2 De Jeugd Flashcards
On the other hand
Aan de andere kant
The strawberry
De aardbei
To depend on
Afhangen van
All kinds of
Allerlei
The device
Het apparaat
The happiness
De blijdschap
The grade / number
Het cijfer
To pass (time)
Doorbrengen
To push
Duwen
One by one
Een voor een
Edible
Eetbaar
The island
Het eiland
Electric
Elektrisch
To happen
Gebeuren
The event
De gebeurtenis
The family life
Het gezinsleven
The healthcare
De gezondheidszorg
To grow
Groeien
To hail
Hagelen
To remember
Zich herinneren
To need to / have to
Hoeven
The host
De hostie
The youth
De jeugd
The kitchen floor
De keukenvloer
The colorant
De kleurstof
The fridge
De koelkast
The queen
De koningin
To show
Laten zien
The sky, the air
De lucht
The stomach
De maag
The middle ages
De middeleeuwen
Misty, foggy
Mistig
Wet
Nat
Clear, cloudless
Onbewolkt
The thunderstorm
Het onweren
Suddenly
Opeens
The palace
Het paleis
To rain
Regenen
The leftover
Het restje
Rich
Rijk
The wheelchair
De rolstoel
To shine
Schijnen
Clean
Schoon
To be startled, scared
Schrikken
To snow
Sneeuwen
The soldier
De soldaat
To storm
Stormen
When
Toen
Proud
Trots
Finally
Uiteindelijk
The pig
Het varken
Safe
Veilig
To tell
Vertellen
To fly
Vliegen
The nutrition
De voeding
To blow (wind)
Waaien
The flood disaster
De watersnoodramp
The illness
De ziekte
The attic
De zolder
Sunny
Zonnig
The nursing home
Het zorgcentrum