Leçon 1: L'accueil Flashcards
ontvangst
L’accueil
een spoedgeval
une urgence
de dienst
le service
de naam
le nom
de kamer
la chambre
een verdieping
un étage
het telefoonnummer
le numéro de téléphone
de kraaminrichting
la maternité
een röntgenfoto
une radiographie
de pols
le poignet
een afspraak
un rendez-vous
het laboratorium
le laboratoire
een bloedafname
une prise de sang
de verdediging
het verweer
de bescherming
la défense
het organisme
het lichaam
l’organisme
in het ziekenhuis opnemen
admettre
zich bevinden
se trouver
opzoeken
rechercher
bevallen
een kind op de wereld brengen
accoucher
geduld hebben
patienter
brengen
apporter
verlaten
quitter
(iemand) brengen
amener
ik zou graag
ik zou willen
je voudrais
blijf aan de lijn
- veuillez patienter
- rester en ligne
- ne quittez pas
een radiografie laten afnemen
passer une radio
past dat voor u?
- ça vous va?
- ça vous convient?
ik verbind u door met de dienst…
je vous passe le service…
ik verbind u door met…
je vous mets en communication avec…
u vormt het nummer 059…
vous faites le 059…
nuchter zijn
être a jeun
hij heeft 39° koorts
il a 39° de température
L’heure
il y a deux façons de dire l’heure en français
- Français parlé
- le système officiel
pas mélanger les deux systèmes
Français parlé
l’heure
- on compte deux fois 12 heures
- on utilise: et quart, et demie, midi, minuit
- à partir de…h35: on lit l’heure suivante moins le nombre de minutes
7h15: sept heures et quart
7h50 huit heures moins dix
Le système officiel
l’heure
- on compte 24 heures
- on additionne toujours le nombre de minutes après l’heure
7h15: sept heures cinquante-cinq
volgen
suivre
zich richten naar
se diriger
rechtdoor
tout droit
rechtsomkeer maken
fait demi-tour
de lift
l’ascenseur
de gang
le couloir
het secretariaat van de verdieping
le secrétariat d’étage
op het einde van
au bout de
iemand die samenwoont
un cohabitant
een gezinshelpster
une aide familiale
een verzorgster
une aide-soignante
een hulp in de huishouding
une aide-ménagère
de logopedie
l’orthophonie
een instelling
une institution
een wachtlijst
une liste d’attente
een wandelstok
une canne
een looprek
un déambulateur
een dieet
un régime alimentaire
de voeding
la nourriture
de bril
des lunettes
contactlenzen
des verres de contact
een hoorapparaat
un appareil auditif
een kunstgebit
un dentier
een pacemaker
un stimulateur cardiaque
een overtuiging
une conviction
een inspanning
un effort
cerebrovasculaire stoornissen
des troubles cérébrovasculaires
de schildklier
la glande thyroïde
de huismijt
l’acarien
kleefpleister
du sparadrap
een contrastmiddel
een contraststof
un produit de contraste
een bloedgroep
un groupe de sanguin
zorgen voor
(iemand/iets)
s’occuper de quelqu’un/quelque chose
slikken
avaler
moeilijk ademen
avoir du mal à respirer
teruggaan tot
remonter à
klaar
gedaan
voorbij
terminé
helder van geest
lucide
angstig
angoissé(e)
depressief
depressif/ve
godsdienstig
religieux(se)
geestelijk
spirituel(le)
buiten adem
essoufflé
van wacht
de garde
een enige zoon/dochter
un fils/fille unique
een rob
(rustoord voor bejaarden)
un maison de repos
thuisverpleging
des soins à domicile
palliatieve thuiszorg
des soins palliatifs
à domicile
te hoge bloeddruk hebben
souffrir d’hypertension
suikerziekte hebben
faire du diabète
stoelgang hebben
aller à (la) selle
een bed
un lit
de nachttafel
la table de nuit
juwelen
des bijoux
de bel
la sonnette
de bloedafname
la prise de sang
bezoek
de la visite
volgen
suivre
neerleggen
déposer
aansluiten
brancher
verwittigen
prévenir
snurken
ronfler
op slot doen
fermer a clé
waardevol
de valeur
op zijn gemak doen
faire à son aise
de pijn
la douleur
de buik
le ventre
de zuurstof
l’oxygène
een bloedafname
une prise de sang
een heelkundige ingreep
une intervention chirurgicale
intensieve zorgen
les soins intensifs
een behandeling
un traitement
opgenomen zijn
être admis
ademen
respirer
ondergaan
subir
het is nodig
iets aan te doen
il faut + inf
moeten
devoir
hersteld zij van…
être remis de + subst.
acuut
sterk
fort
zuurstof krijgen
être sous oxygène
bij iemand een infuus aanbrengen
mettre quelqu’un
sous perfusion
er beter uitzien
avoir meilleure mine
vertrouwen hebben
avoir confiance
(nog) onder de invloed
zijn van
être sous l’effet de
geen dank
il n’y a pas de quoi
moeilijk
difficilement
meerdere
verscheidene
plusieurs
afhankelijk van
selon