2 De Stad Flashcards
To ring the bell
Aanbellen
To point at / designate
Aanwijzen
Continuously / on and on
Alsmaar
Scared, afraid
Bang
To know the place
Bekend zijn (ergens)
The bell
De bel
The boutique
De boetiek
The boat, ship
De boot
The bridge
De brug
On that, on which
Daarop
To close / cicatrise
Dichtgaan
The zoo
De dierentuin
To dine
Dineren
Through
Doorheen
The revolving door
De draaideur
The dune
Het duin
To dare
Durven
The soft drink
De fris
The building
Het gebouw
The canal
De gracht
The canal tour
De grachtentocht
Not at all
Helemaal niet
Although
Hoewel
The church
De kerk
The rabbit
Het konijn
The left side
De linkerkant
The mobile phone
Het mobieltje
To correct
Nakijken, verbeteren
The opening hours
De openingstijden
To record on video, assess, pick up, take up
Opnemen
To leave, to load
Opstappen
To pass into
Overgaan in
To cross
Oversteken
The square
Het plein
The fun
Het plezier
Straight ahead
Rechtdoor
In the direction of
Richting
The escalator
De roltrap
The route description
De routebeschrijving
Diagonally
Schuin
To feel sorry
Spijten
The alley
De steeg
Stupid
Stom
The traffic light
Het stoplicht
The beach
Het strand
The terrace
Het terrasje
The tour
De tocht
The tower
De toren
To spend money
Uitgeven geld
To walk to the end of
Uitlopen
Automatically
Vanzelf
Far
Ver
To get lost
Verdwalen
To forget
Vergeten
The surprise
De verrassing
Different
Verschillend
Just before
Vlak voor
The bird
De vogel
The adult
De volwassene
To be on the safe side
Voor de zekerheid
To walk, to hike
Wandelen
The mall
De winkelgalerij
Visible
Zichtbaar