoriënteerd
- Tot 25e dag
- doel oefentherapie: natuurlijke evolutie BW optimaal begeleiden.
- adhv specifieke oef circulatie en collageenproliferatie stimuleren. belasting is noodzakelijk voor functioneel herstel.
- strikt gedoseerde belasting ter bescherming, rekening houden met belastbaarheid en oefentherapie hieraan aanpassen!
- implicaties oefentherapie: focus op:
- normale eigenschappen weefsel,
- optimale belasting,
- preventie complicaties,
- herstel v functie
- functiegericht trainen
Doelen en middelen:
- cicrulatie stim. adhv specifieke oefeningen!
- herstel beweeglijkheid: laag-matig gedoseerde oef mobiliteit & stretch
- graduele belasting weefsel
- herstel kracht: basiskracht trainen
maturatiefase
- Belastbaarheid stijgt
- kwalitatieve verandering (vorige waren kwantitatief)
- collageenvezels sterker (3=>1) + oriëntatie in functionele richting
- oefeningen functioneler + hogere belasting (contractie, rek, compressie)
- intensiteit stijgt, dus zo neemt belastbaarheid toe.
- geen eindpunt, bij sporters gaat het over in training om prestaties te bevorderen. Niet sporters: weefselbelastbaarheid doen toenemen zodat ze job, ADL, etc. weer kunnen.
- implicatoes: return to activity
- doelen en middelen
1. herstel belastbaarheid => pre-injury door activiteitsgericht te trainen.
2. functionele krachttraining
3. funct. oef om mobiliteit te bevorderen
4. functionele motor control training
5. preventie re-injury
Oefengerelateerde aanpassingen thv het bindweefsel
- pees
- spier
- kraakbeen
- bot
- ligament
effect op pees: tendinopathie
- dynamisch weefsel, responsief voor belasting & oefentherapie, traag, haat verandering
- fibroblasten verhogen productie groeifactoren v collageensynthese, stijfheid en CSA nemen toe.
- kan overbelast worden => te hoge I of t
- type oefentherapie => ontstaanswijze en actualiteit kennen
- reactief (hoge actualiteit) vs degeneratief (lage actualiteit)
- overbelast vs onderbelast (even schadelijk)
- graduele opbouw beste:
- isometrisch => concentrisch => excentrisch => plyometrisch
- afhankelijk v actualiteit en belastbaarheid hier ergens starten. hoog: low load isometrisch, laag: hogere belasting.
- in kleine stappen opbouwen => pees adapteert, moet tijd krijgen
- veronderstelling: ziek peesweefsel herstelt niet, gezond weefsel errond verhoogt capaciteit (tgv training)
effect op pees na operatieve hechting
- eerste fase postop: hechting beschermen
=> geen oef met contractie, geen rek. VOORSCHRIFT volgen. - afhankelijk van grootte scheur, soort hechting, kwaliteit weefsel, door arts in te schatten.
- na beschermende fase graduele belasting=
- I contractie opdrijven adhv hogere belasting
- meer rek (stretching)
- nooit plotse progressie
- einddoel activiteiten/participatieniveau bepaalt hoe doorgedreven er wordt geoefend in laatste fase.
Effect op spier + na scheur
- responsief voor belasting, adaptatie afh van dosering
- CSA & V myofibrillen stijgt, vezels splitsen, evt toeneame #vezels
- grotere opslag E: CP, ATP, glycogeen levels nemen toe
- toegenomen neurale activatie door toename # MU en snelheid aanuren MU.
- spierscheur:
- eerst kort relatieve rust => littekenweefsel stabiliseren, dan gecontroleerde belasting
- voordeel vroege start = betere alignatie weefsel bij regeneratie => sneller en completer
- atrofie beperken door gecontroleerde belasting
- eindstadium: high load krachttraining met sterke excentrische component
- zo veel mogelijk spec. bewegingen functioneel (ADL,sport)
Effect op spier andere patho
- chronisch overbelast:
- belasting > belastbaarheid chronisch: vaak bij arbeiders of statische houdingen op werk
- ergonomisch advies + motor control training + krachttraining
- atrofie/disuse:
- kan ook door pijn die spier inhibeert
- afname kracht
- oefentherapie om atrofie te beperken
- perifere zenuwletsels:
- neurologische aandoeningen
- afh v zenuwweefselherstel, aard aandoening, prognose is oefentherapie wel of niet belangrijk
- krachttraining + motorische controle training om specifieke taken v ADL/leven/beroep/hobby terug te leren
effect op kraakbeen
- gering
- collagene vezels KB re-synthetiseren slecht door geen zenuwen of bloedvoorziening
- matrix wel beïnvloedbaar, deze cellen doen aerobe synthese v macromoleculen
- synoviale vloeistof kan ook terug homeostasis bereiken door cellen in synoviale membraan
- beschadiging bekijken ifv diepte v letsel
1 geen echte beschadiging, algemene verminderde belastbaarheid
- oorzaak
1. constante compressieF op 1 plaats: chondrocyten sterven af
2. onvoldoende beweging synoviale vloeistof: - daling proteoglycanenproductie (meer H2O in matrix)
- slechte afvoer lactaat, negatieve invloed op afstotende F matrix => belastbaarheid niet beschadigde matrix daalt
- compressie/relax is stimulus voor proteoglycaansynthese (= kwaliteit extracel. matrix.) & turnover synoviale vloeistof (=kwaliteit synoviale vloeistof daalt)
3. afwezigheid alternerende compressieF: - kwal en # osteoblasten & matrixcomponenten daalt. (- proteoglycanen = - waterbindende capaciteit)
- hierdoor collageen weker + meer indrukbaar
- zo makkelijkere evolutie naar kleine beschadigingen KB
2 opp. letsels: geen beschadiging subchondraal => geen wondheling
- laesies opgevuld met matrix/vezelig BW. Sterkte inferieur aan volw. KB
3 KB beschadiging tot op subchondraal bot
- wel wondgenezing (doorbloed)
- vorming nieuw BW (inferieure kwal.)
- oefentherapie en progressieve belasting belangrijk voor lange termijn
4 progressief KB verlies
- artrose
- vaak knie hand heup gewrichten
- meest voorkomende oorzaak chronische gewrichtspijn & - fysiek functioneren volwassenen
- verlies KB en osteofytenvorming
- zwelling, - kwaliteit lig. , meniscusschade, spierzwakte, - proprioceptie, - neuromusculaire coördinatie, - dynamische gewr. stabiliteit
- zijn erkende risicofactoren voor versnelde degeneratie
- oefentherapie belangrijk voor optimale gewrichtsomstandigheden & symptomenreductie, want geen effectieve behandeling
- oefentherapie: geen verslechtering KB / radiografische tekenen, dus altijd aangewezen en toegestaan.
Algemene principes oefentherapie bij KB patho
- ter beïnvloeidng v KB
* gedoseerde belasting = stimulus voor adaptatie v weefsel
* collagene inhoud adapteert niet adequaat, maar rest wel en dus w collageen goed beschermd door matrix en synovius
* best alternerend compressie-decompressie oefeningen, bv. GKK
* doel:
- facilitatie transport voeding v synoviale componenten naar KB = stimulatie voeding chondroblasten
- verwijderen lactaat
- stimulatie proteoglycaansynthese - educatie bij bewegingsangst
* defecten moeilijk op te lossen/herstellen
* wel zal de patho niet verslechteren bij gedoseerde oefentherapie
* angst voor verdere schade door beweging = fout
* belangrijk dat ADL ook genoeg actief is - pijncontrole en circulatiebevordering
* bij geïsoleerde en veralgemeend KB lijden altijd doel pijn & zwelling te minimaliseren.
* bekomen van quiet/stil gewricht - optimale condities rond gewricht hertsellen
* artrose zonder pijn is mogelijk, gewrichtscondities hierbij belangrijk
* goede conditie= gezonde spieren, sterk, stabiliteit geod verzorgd
* hierdoor schokken mee opvangen en zo mogelijks wel pijnvrij bewegen ondanks slecht KB
* aangewezen naast KB beïnvloeding ook te oefenen op spierkracht en MC
=> intermittente compressie-decompressie ook pijnvrij mogelijk
Effect op bot
- immobilisatie leidt tot verlies botmassa & densiteit, en omgekeerd ook door hoge belasting
- vrouwen: menopauze => osteoporose
- Ook in BL: bv onderarm tennissers
- oefentherapie belangrijk om densiteit en massa te verhogen / normaliseren
- belastbaarheid respecteren: bij verzwakt bot geen high load impact oef
- grote invloed: oefeningen met impact bv springen en landen, gespreid over de dag
- beter effect op botremodellering dan alles in 1 sessie
- voeding! (vit. D)
Effect op ligament
- traag, onvolledig herstel afh v ernst en plaats
- gewrichtslaxiteit tgv lig. letsel herstelt traag: 6w-1j, en dan nog objectiveerbare mechanische lax. + siubjectieve gewrichtsinstabiliteit
- vss strategieën: rust, medicatie, corticosteroïd infiltraties, mobilisatie, oefentherapie…
- stimuleren vaak subjectieve symptomen, minder weefsel zelf.
Effect v immobilisatie
* traditioneel, schade beperken
* pijn & zwelling verminderen
* hersteltijd verbeteren
* negatieve bijwerkingen:
- synoviale verkleving
- + collageenafbraak, - collageensynthese
- groter % gedesorganiseerde collageenfibrillen
- uiteindelijk mind lig. volume, - stijfheid (E absorberend vermogen) & - totale sterkte
Effect v beweging en oefentherapie
* vroeger gecontroleerde hervatting activiteit, repititieve belasting heeft positieve effecten:
- + celullaire synthese en proliferatie
- + sterkte
- + volume
- + organisatie
* mobilisatie helpt herstel door vorming BW => stijver & sterker weefsel
* beweging verhoogt bloedtoevoer + metabolieten & nutriënten
* beweging in vroege fase: - pijn & zwelling + behoud mobiliteit
* P met functioneel behandelprotocol sneller terug sport, - instabiliteit
* conclusie: gecontroleerde beweging in begin vd revalidatie bevordert herstel lig. weefsel
* grootste risicofactor v sprain/strain = voormalige pain/strain => secundaire preventie
Klinisch redeneren in oefentherapie
- interventie oefentherapie gaat uit v diagnose en stoornissen
- spec. oefentherapie om stoornis te herstellen/ voorkomen, moet gericht zijn op verbeteren v functionele outcome! = activiteiten & participatieniveau
- doelstellingen obv nodenanalyse en analyse v stoornis in functie. Zo klachten geanalyseerd in ICF model
Nodenanalyse
- doel = levenskwaliteit verbeteren
- afh v waarden en hulpvraag v patiënt
- noden in ADL-, sport- & werkactiviteiten
- perspectief P, niet v therapeut!!
- kijken naar belangrijke activiteit en waar hinder, manier waarop er gehinderd wordt
- hulpvraag P!
=> obv GRONDIGE ANAMNESE
Daarna analyse v activiteiten => inzicht in gestoorde activiteiten/biomechanische analyse obv gestoorde activiteiten:
- welke bewegingen
- welke gewrichten
- eigenschappen nodig voor activiteit
- materiaal
- context in ADL
Analyse stoornis in functies
- onderzocht tijdens klinisch onderzoek:
- (functionele) inspectie: MC, houding
- actief ond.: pijn, basiskracht, MC, beweeglijkheid, PROMOCO
- passief ond.: mobiliteit, PRET
- weerstandsonderzoek: kracht
- toegevoegd onderzoek: laxiteitstesten, provocatietesten, spierlengtetesten
VOORBEELD ZIE CURSUS 193-194
Functiegericht trainen
- pijn controle
- circulatie bevorderen
- mobiliteit verbeteren
- motorische controle
- kracht verhogen
Doel pijn controle
- Biomedische vs biopsychosociale (hedendaagse) benadering
- vele factoren beïnvloeden ernst vd pijn
- brein betrokken, subjectief gegeven
- soort, oorzaak van belang bij bepalen v pijndempende technieken
- analyse functionele beperkingen ook v belang
indeling v pijn volgens duur:
* acute pijn:
- kort alarmsignaal met beschermende functie, vraagt om reactie
- door bron van weefselschade
- max 6 maanden
- chronische pijn:
- cut-off 3-6maanden
- def: pijn zonder duidelijke somatische oorzaakn langer dan 3 maanden of pijn die blijft bestaan na herstel v oorspronkelijke weefselschade, dus langer dan verwachte hersteltijd.
- grote invloed op ADL functioneren en LK
- niet altijd beschermfunctie + verandering in zenuwstelsel!
- Indeling pijn obv structuur:
- nociceptieve pijn
- neuropatische pijn
- nociplastische pijn
nociceptieve pijn
- perifere input: rechtstreekse stimulatie nociceptoren door schadelijke prikkels
- mechanische, chemische, thermische stimuli
- pijn goed gelokaliseerd thv zenuwuiteinden
- evt uitstralen
Somatogene pijn
- pijn tht receptoren in huid, gewricht/bot, spieren, tussenliggend weefsel
- goed gelokaliseerd
Mechanische pijn
- bij belasting, startpijn
- toename naar avond, rustpijn
Inflammatoire pijn:
- ochtendstijfheid
- bij inspanning en nachtelijk
Vasculaire pijn:
- thv slechte doorbloeding
- bij inspanning (vaak stopgezet), na rust weg
viscerogene/viscerale pijn:
- v ingewanden (bv buikpijn, borstkas)
- thv holle organen (maag, darm, hart, urineleiders…) pijnreceptoren
- projectie naar dermatomen = gerefereerd (los van plaats v viscera)
- plots opkomen, dan blijven of verdwijnen
- vager, moeilijker te duiden
neuropatische pijn
- = zenuwpijn / neuralgie
- beschadiging zenuwstelsel (1, bundel, merg, hersenen)
- geen functie/waarschuwingsproces
- onaangenaam, distaal van schadepunt. Hoe meer proximaal de schade, groter huidgebied met pijn
- stekend, overgevoelig, brandend, schrijnend, elektrisch, tintelingen, doof gevoel
- pijnlijk gebied ≠ plaats v zenuwbeschadiging
1. verschijnselen: - allodynie
- hyperalgesie
- paresthesie
- dysesthesie
- spontane pijn
- hypo-esthesie
1. bijna altijd chronisch, weken tot jaren (evt blijvend)
1. voorbeelden: - radiculopathie
- postherpetische neuralgie
- diabetisneuropathie
- post CVA
nociplastische pijn
- geen lichamelijke oorzaak
- centrale sensitisatie = abnormaal overgevoelige pijnvervoerende / verwerkende neuronen in CZS (na bv whiplash, artrose, fibromyalgie)
- pijnmodulerend systeem disfunctioneel
- risicofactoren: angst, stress, teveel aandacht voor pijn, oprkoppen emoties…
- door langdurige stress: pijndemping minder
- vaak gepaard met andere overgevoeligheden: oververmoeidheid, concentratiestoornis, prikkebare darm & blaas
- uit zich als nek, lage rug, buik, hoofdpijn.
onderzoek van pijn
- subjectief
- doel pijnevaluatie:
- oorzaak
- pijnpatroon
- omgang
- functionele beperkingen
- waarde op pijn kleven
- adhv anamnese pijntype, verloop, tijdstip, lokalisatie etc. achterhalen
- specifieke vragenlijsten
- Visual Analogue Scale VAS pijn objectiveren => cijferwaarde adhv numeriek verbaal of mimiek + evolutie evalueren
- Tijdens BFO deels duidelijk wat provoceert
- Na toegevoegd onderzoek provocatie & reductie speceficiëren
- adhv palpatie soft tissues spanning & pijn checken
- passief ond en spierlengtetesten geven ROM & beweeglijkheid v weke delen
- Indien oorzaak gekend: doelmatig handelen
McGill Pain Questionaire
- 78 adjectieven. 20 groepen, onderverdeeld in 3 pijndimenties: zintuiglijke (bv bonzend), affectieve (bv angste-gevend) & evaluatieve (bv kwellend).
- 2 scores: uit elke groep 1 woord kiezen en som v waarden v gekozen woorden nemen, of #adjectieven optelln die patiënt kiest.
- Score van 0-78
- pijnevaluatie bevat vss onderdelen
- schematische lokalisatie
- vragenlijst ivm pijnpatroon en psychische beïnvloeding
- woordenlijst pijnpatroon & type
- pijnobjectivatie VAS
Impact pijn
- spiertonus
- +inflammatie
- beweging
- doorbloeding
- proprioceptie
- uithouding
- neuromusculaire controle
pijncontrole via oefentherapie:
* spieractivatie => - tonus
* + doorbloeding
* + circulatie
* + beweging
Oefenkeuze pijncontrole
- afh van oorzaak
nociceptieve pijn:
1. doorbreken vicieuze cirkel v pijn en hypertonie:
- low load (<50%1RM) high rep: lidmaat uit antalgische houding => hypertonie reductie
- rekening houden met belastbaarheid & veiligheid
- bv pro-retractie zijlig (hypertonie pectoralis)
- pijncontrole / exciteerbaarheid nociceptoren doen dalen & perifere inhibitie doen toenemen
- afh v anamnese: provocaties
- provocatie = langdurig statische houding: lichte bewegingen
- provocatie = beweging: isometrisch
- provocatie = spec. beweging: andere beweging dan die die pijn uitlokt
- verklaring: + circulatie, - tonus, - excit. nocicept, + perif. inh., + opioïden, - bewegingsangst
Belangrijk:
- oefentherapie moet pijn reduceren => monitoren bij begin en einde
- pijntoename niet ok.
neuropatische & nociplastische pijn:
- andere oefentherapie
Doel circulatie bevorderen
- doel = homeostase regio optimaliseren door aanvoer & afvoer te bevorderen
- weefsel bewegen zonder te belasten, - zwelling, + doorbloeding (VD, spierpompmechanisme)
- low load (<50%1RM) high rep
- wanneer andere doelen nog niet mogelijk zijn
- passief, actief (geasisteerd), evt W
- Pijntoename niet ok
- in LPP/comfortabele positie
- spierpomp:
- + veneuze retour, veneuze onderdruk door contractie
- contractie stuwt bloed door = milkin’ mechanism => freq v contracties essentieel, niet isometrisch!
dosering pijncontrole & circulatie oefeningen
3 basisfactoren:
- belastbaarheid
- pijn
- algemene conditie
bepalen parameters:
- uitvoeringsmodaliteit
- comfortabele uitgangshouding
- low load
belangrijk:
* altijd lage dosage want hoge actualiteit
* geen progressie
instellen van parameters
- uitvoeringsmodaliteit
- pijncontrole: oef moet helpen pijn controleren
- circulatie: circulatie verbeteren
=> 2 vss vragen die je moet stellen - comfortabele uitgangshouding
- hoge actualiteit, lage belastbaarheid => startpositie checken - low load
- lage I (<50%1RM), ook bij lichte weerstand niet zwaar genoeg om F te trainen
- belastbaarheid belangrijk: wel belasten = specifieke oef toegelaten, niet = aspecifiek
ZIE INFOGRAPHICS PP EN PRAKTIJK!
doel mobiliteit verbeteren: algemeen
- bewegingsbeperking door articulaire en niet-articulaire delen. => BFO & TO bepalen welke en welk middel nodig.
- oef altijd impact op art & niet-art. structuren, nooit geïsoleerd
- wel focus leggen: bv oef naar heupflexie met knieflexie vs knieextensie: hamstrings beperkende factor => hamstrings rekken met ext & anteversie
1. focus op niet-art: spierweefsel & fascia => verlengen, + glijding, - tonus
- focus op art: gewricht => passieve mob., oefentherapie => freq bewegingsprikkels combo met passieve mobilisaties
focus van alle oefeningen:
- in richting van beperking
- low load (<50%1RM)
- geen musculaire vermoeidheid
- dosering onafh van gewicht, geen progressie…
- dosering afh van: graad, modaliteit, duur: bv. hoge graad + passief + lang
- pijn steeds onder controle want zorgt voor + tonus = eindstand afremmen
- lage dosering bij hoge actualiteit = pijnvrij
- lagere actualiteit, enige pijn toesteen
graad v oefening
=mate v eindstand opgezocht: voor, aan of in beperking
MAX VAS 3/10
lage dosering:
- bij hoge actualiteit
- voor beperking
- geen beperkte mobiliteit ondervinden in beweging, want stoppen voor eindstand
- mid range bew. ook invloed op eindstandige beweeglijkheid, deficiet w kleiner
- evt hypothese hiervoor: (1)afname tonus spieren rond gewricht en (2) biomechanisch gezien zal beweging articulair beter verlopen en (3) pijndemping door rep. bew. => verder naar eindstand
matige dosering:
- eindstand opzoeken zonder aandringen, beperking net gewaarworden
hoge dosering:
- bij lage actualiteit
- in beperkte eindstand: bv 20° is max, voorbij 20° proberen, extra aandringen op einde v beweging
aandringen adhv: andere lidmaat duwt mee, katrol, Fz, W, agonisten helpen actief verder
modaliteit
keuze hangt af van belastbaarheid en conditie P.
bv. initiële fase postop nog structuren beschermen: geen actieve contractie, eerder passieve mobiliserende oef tot voor de beperking => behoud ROM.
passief: LM zelf geen actieve beweging
- geen activatie musculatuur
- pendelbeweging: 1x in gang zetten, erna Fz beweging in stand
- katroloef
- hulp v ander LM: vastnemen of iets vastnemen & bewegen tov arm.
- OL: voet onder onderbeen haken v aangedane zijde en zo passief bew.
- theraband, gewicht passief laten meewerken in richting v beperking = posturen => enkel statisch passief (anders dynamisch met W = actief)
actief geassisteerd: in zekere mate actief, krijgt hulp: deel v gewicht gedragen
- stokoefeningen: deels aangedane LM dragen
- GKK beweegbaar opp: enkel wnr opp weinig wrijving heeft
- hulp ander LM: classic
- trekapparaat: classic, gewicht < LM => in rust LM niet in beweging getrokken
- ≠ lage dosage, bv indien ver in beperking
- = beweging meegeholpen, te overwinnen W < gewicht LM
Actief met /zonder lichte W:
- W laag => veel reps
- agonisten zijn actief indien tegen W / Fz in in de richting v beperking
- agonisten moeten aan beperking extra aandringen
- weerstandscurve bij voorkeur dalend naar einde toe => makkelijker naar eindstand, vaak bij trekapparaat mogelijk.
- weerstand werkt mee in richting beperking: antagonisten actief, bepalen druk v Fz en hoever er in beperking w gegaan, evt VAS onder 3/10 houden
- indien volle druk Fz toegelaten: oefening passief indien statisch
Tijdsduur
dynamisch
* kort in beperking, 1-3 sec
* kan in, op of tegen beperking zijn
statisch
- langer in, tegen of op eindstand ROM
- 10-30”
- statisch heeft enkel zin indien er tot in of aan eindstand gewerkt wordt
hoge actualiteit
- lage dosering: niet in eindstand => altijd dynamisch, statisch heeft geen zin
matige actualiteit
- tot aan eindstand: keuze statisch vs dynamisch of combinatie (bv. 3x20d + laatste rep statisch)
lage actualiteit
- in beperkte eindstand: statisch vs dynamisch / combo
doserig mobiliteit te bevorderen samenvatting
1 Check 3 basisfactoren:
- belastbaarheid
- pijn
- algemene conditie
2 bepaal einddoel op activiteit en participatieniveau
3 bepaal:
- graad
- uitvoeringsmodaliteit
- duur
laag gedoseerd:
- zonder pijn
- tot voor beperking
- passief/actief geassisteerd
- dynamisch
matig gedoseerd:
- pijn max 3/10
- tot aan beperking
- P/AA/A (-+ W)
- dynamisch/statisch/combo
hoog gedoseerd:
- pijn max 3/10
- tot in beperking
- P/AA/A (-+ W)
- dyhamisch/statisch/combo
doel motorische controle: algemeen
- Sensorimotorische controle: complexe samenspel tss neurosensorische input (proprioceptie) en motorische output.
- Doel oef: bewegingspatroon aanleren, veranderen/optimaliseren, uitgaande v veronderstelling dat gewenste patroon positief effect heeft/preventief is.
- gewenste bewegingspatronen: stabiliteit knie frontaal vlak bij sprong, dus geen valgus. Paslengte vergroten, scapulaire setting, schrijven met lichte flexie => geen hyperextensie.
Stoornis in motorische controle functie:
- instabiliteit: moeite bij snel wandelen, springen, veranderen v richting, bovenhands reiken, oppakken, gordel aandoen, gewricht niet in stabiele positie
- DCD: development coördination disorder: veters, schrijven, aankleden
- CVA: gebruik BL in ADL, evenwicht, gang
- invloed in kinetische keten: andere schakels overbelast
- lage efficiiëntie in beweging: myofasciale pijn
- weinig precisie: lage performance
=> preactivatie gaan trainen, cocontractie…
dossage + fases
Doseren:
- bepalen gewenste bew. patroon + doelstelling
- error
- benadering (cognitief vs dynamisch)
initiële fase:
- deeldoelstellingen oefenen = delen vh gewenste bewegingspatroon, oefening op elke deeldoelstelling doen
latere fase:
- zo snel mogelijk!
- samengestelde bewegingen, zo functioneel mogelijk voor transfer naar ADL/sport
- einddoel moet gekend zijn
Doseren voor MC = bepalen v gewenste bewegingspatroon en doelstellingen
Error
error gemaakt tov beoogde doel => obv einddoel op activiteitenniveau
* te groot = weinig succes = niet bevorderend
* te klein = reeds gekende vaardigheid
eror inbouwen door:
- sneller
- dubbeltaak
- oef in vermoeide conditie
- complexere oef
- + load
- onstabiele ondergrind
- target verder
- visuele FB wegnemen
- externe verstoring
bepalen van error:
- gevaar v niet bereiken v doel (afh v belastbaarheid, alg. conditie…), dus indien groot gevaar => kleine error
- individuele voorkeur: geduldig vs snel gedemotiveerd (nood aan succes)
Benadering: cognitief
- interne focus
- FB = knowledge of performance
- doel: behoud houding gewricht = statische stabiliteit
- doel: uitvoeren v beweging gewricht = dynamische stabiliteit
- focus op uitvoering van eigen lichaam
- moeilijker indien proprioceptie verstoord is bij zwelling etc.
subdoelen cognitieve benadering:
- selectieve spierrecrutering: 1 of co -contractie die stabiliteit geven adhv selectieve spiercontractie oefeningen en cocontractie oefeningen
- statische stabiliteit: behoud v positie, fouten inbouwen die positie tracthen te wijzigen
- dynamische stabiliteit: behoud stabiliteit v gewricht in beweging
oefeningen in bewuste aanleerfase (bv. geïsoleerde oef) en dan automatiseren in onbewuste automatisatiefase (bv. circuit)
Benadering: dynamische systeemsbenadering
- externe focus
- FB = knowledge of result
- doel = tov omgeving
- impliciet gewenste bewegingspatroon = zonder uitleg
- statische en dynamische stabiliteit zonder hierop te focussen (focus op oef zelf)
- constraint led approach = kans op error verkleinen door constraint (= begrenzing/beperking) op te leggen in omgeving, taak of individu.
Constraints:
- vrijheidsgraden beperken
- zelforganiserend vermogen lichaam gebruiken: vaak evenwichtsprobleem (aquabag, …) => lichaam moet zelf beste strategie toepassen
- cues om beweging uit te lokken: visuele, auditieve cue
MC samengevat
1 check 3 basisfactoren:
-belastbaarheid weefsel
* pijn
* alg. conditie
2 bepaal einddoel op activiteit/participatieniveau
3 bepaal:
- gewenste bewegingspatroon
- toegestane error
- keuze benadering
aantal herhalingen minder van beland => kwaliteit wel
gebruikte materiaal:
- bosu
- airex
- trampoline
- oefentol/wobble board
- aquabag
- fitlights
- kegels
doel: kracht verhogen
- kracht is essentiële functie voor alles nodig
- krachtsverlies = stoornis in functie
- door: pijn, disuse, verouderen, neuropathologie, musc.patho, endo patho, cardiovasc. patho…
Flowchart:
* check de 3 basisfactoren: belastbaarheid weefsel, pijn, alg. conditie
* liefst pijnvrij, structuren postop beschermen, rekening houden met CV impact krachttraining
* bepaal doel op activiteit/participatieniveau: wat is voor x nodig op vlak van kracht
* obv doel etc. bepalen: component kracht, type spiercontractie, eigenschappen spier, resultaat spierkrachttest.
belangrijk
- eerst analytisch puur kracht verhogen
- later functionele krachttraining
- principe van specificiteit: oef zo dicht mogelijk bij realiteit aan laten leunen
Contra-indicaties van krachttraining
relatief:
- schade
- inflammatie
- pijn => belastbaarheid kennen
absoluut:
- postop
- ruptuur
- pijnvrij trainen
- CV impact
- respiratoir lijden
component van spierkracht
3 componenten v spierkracht:
1. ** kracht** : absolute kracht = max kracht tijdens contractie = resultaat complex samenspel
- max F = focus op hoge lasten verplaatsen
- hypertrofie = focus op aanmaak spierweefsel: matige/hoge I
- basiskracht = focus op matig tot vrij hoge lasten
2. power = arbeid geleverd per tijdseenheid => snel leveren van veel arbeid = hoge power
- explosieve F = focus op snel hoge W verplaatsen
- snelkracht = zeer hoge snelheid lage W
3. krachtuithouding = mogelijkheid kracht te leveren over lange tijdsduur (issometrisch) of hh contracties over lange tijdsduur (dynamisch)
- duurkracht-krachtuithouding: lang volhouden matig tot hoge I
ZIE TABEL!!!
Type spiercontractie
Isometrisch: geen beweging, statische contractie
- F = Wextern
Dynamisch: wel beweging
- concentrisch: F > Wextern
- excentrisch: F < Wextern, hogere belasting dan concentrisch => afremmen, niet overwinnen.
- plyometrisch: snelle afwisseling conc-exc => bv. sprongoefeningen
- combineren of geïsoleerd
- low load excentrisch kan ook, zou in principe externe weerstand kunnen overwinnen maar doet dit niet
Keuze:
- obv weefsel dat getraind moet worden en fase v herstel (pees hoogactueel: isometrisch, gradueel naar conc, ec-xc, plyometrisch).
- obv beperkte activiteit: zeer functioneel:
bv. dragen van tas => isometrische oefeningen,
bv. trap opgaan => concentrische oefeningen
bv. sprinten: plyometrische oef met focus op power
Single-joint vs multi-joint
- gelijkaardige effecten krachttoename
- singlejoint bij: herstel musculaire disbalans =>agonist vs antagonist (agonist alleen trainen), spier trainen waarbij er probleem is met aansturing (bv. na zenuwletsel/pijninhibitie…)
- multijoint: tijdsefficiënt, minder materiaal nodig, specificiteit hoger ifv stoornis in activiteit
jonko
Eigenschappen van de te trainen spier
Spierkrachtcurve:
- beste resultaat wnr weerstandscurve spierkrachtcurve volgt
- zo in elke hoek spier uitgedaagd om max F te leveren
- max W waar F van spier maximaal is
- training met TA: touw loodrecht op bewegend segment in positie van max spierkracht
- training met halter: segment horizontaal in positie van max spierkracht
Spierkrachttest
resultaat:
- bepaalt welke manier van oefenen
2-3:
- actief geassisteerd nodig => Fz moet vermidneren voor gewenste #reps
- max assistentie op punt v spier zwakst, met TA horizontaal, Fz uitschakelen, behulp suspensie…
4-5:
- tegen licht-matige-hoge W
- spierkrachtcurve volgen => W grootst op punt spier sterkst
Test voor bepaling oefengewicht:
- obv 1RM, mag het gewicht geen 2e keer kunnen heffen
- in ideaal geval: kracht beperkende factor
- pijn: niet toegestaan, kan beperkende factor zijn
- belastbaarheid: indien te laag gevaarlijk
=> oefengewicht waarmee getraind wordt kiezen obv gewenste intensiteit
bv. snelkracht = <50%1RM => aantal reps: meer dan 50. T kiest gewicht waarmee P 50 reps kan doen. Indien dit niet lukt => hertest met nieuw gewicht tot gewenst aantal bereikt is.
Functioneel/activiteitsgericht trainen
- nodenanalyse => gehinderde activiteiten
- hulpvraag geïnventariseerd
- activiteiten ontleden : biomechanische analyse om te kijken naar wat nodig is om activiteit te fixen
- KO speceficieert + legt link stoornis-activiteit
- Eerste fase: functiegericht, later meer return to activity
- functioneel oefenen = bij vss doelstellingen toepassen, zoveel mogelijk aspecten moeten gelijken op de activiteit
( bv. gelijkaardige W, zelfde context (ondergrond, materiaal), zelfde snelheid vanbeweging…) - pijnvrij
Doel: mobiliteit verbeteren
- functionele mobiliserende oefeningen, minder analytisch
- analytisch = 1 bewegingsrichting, functioneel mobiliserend = in specifieke bewegingspatroon v activiteit uit ADL/sport
- einddoel in de gaten houden!
- zie voorbeeld endo
Doel: motorische controle MC on the beat
- bewegingspatroon verbeteren
- beweging preciezer en efficiënter
- relevant indien activiteitsgericht op ADL = functionele MC training
- neuromusculaire coördinatie: eerst finctiegericht, dan functioneel
- bv. enkel: eerst NMC functietraining: wobble board: leren aanvoelen wnr uit evenwicht, snellere reactie spieren om bij te sturen en evenwicht te bewaren, cocontractie etc. => winst in NMC, maar niet genoeg voor bv. volleybalspeler!
- volleybalspeler moet ook enkelstabiliteit trainen bij sprong en landing => FUNCTIONEEL/ACTIVITEITSGERICHT
- cognitieve vs dynamische systeemstheorie
TAAK DIENT ZO DICHT MOGELIIJK TEGEN ACTIVITEIT WAARIN MEN CONTROLE WILT WINNEN AAN TE LEUNEN
MC functioneel bij BL
Reiken op schouderhoogte:
* goede MC schouderspieren nodig: stabilisatie schouder, pols… + goede coördinatie nodig voor juiste hoogte te bereiken
* diverse pathologieën: gestoorde MC: neurologisch, schouderinstabiliteit…
* eerst analytisch schouderstabilisatie oefeningen
* daarna functionelere reikbewegingen
* variatie in opdrachten: bv. oog-handcoördinatie, reactiesnelheid, soort voorwerp, naar welke posities manipuleren, rest v lichaam…
* al dit obv specifieke noden P
Doel: kracht verhogen
- kan ook functioneler
- eigenschap van spier trainen die nodig is bij activiteit
- max F, power, krachtuithouding
- bv. krachtiger werpen: niet doseren volgens krachtuithouding => je wordt trager en minder explosief
- in dit geval functionele krachttraining gedoseerd op power met hoge of lage W, afh van voorwerp: kogelstoten vs badminton
- tas bodschappen in koffer: maximale kracht => lage reps, kracht hoog
Vragenlijst om spierkrachttraining zo functioneel/specifiek mogelijk te maken
- welke spier is aangedaan
- hoe werkt deze spier tijdens activiteit
- welke ROM
- methode om W te geven
- welke lichaamshouding
- welke snelheid
- wat is de basiskracht en wat nodig
- welke component v spierkracht is nodig
- welke andere spiergroepen