Astma en COPD Flashcards
Astma
Chronische, inflammatoire luchtwegaandoening. Luchtwegreactiviteit, overmatige gevoeligheid, leidt tot optredende kortademigheid, hoesten en piepen (luchtweghyperreactiviteit). Er is een reversibele luchtwegvernauwing daardoor ontstaat kortademigheid en alveoli zijn normaal. De reactie wordt veroorzaakt door triggers.
Persoonsgebonden factoren (genetische aanleg, geslacht en obesitas) en omgevingsfactoren
Verschillende fenotypes van astma
Th2-high-phenotype: maak onderscheid tussen early-onset: klachten al vanaf jonge leeftijd, allergische symptomen en goede reactie op corticosteroïden. En late-onset: volwassen, sinusitis beeld, goede reactie op anti-IL5 en leukotriene modifiers.
Th2-low-phenotype: obesitasgeraleerd (adolescenten en ouderen, vooral vrouwen. Ernstige symptomen, goede reactie op gewichtsreductie en antioxidanten) en neutrofiel gemedieerd (volwassen, lage FEV1 en airtrapping, goede reactie op macrolide antibiotica).
Bloedonderzoek bij astma
Eosinofielen, IgE en RAST (radioallergosorbent test).
Bronchiale hyperreactiviteit
Mist, rook en koude lucht zijn triggers voor aspecifieke hyperreactiviteit. Die kan je meten met histamine- of metacholineprovocatietest. Longfunctie meten na inademing van een van die stoffen.
Medicatie behandeling astma
Eerste stap is een kortwerkende luchtwegverwijder. Onvoldoende werking: inhalatiecorticosteroïden, en als dat niet helpt: langwerkende beta-2agonisten.
Behandeling acute astma aanval
Er is sprake van O2 tekort, dus zuurstof toedienen, ook systemisch corticosteroïden geven. stootkuur prednison.
Verhoogde pCO2 is alarmsymptoom (teken van uitputting).
COPD
Chronische obstructieve bronchitis (luchtwegaandoening) en emfyseem (alveoli aandoening) vallen hieronder. Bij COPD is sprake van een persisterende luchtwegobstructie die gewoonweg progressief is en geassocieerd met versterkte inflammatoire respons van luchtwegen en longen.
Risicofactoren COPD
Roken, stoffen en chemicaliën uit de industrie, luchtverontreiniging, voeding, infecties, sociaaleconomische status en vergrijzing.
Waar heeft roken effect op
Grote luchtwegen: toename slijmproductie en chronische ontsteking en metaplasie en/of epitheeldysplasie
Kleinere luchtwegen: proliferatie slijmbekercellen, ontsteking en/of dysplasie en mogelijk fibrose
Parenchym: littekenweefselvorming.
Chronische bronchitis
Klieren in luchtwegen zijn overmatig aanwezig en maken taai slijm. Er zijn nauwelijks trilharen en er zijn ontstekingscellen in de submucosa. Longparenchym wordt aangetast waardoor alveoli tussenschotten verdwijnen en terminale luchtwegen groter worden.
Emfyseem
Weefseldestructie, permanente beschadiging van de alveoli waardoor verminderde O2 en CO2 uitwisseling. Uitademingsstoornis op basis van 3 processen: luchtwegvernauwing, dynamische compressie van de luchtwegen en verminderde elastische recoil.
Immunologie COPD
Sigarettenrook zorgt voor activatie van epitheelcellen. Fibroblasten worden geactiveerd, leidt tot fibrosering. Macrofagen worden ook geactiveerd, verandering enzymen treedt op en epitheel alveoli wordt afgebroken en emfyseem ontstaat. Ook hypersecretie van mucus
Klachten COPD
Kortademigheid en/of hoesten, met of zonder opgeven van slijm, piepen en/of bronchiale hyperreactiviteit. Maar klachten zijn niet specifiek voor COPD.
Bij LO zie je tonvormige thorax, getuite lippen en laagstaande longgrenzen bij palpatie en percussie.
X-thorax bij COPD
Laagstaand diafragma, vergroot longvolume en retrosternale ruimte bevat meer lucht
Gold classificatie
Stadium 1: milde COPD, FEV1/FVC<0,7 en FEV1≥80% voorspeld
Stadium 2: matige COPD, FEV1/FVC<0,7 en FEV1 tussen 50 en 80% voorspeld
Stadium 3: ernstige COPD, FEV1/FVC<0,7 en FEV1 tussen 30 en 50% voorspeld
Stadium 4: zeer ernstige COPD, FEV1/FVC<0,7 en FEV1 <30% voorspeld
Behandelingsdoelen COPD
Exacerbaties verminderen, verlichten symptomen, zorgen voor lagere hyperreactiviteit, vertragen achteruitgang, betere kwaliteit van leven en langere levensduur.
Behandeling COPD
Stoppen met roken, bronchodilatatie (B-sympathicomimetica (SABA/LABA) of anticholinergica (SAMA/LAMA)) inhalatiecorticosteroïden, begeleiding longverpleegkundige en eventueel fysiotherapie en diëtiste
Exacerbaties COPD
Kunnen veroorzaakt worden door bacteriële of virale infecties, hartfalen, luchtvervuiling, therapie ontrouw, stress of onbekende oorzaak.
Behandeling exacerbatie COPD
Corticosteroïden, zoals systemisch prednison (30mg-5 dagen). Ook bronchodilatoren en stoppen met roken.
Pursed lip breathing
Inademen door de neus met gesloten mond. Dan met geperste lippen uitademen. Zo kan meer positieve druk worden opgebouwd in longen en blijven die meer open staan en is er minder dode ruimte ventilatie bij COPD.
Emfyseem en chronische bronchitis
Emfyseem: longen worden steeds minder elastisch. Tussenschotjes tussen longblaasjes gaan weg, longen worden slap. Uitwisseling zuurstof tussen ingeademde lucht en bloed gaat slechter. Er is een diffusiestoornis
Chronische bronchitis: bronchiën zijn steeds ontstoken. Verandering in luchtwegwand: toename ontstekingscellen die slijm produceren. Obstructie met air-trapping.
3 soorten piepen bij astma
Atopisch piepen: bij kinderen met astma, zij reageren op allergenen en hebben obstructie bij spirometrie. Multi-trigger wheeze
Niet-atopisch piepen: komt voor bij virale infectie met bronchiale hyperreactiviteit. Als geen infectie, dan piep je ook niet
Transient early wheezing: bij kinderen met pre-existente kleine luchtwegen (door vroeggeboorte of moeder rookt tijdens zwangerschap). Happy wheezers.
Uitslagen spirometrie als sprake van astma
Tijdens klachten periode zonder medicatie is er sterk verminderde FEV1(<0,7 van FVC) en holle FV curve. Vergelijken met longfunctie na luchtwegverwijder als >12% verbetering FEV1 is er een reversibele obstructie. Er is een piepende ademhaling met verlengd experium en verhoogde ademhalingsfrequentie
In principe geen afwijkingen tijdens klachtenvrije periode
Waar moet je opletten bij lichamelijk onderzoek van COPD
Gebruik hulpademhalingsspieren, tonvormige thorax, ademfrequentie, trommelstokvingers, cyanose, getuite lippen en horloge glas nagels. Ook luisteren naar harttonen.
Onderscheid in 2 groepen expiratoir piepen bij kinderen
Episodisch viraal piepen: virale infecties bovenste luchtwegen, gaat over. Bij kinderen<6 jaar
Multiple trigger wheezing: uitgelokt door factoren als inspanning, sigarettenrook etc. gaat vaak niet over. Bij kinderen>6 jaar.
Aanvullend onderzoek astma als kind<1 en spirometrie dus niet kan
RAST en IgE: RAST is bloedtest waarmee je kan bepalen waar iemand allergisch voor is.
Salbutamol toedienen en kijken of dan afname is van verlengd expirium
Thoraxfoto: alleen doen als iemand terugkeert.
Opties als jong kind bij huisarts komt met astmatische klachten
Kleine luchtwegen (oorzaak bij meerendeel kinderen), atopische aandoening of een niet-atopische aandoening (rond kind veel klachten, maar groeien hier later overheen).
Medicamenteuze behandeling astma
B2-agonist (salbutamol), inhalatiecorticosteroïd (BUD/BDP en FD/BDP). Voor kinderen tot 3 jaar geef je dosisaerosol met voorzetkamer en gezichtsmasker.
Verschil tussen astma en COPD
Astma is IgE gerelateerd en gaat gepaard met een eosinofiele ontsteking dus behandelen met corticosteroïden
COPD is een neutrofiele ontsteking, aandoening van alveoli. Corticosteroïden hebben hier geen invloed op neutrofielen, dan luchtwegverwijders geven. ontstekingsremmers geven bij exacerbaties.
Aanvullend onderzoek COPD in eerste lijn
Spirometrie (voor en na bronchodilatatie)
X-thorax
BNP/NT-proBNP
Beleid COPD als inhalatiemedicatie nodig is
- Starten met SABA (kortwerkende luchtwegverwijder), dan andere kortwerkende luchtwegverwijder (SAMA) ter vervanging of toevoeging
- Langwerkende luchtwegverwijder, LABA, ter vervanging kortwerkend
- Combi van LABA en LAMA
- Inhalatiecorticosteroïden alleen bij meer dan 2 exacerbaties in voorgaande jaar ondanks medicatie.
Exacerbatie COPD
Dyspneu in rust, moeite uitspreken volzinnen en niet plat kunnen liggen. Hoge ademarbeid (hoge ademfrequentie of gebruik hulpademhalingsspieren), versnelde hartslag (>100/min) en saturatie <92%.
COPD fenotypes
Blue bloater: luchtwegvernauwing met veel kortademigheid, veel sputum en veel hoesten. Patiënt heeft vaak overgewicht
Pink puffer: magere patiënt, weinig spiermassa en longemfyseem
2 soorten types met betrekking tot de adaptatie van COPD
Onderpresteerder: wordt bang en gaat van alles vermijden als inspanning. Daardoor dyspneu, moe en lamlendig.
Overpresteerder: gaat in ontkenning en wilt conditie verbeteren. Dan overbelasting, oververmoeid en dan dyspneu.
Doelen longrevalidatie
Minimaliseren symptomen, optimaliseren inspanningsvermogen, promoten autonomie, verbeteren kwaliteit van dagelijks leven, verbeteren participatie in dagelijks leven en verbeteren lange termijn gedrag.