HC week 10 Flashcards

1
Q

BMI indeling kinderen vanaf 2 jaar:

A
  • Overgewicht: >25
  • Obesitas graad 1: >30
  • Obesitas graad 2: >35
  • Obesitas graad 3: >40
    BMI afkapgrenzen zijn ook afhankelijk van ethniciteit
    Buikomtrek speelt ook een rol bij definitie obesitas
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wicked problem obesitas

A

obesitas heeft heel veel lagen, maar obesogene omgeving is de grootste veroorzaker, niet individuele factoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Bewegingsrichtlijn kinderen

A
  • 1 uur per dag matig intensief
  • 3 keer per week spier- en botversterkende activiteiten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Comorbiditeiten bij obesitas:

A
  • DMII
  • Gewrichtsklachten
  • Vroege puberteit/PCOS
  • Leversteatose
  • Dyslipidemie
  • OSAS
  • Psychische klachten
  • Kanker
    In kinder stadium zijn deze risicofactoren nog reversibel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Onderzoek naar comorbiditeiten:

A
  • Lipiden
  • Glucose
  • Lever
  • Slaap apnoe
  • Verhoogde bloeddruk
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Aanpak obesitas bij kinderen:

A
  • Gecombineerde leefstijlinterventie: eten en bewegen
  • Soms farmacotherapie: liraglutide (>12 jaar)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Verwijzing naar kinderarts:

A
  • Bij ‘afwijkende’ waarden
  • Waarden buiten het referentie gebied voor leeftijd en geslacht
  • Glucose >5,6 mmol/l (nuchter)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Vaattumoren:

A
  • Bij geboorte 50% hemangiomen pre-cursor lesion
  • Na geboorte ontstaan
  • Hemangioom: groei-plateau-regressie
  • m/v: 1:3
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Vaatmalformaties:

A
  • Aanwezig bij geboorte
  • Proportionele groei
  • Geen spontane regressie
  • M/v: 1:1
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hemangiomen (benigne vaattumor):

A
  • Incidentie: 4-10%
  • Meer meisjes, prematuren (20-30%) en tweelingen
  • Lokalisatie:
  • hoofd-nek 60%
  • romp 25%
  • extremiteiten 15%
  • Solitair of multipel
  • Kan vlakke en diepe component hebben
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hemangioom – normaal beloop

A
  • Start na de geboorte: tenzij RICH of NICH
  • Uniek groei patroon met 3 fases: groeifase  stabiele fase  involutie fase
  • Spontane regressie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Complicaties hemangioom

A

Bij ca 25%

  • Functionele schade aan visus, gehoor of luchtweg
  • Ulceraties, bloedingen en pijn
  • Cosmetische schade
  • Cardiale belasting
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Behandeling hemangioom:

A
  • Meestal afwachtend: grijze vlekjes betekenen meestal bijna voorbij
  • Alarmerende hemangiomen meteen behandelen
  • Topicale therapie (sclerotherapie): met vasoactieve stoffen (timolol) alleen bij oppervlakkige laesies van het oog
  • Systemisch:
    o Corticosteroïden: pulse therapie
    o Bètablokker: geïndiceerd bij complicaties, atenolol>propanolol, niet obv cosmetiek
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

PHACES syndroom:

A
  • Posterieure fossa abnormaliteiten
  • Hemangioom
  • Arteriële abnormaliteiten
  • Cardiale abnormaliteiten
  • Oog abnormaliteiten
  • Sternum klieving
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Tufted angioma:

A
  • Kan pijn doen
  • Meestal voor 5e levensjaar
  • Klinisch: paarsrode vlekken op bovenlichaam, nek, schouder, gelaat
  • Langzame groei
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Kaposiform hemangio endothelioom:

A
  • Anemie, hemolyse, trombocytopenie
  • Transfusie als behandeling maar versterkt ook groeiproces
  • Eerste instantie behandeling met vincristine, later met sirolimus
  • Goedaardige tumor, kan dodelijk zijn door complicaties
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Maligne tumor:

A
  • Meestal primitieve neuro-ectodermale tumor
  • Eerder bloeden
  • Donkerder
  • Glanzend aspect
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Capillaire malformatie: naevus flammeus:

A
  • Kan geassocieerd zijn met syndromen
  • Persisterend, begint roze en verkleurt naar paars
  • Behandeling: lasertherapie, succesvoller op jonge leeftijd
  • Sturge-Weber: capillaire malformaties + glaucoom + vaatmalformaties hersenen
  • Cutis marmorata telangiectatica congenita: reticulair, moeilijk te genezen wonden, over- of ondergroei van ledematen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Lymfatische malformatie:

A
  • Maculae en vesikels
  • Lijken op waterwratjes
  • Complicaties: erysipelas, ulceratie, infectis
  • Microcysteus: bleomycine
  • Macrocysteus: leegzuigen en picibanil
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Veneuze malformaties:

A
  • Oppervlakkig op diep
  • Lijken op spataderen
  • Verergering bij verkoudheid of begin/einde puberteit
  • Therapie: sclerosering en/of chirurgie
  • Complicatie: tromboflebitis of trombose
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Arterioveneuze malformaties:

A
  • Veel pijn
  • Warme laesies
  • Thrills en souffles voelbaar
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Bijkomende problemen vaatanomalieën:

A
  • Stollingsproblemen
  • Scoliose
  • Macrodactylie
  • Syndactylie
  • Lymfoedeem
  • Ulceraties/bloedingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Proteus syndroom

A

capillaire malformatie + veneuze of lymfatische malformatie met asymmetrische somatische overgroei

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Inborn errors of metabolism zijn aangeboren defecten van

A
  • Enzymen
  • Membraan transport eiwitten
  • Cofactoren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Indeling metabole ziekten obv substraten:

A
  • Stoornissen van intermediaire stofwisseling (omzetting voedingsstoffen)
  • Stoornissen van neurotransmitterstofwisseling
  • Stoornissen van biosynthese en afbraak complexe moleculen
26
Q

Indeling op basis van biochemie:

A
  • Aminozuurmetabolisme
  • Koolhydraatmetabolisme
  • Vetzuurmetabolisme
  • Lysosomale stapelingsziekten
  • Mitochondriale stoornissen
  • Peroxisomale stoornissen
27
Q

Fenylketonurie (PKU):

A
  • Stoornis in aminozuurmetabolisme
  • Kliniek: verstandelijke beperking, blond haar en lichte huid, microcefalie, epilepsie, spasticiteit
  • Mutaties in PAH gen waardoor phenylalanine hydroxilase deficiënt is
  • Hierdoor wordt phenylalanine niet omgezet naar tyrosine en stapelt, dit geeft toxische effecten
  • Behandeling: phenylalanine-arm dieet en tyrosine suppletie
28
Q

BH4 synthese defecten:

A
  • Stoornis in neurotransmittersynthese
  • Dit geeft deficiëntie in cofactoren en enzymen die te maken hebben met omzetting phenylalanine tot tyrosine
  • Geeft klachten vergelijkbaar met PKU
29
Q

Ziekte van biosynthese en afbraak van complexe moleculen – functie per organel:

A
  • Endoplasmatisch reticulum: biosynthese van secretie-eiwitten (antistoffen, hormonen etc)
  • Plasma membraan: transport en signaaltransductie
  • Golgi-apparaat: glycosylering en post-translationele modificatie van eiwitten
  • Lysosoom: afbraak van complexe suikers, glycolipiden, sterolen en glycoproteïnen
  • Peroxisoom: afbraak en synthese van zeer lange keten vetzuren
  • Mitochondrion: ATP synthese, vetzuren, O2 radicalen
30
Q

Mucopolysaccharidose:

A
  • Lysosomale stapelingsziekte
  • Lysosoom functioneert niet goed  grote suikers stapelen  veroorzaken schade
  • Vacuole in cellen
  • Symptomen als gevolg van stapeling, door het hele lichaam
  • Dysmorfie, verandering uiterlijk, overbeharing, macrocefalie, groeiafwijking, organomegalie, neurologische klachten
31
Q

Ziekte van Zellweger:

A
  • Peroxisomale ziekte
  • Stapeling van zeer lange keten vetzuren in lichaam
  • Ernstig ziek en vaak vroege sterfte
  • Kenmerken: niet sluitende fontanel, epilepsie, spierslapte, skeletafwijkingen, oogproblemen, niercysten, hepatomegalie, doofheid, hersenaanlegstoornissen
32
Q

Wanneer aan stofwisselingsziekte denken:

A
  • Problemen in groei en ontwikkeling
  • Progressieve klachten of achteruitgang
  • Positieve familieanamnese
  • Opvallende bevindingen bij LO
  • Acute ontregeling / bewustzijnsdaling bij eerder gezonde patiënt bij intercurrente infectie
33
Q

Menkes kinky hair disease:

A
  • X-gebonden recessieve overerving
  • Probleem in koper metabolisme
  • Achterstand psychomotore ontwikkeling
  • Spierslapte, epilepsie, oogcontact verlies
  • Afwijkende haargroei
34
Q

X-gebonden metabole ziekten:

A
  • Geen symptomen bij draagsters: ziekte van Menkes, Hunter, Lesch-Nyhan, X-linked ichyose, G6PD deficëntie
  • Soms symptomen bij draagsters: ziekte van Fabry, creatine transporter defect, X-ALD, OTC
35
Q

Metabole ziekten met mitochondriële overeving:

A
  • Let op bij myopathie, gehoorverlies
  • Ligt aan hoeveelheid aangedane mitochondriën
  • Mitochondriële aandoening presenteert zich het meest in organen die veel energie verbruiken
36
Q

Lichamelijk onderzoek bij verdenking op metabole ziekten:

A
  • Micro- of macrocefalie
  • Organomegalie
  • Neurologische klachten: achterstand, hypo/hypertonie, ataxie, dystonie, epilepsie
  • Groeistoornis / skeletafwijkingen
  • Uiterlijke kenmerken / dysmorfieën
  • Verandering van uiterlijke kenmerken
37
Q

Stofwisselingsziekten uiting:

A
  • Voor de geboorte: soms
  • Na de geboorte: vaak
  • Kinderleeftijd: vaak
  • Volwassen leeftijd: soms
38
Q

Hydrops foetalis:

A
  • Oedeem van minimaal 2 componenten: pleura, pericard, abdomen, huid
  • Veel mortaliteit
  • Voor de geboorte ontstaan
  • Kan door stofwisselingziekte maar ook door andere genetische oorzaken
39
Q

Maternale PKU:

A
  • Kan leiden tot afwijkingen bij foetus: ontwikkelingsachterstand, breinaanlegstoornissen, hartdefecten
  • Moeder 8 weken preconceptie lage Phe waarde
  • Strenge controle via internist
40
Q

Alkaptonurie:

A
  • Klachten: toenemende rugpijn, artrose, verkalking oorkraakbeen, zwarte verkleuring huidplooien, donkere verkleuring urine aan lucht
  • Volwassen leeftijd
  • Tyrosine wordt niet verder afgebroken na homogentisinezuur
41
Q

Beloop metabole ziekten:

A
  • Acuut: coma, suf, motore stoornis
    o Non-ketotische hypoglycemie agv MCADD, kan vetzuren niet afbreken tijdens vasten
  • Intermitterend: ontregeling ivm intercurrerende ziekte / stress
    o Glutaar acidurie type 1: omzettingsprobleem lysine en tryptofaan, bij koorts erger
  • Chronisch: knik in ontwikkeling, sneller bij kinderen dan bij volwassenen
42
Q

Diagnose van metabole ziekte:

A
  • Goede anamnese en LO
  • Metabolieten onderzoek in urine, bloed of liquor
  • Transport en enzymactiviteit bepaling
  • Evt DNA-onderzoek
43
Q

Therapie metabole ziekte:

A
  • Behandeling acute metabole decompensatie
  • Wegvangen toxische stoffen
  • Dieet aanpassing
  • Enzymvervangende therapie
  • Gentherapie
44
Q

Preventie en erfelijkheidsadvies:

A
  • Neonatale screening: hielprik
  • Counseling pre-nataal
  • Erfelijkheidsadvies
45
Q

Major congenitale afwijking:

A

levensbedreigend, uitgebreide chirurgie of ernstig cosmetisch effect

46
Q

Diagnostiek congenitale afwijkingen:

A
  • Non-invasief: echo (2D en 3D), MRI
  • Invasief: maternaal bloedonderzoek, vlokkentest, vruchtwaterpunctie
  • Specifiek: infecties, chromosoom/DNA afwijkingen, stofwisselingsziekten, mitochondriaal
47
Q

Mogelijkheden en beperkingen prenataal onderzoek:

A
  • Detectie van ca 50% major afwijkingen
  • Invasieve diagnostiek geeft zekerheid met risco
  • Zet ouders voor keuze
48
Q

Postmortaal onderzoek bij:

A
  • Zwangerschapsafbrekingen
  • Intra-uteriene vruchtdood
  • Neonaten
  • Oudere kinderen
49
Q

Voorwaarden kinderobductie:

A
  • Natuurlijke dood (anders naar forensisch instituut)
  • Toestemming nabestaanden voor: lichaam, schedel, ogen, gebruik voor onderzoek
50
Q

Handelingen bij obductie:

A
  • Uitwendige inspectie
  • Inwendige inspectie
  • Controleren anatomische verbindingen
  • Uitnemen organen en weefsels voor microscopie
  • Afname weefsel voor AO
  • Terugplaatsen organen (behalve hersenen)
  • Sluiten lichaam en schedel, aankleden
51
Q

Beeldvormend onderzoek postmortem:

A
  • Röntgen: alleen verbeende delen zichtbaar
  • MRI: weke delen goed beoordeelbaar, resolutie niet optimaal, postmortale veranderingen moeilijk te interpreteren
52
Q

Bij lymfeklier in de hals altijd:

A
  • In de keel kijken: kijken naar tonsillen
  • Pt plat laten liggen: als dit moeite geeft evt ook klieren in mediastinum
53
Q

Epidemiologie / feiten over kanker bij kinderen:

A
  • Ca 600 kinderen per jaar krijgen kanker in Nederland.
  • Niet academisch kinderarts ca 2-3 kinderkankerdiagnoses per jaar
  • Genezingspercentage in het algemeen is rond de 85% (sterk verbeterd sinds chemotherapie)
54
Q

Tumoren kinderleeftijd:

A
  • Blastoom = tumor die uitgaat van embryonaal weefsel
  • Sarcoom = tumor die uitgaat van steunweefsel
  • Wilms tumor = nefroblastoom
  • Leukemie
  • Meest voorkomende vorm van kinderkanker is acute lymfatische leukemie.
55
Q

Ontstaan van kindertumoren:

A
  • Genetische afwijking
  • Multiple hit model
  • Familiair (ca 10%)
  • Virale infecties
  • Straling
56
Q

Verschillen kinderkanker en volwassenen:

A
  • Bij kinderen is de oorzaak veel vaker onbekend dan bij volwassenen.
  • Tumoren op kinderleeftijd hebben een veel kortere verdubbelingstijd en groeien dus sneller: zijn hierdoor wel veel gevoeliger voor chemotherapie
57
Q

Lymfeklierzwellingen verder kijken:

A
  • (Te) grote klier
  • Persisterend voor 4-6 weken
  • Progressief
58
Q

Non-hodgkin lymfoom bij kinderen symptomen:

A
  • Afhankelijk van locatie
  • Bolle buik
  • Benauwdheid
  • Klieren
  • Obstructie
  • Snelgroeiend
59
Q

Symptomen HL:

A
  • Lymfeklierzwelling
  • Nachtzweten
  • Afvallen
  • Jeuk
  • Koorts
  • Langzamer groeiend
60
Q

NHL vs HL:

A
  • Allebei ca 25% vd leukemie
  • Leeftijd: NHL alle leeftijden, HL > 10 jaar
  • Duur behandeling: 4-6 maanden, NHL vooral klinisch en HL vooral poliklinisch
61
Q

Bijwerkingen en complicaties kinderkanker en behandeling:

A
  • Infecties
  • Gastro-intestinaal: voedingsproblemen, gewichtsverlies/adipositas, obstipatie, pancreatitis
  • Endocrien: diabetes
  • Botten: osteoporose/necrose
  • Neurologisch: neuropathie, hersenbloeding, convulsies
  • Hematologisch: anemie, trombopenie, stollingsstoornis
  • Cardiaal: hypertensie, hartfalen
  • Groeivertraging
62
Q

Lange termijn effecten kinderkanker:

A
  • 5 jaar na diagnose over naar Later poli
  • Bij ALL: nierfunctie, leverfunctie, cardiale functie, bewegingsapparaat, groei