2 Het Eten Flashcards
The potato
De aardappel
To strain / filter
Afgieten
To finish
Afmaken / afronden
General
Algemeen
Meanwhile
Alvast
The apple
De appel
The apple juice
Het appelsap
The preparation
Bereidingswijze
Refined / cultured
Beschaafd
To decide
Beslissen
To sprinkle with
Bestrooien
Occupied
Bezet
The occupation
De bezetting
The steak
De biefstuk
The lightning
De bliksem
The kale, borecole
De boerenkool
Angry
Boos
The plate
Het bord
The butter
De boter
To burn
Branden
The mushroom
De champignon
The dish of the day
De dagschotel
To be fond of, to like
Dol zijn op
Honestly said
Eerlijk gezegd
Enjoy your meal
Eet smakelijk
The pub
Het eetcafe
The end
Het einde
Somewhere else
Ergens anders
The pea soup
De erwtensoep
Let me see
Even kijken
Potentially
Eventueel
The public holiday
De feestdag
The tip
De fooi
Fresh
Fris / vers
The dish
Het gerecht
Greedy, stingy
Gierig
Salty, savoury
Hartig
Hot, spicy
Heet, pikant, pittig , scherp
The ice cream
Het ijs
The menu
De kaart
The cheese platter
Het kaasplankje
The choice
De keuze
The cabbage
De kool
To season
Kruiden
The mixture
Het mengsel
The mouth
De mond
To your taste
Naar smaak
The dessert
Het nagerecht
The nose
De neus
To fetch
Ophalen
The education
De opleiding
To watch out
Oppassen
The pot
De pan
The parsley
De peterselie
The paprika
Het paprikapoeder
Just, only
Pas
The slice
De reep
The bill
De rekening
To make reservation
Reserveren
To stir
Roeren
The beef
Het rundvlees
To poor
Schenken
To serve
Serveren
To taste
Smaken
To cut
Snijden
Some
Sommige
To save money
Sparen
The bacon
Het spek
To mash
Stampen
The baguette
Het stokbrood
While
Terwijl
To add
Toevoegen
To treat, indulge
Trakteren
The stair
De trap
To go out to eat
Uit eten gaan
To earn
Verdienen
To heat
Verhitten
To celebrate
Vieren
As a starter
Vooraf
The starter
Het voorgerecht
To preheat
Voorverwarmen
The sausage
De worst
The carrot
De wortel
Sweet
Zoet
Salty
Zout
Sour
Zuur