A7 Flashcards

1
Q

welke 4 groepen gebruik je bij een organisatiestructurering ?

A

Taken

Functies

afdeling

Organisatiestructuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is spanwijdte ?

A

aantal medewerkers aan wie men direct leiding geeft
(horizontale dimensie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is spandiepte ?

A

alle medewerkers aan wie men direct en in
de lagen daaronder (indirect) leidinggeeft

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

benoem de 4 Organisatietyperingen F, M, P,G

A

F=Functionele indeling
M=Markt indeling
P=Product indeling
G=Geografische indeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

noem voor en nadelen van de functionele indeling

A

Voordelen van een F-indeling
* medewerkers kunnen zich specialiseren

  • hoger en lager personeel is rond een functie georganiseerd. Men kan dus van elkaar leren
  • informatie en besluitvorming kunnen centraal plaatsvinden

Nadelen van een F-indeling
* een taak kan saai worden door een te ver doorgevoerde functionele splitsing van werkzaamheden

  • elke functie is een eigen afdeling (verkoop, marketing) en kan een eiland worden
  • de managers zien telkens maar een onderdeel van de bedrijfsvoering

voorbeeld functionele indeling: koninklijke Grolsch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

noem voor en nadelen van de Markt indeling

A

Voordeel van M-indeling:
* alle aandacht naar één groep klanten

Nadelen van een M-indeling
* verschillende functies worden dubbel uitgevoerd

  • afdelingen profiteren niet van elkaars kennis en voorzieningen
  • het kan een ingewikkelde zaak worden om de verschillende afdelingen te coördineren.

Voorbeeld mark indeling: KNVB

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

noem voor en nadelen van de Product indeling

A

Voordelen P- indeling
* de medewerkers kennen het product door en door

  • de afdeling kan dichter bij klant of leverancier staan
  • medewerkers zien alle stappen in het productieproces en hebben er controle over

Nadelen P-indeling
* door voor elk product een afdeling op te richten kunnen er dubbele
werkzaamheden verricht worden

  • het assortiment en de hele productlijn moeten door het management op elkaar afgestemd zijn
  • kennis en oplossing blijven beperkt tot één afdeling

voorbeeld product indeling: takken van Defensie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

noem voor en nadelen van de Geografische indeling

A

Voordeel van G-indeling:
* de afdelingen kennen de regio of het land met al zijn gebruiken,
feestdagen en dialecten

Nadelen van G-indeling:
* functies worden dubbel uitgevoerd
* afdelingen profiteren niet van elkaars kennis en voorzieningen
* de verschillende afdelingen kunnen moeilijk gecoördineerd worden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

benoem de 7 configuraties van mintzberg

A
  • Ondernemersorganisatie
  • Machineorganisatie
  • Professionele organisatie
  • Gediversifieerde organisatie
  • Innovatieve organisatie
  • Missionaire organisatie
  • Politieke organisatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Benoem van de Ondernemersorganisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Strategische top (eigenaar van de winkel)
Primair coördinatiemechanisme: Direct toezicht

voorbeeld: dit is meestal een kleine winkel waar de eigenaar zelf werkt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Benoem van de Machineorganisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Technostructuur

Primair coördinatiemechanisme: Standaardisatie van arbeidsprocessen

voorbeeld: mac donalds of andere fastfoodketens

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Benoem van de Professionele organisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Operationele kern

Primair coördinatiemechanisme: Standaardisatie van
bekwaamheden

voorbeeld: hogescholen/ziekenhuizen/architectenbureaus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Benoem van de Gediversifieerde organisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Middenkader

Primair coördinatiemechanisme: Standaardisatie van
resultaten

voorbeeld: Philips

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Benoem van de Innovatieve organisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Ondersteunende staf

Primair coördinatiemechanisme: Onderlinge afstemming

voorbeeld: thuisbezorgt / modehuizen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Benoem van de Missionaire organisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Ideologie

Primair coördinatiemechanisme: Standaardisatie van
normen

voorbeeld: Kloosters / goeie doelen organisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Benoem van de Politieke organisatie het
Dominant organisatiedeel & Primair coördinatiemechanisme

A

Dominant organisatiedeel: Er is hier Geen

Primair coördinatiemechanisme: Er is hier Geen

voorbeeld: Politieke partijen

17
Q

Wat is Omspanningsvermogen

A

Aantal medewerkers dat je aankunt als leidinggevende