Leçon2: Soins en chambre Flashcards
verzorging op de kamer
soins en chambre
druppels
des gouttes
een verband
un pansement
een pijnstiller
un antidouleur
de kleur
le couleur
de wonde
la plaie
de draad
le fil
de hechting
le point
vloeistof
liquide
plakken
coller
dalen
baisser
helen
dichtgaan
se cicatriser
onderzoeken
examiner
verwijderen
enlever
kietelen
chatouiller
betten
tamponner
besmet raken
s’infecter
prikken
piquer
jeuken
démanger
krabben
gratter
zitten
s’asseoir
vlak naast elkaar
serré
nat
mouillé
dat is een goed teken
c’est bon signe
pijn hebben
avoir mal
hebt u goed geslapen?
vous avez bien dormi?
dat doet geen pijn
ça ne fait pas mal
ik heb er genoeg van…
j’en ai assez de…
de temperatuur opnemen
prendre la température
de bloeddruk opnemen
prendre la tension
koorts hebben
avoir de la fièvre
een geneesmiddel
un médicament
een tablet
un comprimé
een naald
une aiguille
een colbert
un veston
het probleem
le problème
de slagader
l’artère
nog nemen
reprendre
zich ontspannen
se décontracter
bewegen
bouger
spuiten
injecter
zich omdraaien
se retourner
verbieden
défendre
dun
fin
ernstig
sérieux
verboden
interdit
bang zijn
avoir peut
werken
= effect hebben
faire l’effet
alle 4 uur
om de 4 uur
toutes les 4 heures
het is in uw belang
c’est dans votre intérêt
iets anders
autre chose
door de mond
oraal
par voie orale
diep
profondément
snel
rapidement
zachtjes
voorzichtig
doucement