B2 Flashcards
Wat is de veiligheidscultuur ?
Definitie: De houding, waarden, aannames, percepties en
gewoonten van de leden van de organisatie hoe zij
omgaan met veiligheidsrisico’s en hierna kijken.
De veiligheidscultuur is een onderdeel van de organisatiecultuur.
wat zijn kenmerken van een goede veiligheidscultuur ?
Transparantie (informatie en communicatie)
Wederzijds vertrouwen
Rechtvaardigheid (denk aan melden van incidenten)
Flexibiliteit
Lerende houding
Vastgelegde normen en regels
Bewustzijn
Prioritering
welke 6 fases heb je als Organisatieverandering als autonoom proces plaatsvindt
fase 1 pioniers fase
fase 2 management fase
fase 3 decentralisatie fase
fase 4 standaardisatie fase
fase 5 samenwerking fase
fase 6 ondernemers fase
Ook als je niets doet veranderen organisaties, ze ontwikkelen.
Organisatieverandering als gevolg van implementatie wat houdt dit in ?
Organisaties veranderen ook als gevolg van (verbeter)plannen: implementeren van veiligheidsmaatregelen/procedures
Implementatie is: de invoering van iets nieuws denk aan nieuwe werkwijze, nieuwe systemen, nieuwe verantwoordelijkheden
Planmatige organisatieverandering (Lewin)
welke drie organisatieveranderingen kennen we hierin ?
Ontdooien: motivatie creëren om te veranderen. Bijvoorbeeld door het aanpassen van het krachtenveld.
Verschuiven: het leren van nieuw gedrag. Medewerkers vinden een nieuw evenwicht, leren omgaan met de nieuwe situatie.
Bevriezen: het bestendigen van nieuw gedrag. Medewerkers wennen
uiteindelijk aan het nieuwe evenwicht.
welke twee weerstanden kennen we bij organisatieverandering
Weerstand op organisatieniveau
* te beperkte blik op verandering
* structurele inertie of groepsinertie (streven naar stabiliteit)
* bedreigde expertise
* bedreigde macht
* toewijzing van middelen
Weerstand op individueel niveau
* gewoonte
* veiligheid
* economische factoren
* angst voor het onbekende
* gebrek aan bewustheid
* sociale factoren
Hoe ga je om met Weerstandsvermindering begeleiden van verandering
Inzicht in de achtergronden van weerstand helpt bij het kiezen van de juiste interventie:
* COMMUNICATIE!
* participatie en betrokkenheid
* faciliteiten en ondersteuning
* onderhandeling en instemming
* manipulatie en coöptatie (let op: groot afbreukrisico)
* dwingen