hoofdstuk 1 Flashcards
ecologische validiteit
mate waarin onderzoek conclusies toelaat over ‘natuurlijk’ voorkomen van gedrag van mensen dat ze in het echte leven ook tegenkomen.
retrospectieve vraag
vraag over gedachteloos gedrag in kort verleden.
onafhankelijke variabele
variabele waarvan men invloed op andere variabele nagaat, wordt gemanipuleerd
afhankelijke variabele
variabele die door onafhankelijke variabele wordt beïnvloed.
mudane realism
alledaagse realiteit -> laag bij experimenten
experimental realism
experimentele realiteit; experimentele situatie moet zo meeslepend zijn dat mensen erin opgaan en zich spontaan gedragen.
manipulatiechecks
metingen om te controleren of deelnemers in de beoogde situatie zijn terechtgekomen of het beoogde gedrag vertonen bij de ene steekproef; ook gebruikt om te kijken of andere variabelen onbedoeld mee gemanipuleerd zijn.
experiment
onderzoeksmethode waarmee we oorzakelijke verbanden proberen te toetsen.
hoofdeffect
uit statistische analyse blijkt dat een onafhankelijke variabele significant effect heeft over de condities van andere onafhankelijke variabelen heen.
binnen-proefpersoons-manipulatie
alle deelnemers in 1 groep blootstellen aan verschillende condities van onafhankelijke variabele in plaats van in groepen.
tussen-proefpersoons-manipulatie
willekeurig op toeval mensen toewijzen aan groep of conditie.
vraageffecten
deelnemers stellen gedrag af op wat ze menen dat onderzoeker wil vaststellen
=> oplossing: experimenteel realisme zo hoog mogelijk maken.
proefleidereffecten
invloed van onderzoekers (on)opzettelijk hebben op deelnemers
=> oplossing: dataverzameling laten doen door iemand die hypothese niet kent; duidelijke schriftelijke instructies;…
interactie-effect
effect van de ene onafhankelijke is afhankelijk van conditie van andere onafhankelijke variabele.
hogere-orde interactie
effect van onafhankelijke variabele afhankelijk van meerdere andere onafhankelijke variabelen.
hypothese
veronderstellingen die zouden kloppen als theorie klopt.
predictie
vertaling van hypothese naar concrete onderzoekssituatie.
contrabalanceren
systematisch variëren van variabele die niet onafhankelijk is, maar waarvan de onderzoeker vermoedt dat ze van invloed kan zijn op A.V.
- oplossing voor volgorde-effect
inductiefase van theorievorming
algemeen inzicht, theorie formuleren op basis van bepaalde specifieke bevindingen.
optreden van discrepanties (tussen gegevens en theorie) bij potentieel waardevolle theorie
- theorie is abstracter en dus algemener ( minder specifiek ) dan enkel in termen van geobserveerd gedrag
- gebruikte concepten zijn vaak analytischer dan verklaring op grond van bevindingen.
- theorie schuift mechanisme naar voor dat beschrijft welke manier gedrag tot stand komt
=> discrepanties heel nuttig voor onderzoek; geeft weer hoe theorie in deze specifieke fase van empirische cirkel zich verhoudt tot bevindingen, gegevens
=> hoe groter discrepanties, hoe waardevoller een theorie in potentie is
theorie toetsen
nieuwe hypothesen afleiden ( deduceren ) en voorspellingen doen over gedragingen die zich volgens huidige theorie zouden moeten voordoen.
pretest of pilootstudies/ vooronderzoeken
onderzoekers gaan bij een steekproef van deelnemers die vergelijkbaar zijn met deelnemers van eigenlijk onderzoek na of manipulatie inderdaad werkt
= pilootstudie; vooronderzoek
actor-observator bias
ons eigen gedrag schrijven we toe aan externe factoren, die van andere aan interne factoren
bv: slecht examen
↪ ik: leerkracht te moeilijk gemaakt! ↪ vriend: zal te weinig gewerkt
hebben