Leçon 7: Soins infirmiers - spécialisation en pédiatrie Flashcards
medische zorg
specialisatie kindergeneeskunde
soins infirmiers
spécialisation en pédiatrie
een tonsillectomie
une amygdalectomie
een armband
un bracelet
de pols
le poignet
een (kleine) ketting
une chaîne(tte)
een tablet
un comprimé
(een kledingstuk) aantrekken
enfiler
vastbinden
nouer
uittrekken
uitdoen
enlever
uitdoen
retirer
laten smelten
faire fondre
zich ontspannen
se détendre
(iemand, iets)
meenemen
emmener
overgeven
vomir
zich ongerust maken
s’inquiéter
in slaap brengen
verdoven
endormir
wakker worden
se réveiller
nuchter
à jeun
het hangt af van…
ça depend de…
de vordering van het programma
l’avancement du programme
braakneigingen hebben
avoir des nausées
tot je slaapt
jusqu’a ce que tu dormes
water zonder koolzuur
plat water
de l’eau plate
een korstje
une croûte
ijs
de la glace
warmte
la chaleur
het zonnebad
le bain de soleil
een voeding
une alimentation
de behandelend arts
(huisarts)
le médecin traitant
vermijden
éviter
zijn neus snuiten
se moucher
overgeven
vomir
het is beter om…
il vaut mieux
zacht (door voeding)
mou
lauw
tiède
overmatig
excessif
binnen
à l’interieur
de long
le poumon
neusdruppels
des gouttes nasales
slijm
des glaires
een inlichting
un renseignement
houden
garder
hoesten
tousser
een beetje diarree hebben
faire un peu de diarrhee
een dagje langer
un jour de plus
zonder dank!
il n’y a pas de quoi!
de wonde
la plaie
omhoogdoen
opheffen (voor kleren)
oprichten
relever
onderzoeken
examiner
ontsmetten
désinfecter
prikken
piquer
ontstoken raken
s’infecter
het zal een beetje koud aanvoelen
ça va faire un peu froid
het was niet zo erg
ce n’etait pas si grave