Week 10 VO, ZO Flashcards

1
Q

Welke mutaties heb je van DNA?

A
  • Nonsense mutatie: door mutatie ontstaat er te vroeg een stopcodon;
  • Deletie of insertie mutatie: door een mutatie kan er een leesraamverschuiving, ook wel frameshift genoemd, ontstaan;
  • Missense mutatie: door een mutatie wordt een ander aminozuur ingebouwd;
  • Splice site mutatie: door de mutatie vindt er geen goede splicing plaats tussen intronen en exonen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Fragiel X-syndroom
- pathologie/oorzaak
- incidentie
- overerving
- symptomen
- Klachten bij vrouw

A
  • X-chromosomaal via anticipatie van CGG-repeat op FRAXA-gen.
  • meest voorkomende oorzaak van mentale retardatie
  • x linked recessief met anticipatie
  • Mentale retardatie, leerproblemen, lang gelaat en groot hoofd, hyperlaxe gewrichten en scoliose
  • De dochters kunnen de volledige mutatie gekregen hebben en toch gezond zijn door random X-inactivatie. Zij hebben wel een verhoogd risico op een kind met het fragiele-X-syndroom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Cystic fibrose
- pathologie/oorzaak
- incidentie
- overerving (rekenen)
- symptomen
- diagnostische test

A
  • CFTR gen defect
  • 1/30 mensen drager
  • autosomaal recessief
  • luchtwegklachten, infecties, obstipatie/darmklachten
  • diagnostische test is zweettest (of via hielprik screening)

De andere ouder heeft 1:30 kans om ook drager te zijn van CF, want 1:30 is het normale populatierisico en daarbij ook nog 50% kans om dit door te geven. De kinderen van deze ouders (dus broer/zussen van één van de ouders van het aangedane kind) hebben 50% en 0,5 x 1:30 = 1:60 (1,6%) dus in totaal 51,6% kans om drager te zijn -> rekenen voor tentamen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoeveel vrouwen krijgen borst- of ovariumcarcinoom? Welk % is erfelijk belast?

A

1/7 vrouwen
5-10% erfelijk belast met autosomaal overerving (BRCA1/2)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is genomic imprinting? Tot welke syndromen kan het leiden?

A

Genomic imprinting’ wil zeggen dat een gen in een chromosomale regio óf actief is op het vaderlijk chromosoom óf op het moederlijk chromosoom. Een dergelijke regio is te vinden op chromosoom 15. Heeft een patiënt een deletie in die regio van het vaderlijk chromosoom 15, dan heeft de patiënt het Prader-Willi syndroom. De benodigde genexpressie staat normaal namelijk alleen ‘aan’ op het vaderlijk chromosoom.

Prader-Willi syndroom of angelman syndroom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is kenmerkend aan de man en vrouw bij rouw? Wat zie je vaak?

A

Het zal dan ook lijken of de man zich verstandig presenteert en hard werkt om alles overeind te houden terwijl de vrouw instort. Dit kan ervoor zorgen dat stellen polariseren, terwijl vaak beide partners zowel de emotie als ratio in zich hebben. Er is vaak sprake van balancing dynamics. Dit houdt in dat de ene partner de ander steunt wanneer die het zwaarder heeft, en andersom. De meeste stellen wisselen elkaar op deze manier af en zitten niet tegelijkertijd in een dip

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe uit een rouwproces zich?

A

Zowel emotioneel al lichamelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe verschilt het linker en rechteratrium qua achterwant en hartoor?

A

rechteratrium
- stomp oor en een getrabeculariseerde achterwand,

linkeratrium een
- vingervormig oor heeft, met een gladde achterwand

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is transpositie van de grote vaten? hoe wordt een OK aangepakt? Wat is er vaak ook aan de hand?

A

Plaatje kijken!
- Aorta is aangesloten op rechterventrikel en a. pulmonalis aangesloten op linkerventrikel Grote gevolgen voor circulatie
- Ductus arteriosus wordt opgehouden met prostaglandines en foramen ovale ook
- Transpositie gaat vaak samen met ASD of VSD

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de oorzaken van ASD/VSD? Is het hetzelfde als foramen ovale?

A

Hierbij valt te denken aan omgevingsinvloeden, maar ook aan genetische afwijkingen.

ASD is uitblijven van septatie van atria waarbij type II het meest voorkomt, ASD is niet hetzelfde als foramen ovale

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de incidentie van congenitale hartafwijkingen? Welke komen het meest voor

A
  • 0,8% 8;1000
  • 10% ASD type II
  • 30% VSD -> meest voorkomende
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat voor shunt is er bij ADS? wat zijn de geluiden bij LO?

A

ASD -> links rechts shunt

Bij een groot ASD type II is er sprake van een luider en gefixeerd gespleten tweede harttoon. De splijting van de tweede harttoon wordt veroorzaakt door een tijdsverschil in het moment van sluiten van de aortaklep en pulmonalisklep.

Een ASD type II geeft een systolisch ejectiegeruis van het hart, door de toegenomen bloedstroom door het longvaatbed.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is effect van ADS op hart? Wat zijn de behandelingen?

A
  • Overbelasting van rechterkamer
  • pulmonale vaatafwijkingen
  • ritmestoornissen

behandeling
- Chirurgisch via thoracotomie, primair (direct hechten) of secundair (stuk kunststof/pericard op asd)
- Katheterinterventie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is tetralogie van Fallot? % van alle congenitale hartafwijkingen? Wat zijn de typische kenmerken?

Wat is de behandeling? wat mag je deze patienten niet geven?

A

aangeboren hartafwijking met vier specifieke kenmerken:
* Overrijdende aorta (aortaklep is hoger in aorta)
* Ventrikelseptumdefect;
* Pulmonalisstenose;
* Rechterkamer hypertrofie.

5% van alle pasgeboren met een aangeboren hartafwijking, vaak icm syndromale afwijkingen

Typische kenmerk is centrale cyanose door recht links shunt

Behandeling: chirurgisch zo vroeg mogelijk, diuretica vermijden!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is centrale en perifere cyanose? wat is een belangrijk verschil?

A

Centrale cyanose
- kenmerkend van tetralogie van fallot
- slijmvliezen, het nagelbed, de tong en eventueel de huid kleuren blauw door onderverzadiging van zuurstof in het arteriële bloed.

Perifere cyanose is het
- arteriële bloed goed met zuurstof verzadigd, maar is er verhoogde zuurstofextractie in de weefsels.
- Blauwe verkleuring van de uiteinden van de extremiteiten, de acra.

verzadiging is anders!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is het effect van recht links shunt?

A

desaturatie van arterieel bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is DD bij zwelling in de lies?

A
  • Hernia inguinalis
  • Niet scrotale testis;
  • Hydrocèle;
  • Lymfeklier;
  • Hernia femoralis (zeer zeldzaam bij kinderen)
18
Q

Wat is verdeling van hernia inguinalis qua incidentie?

A
  • 5% van de atermen,
  • 10% preterme,
  • jongens:meisjes 10:1,
  • meestal rechstzijdig
19
Q

Oorzaak en Behandeling van hernia inguinalis

A
  • oorzaak is processus vaginalis die niet spontaan sluit
  • verdwijnt niet spontaan en kan orgaan beknellen (30% van de gevallen) -> chirurgisch
20
Q

Wat is hydrocele testes? ontstaan, behandeling? Verschil met hernia inguinalis

A
  • goedaardige zwelling met vocht in testis door niet geheel afgesloten processus vaginalis net als hernia inguinalis
  • Kan wel spontaan verdwijnen dus expectatief beleid, verder is dit te reponeren
21
Q

Welke conclusie kan men trekken uit gallig braken? DD?

A

obstructie is na papil van vater!
* Duodenumatresie;
* Malrotatie met volvulus;
* Jejunum/ileum atresie;
* Colonatresie;
* Meconiumileus;
* Ziekte van Hirschsprung;
* Anorectale malformatie.

22
Q

darmartresie typisch symptoom en rontgen?

A

dubble bubble op xray en gallig braken

23
Q

meconiumileus en de ziekte van Hirschsprung -> kenmerk
- behandeling
operatie

A

-eerste meconiumlozing ernstig vertraagd.

Ziekte van Hirschsprung
- ontbreken de ganglioncellen in het distale deel van de darmwand, waardoor er geen darmcontracties zijn.

Behandeling
- rectaal spoelen en zorgen voor een goed op gang blijvende defecatie
- evt operatief stuk afunctioneel darm eruit halen.

24
Q

Afkorting vaoor anorectale malformaties qua oorzaak?

A

VACTERL.
* Vertebra, wervelafwijkingen;
* Anusafwijkingen;
* Cardiale afwijkingen;
* Trachea afwijkingen;
* Oesophagus afwijkingen;
* Renaal: urogenitale afwijkingen;
* Ledemaatafwijkingen (radius en duim).

25
Q

Wat is normale druk van aorta bij pasgeborenen?

A
  • Systolische druk: 90 mmHg;
  • Diastolische druk: 60 mmHg.
26
Q

Welke afwijkingen heb je bij diastole en systolische ruis?

A

Een diastolisch geruis bij een linkszijdige obstructie wordt gehoord bij een:
* Pulmonalisstenose;
* Mitralisklepstenose.
Een systolisch geruis bij een linkszijdige obstructie wordt gehoord bij een:
* Aortaklepstenose (valvulair, subvalvulair en supravalvulair);
* Coarctatio aortae;
* Hypertrofische obstructieve cardiomyopathie.

27
Q

Wat is coarctatio aortae? LO tekenen? behandeling?

A

Aortavernauwing door foutieve sluiting van ductus arteriosus

LO
* Slechte arteriële pulsatie van de benen, eventueel ook aan de linkerarm (dit hangt af van de plaats van de coarctatio);
* Hartgeruis (systolisch, soms ook diastolisch);
* Koude acra (voornamelijk de benen);
* Versterkte linkerkamer impuls;
* Soms versnelde ademhaling;
* Soms bleekheid.
Lage zuurstofsaturatie van onderste lichaamshelft vs bovenste lichaamshelft

behandeling -> prostaglandines om ductus arteriosus open te houden

28
Q

Wat zijn veelvoorkomende afwijkingen bij syndroom van Turner?

A
  • Aortaklepstenose;
  • Bicuspide aortaklep;
  • Aortabooafwijkingen (bijvoorbeeld de neiging tot aneurysmavorming).
  • coarctatio aortae
29
Q

Wat zijn compensatiemethoden bij ernstige aortaklepstenose? wat zie je bij LO?

A
  • Toename van de hartfrequentie;
  • Vergroten van de contractiliteit van het myocard;
  • Perifere vasoconstrictie;
  • Myocardhypertrofie.

bij LO
* Bleekheid;
* Snelle pols;
* Snelle ademhaling;
* Linkerkamerhypertrofie op het ECG.

30
Q

Welke hartkleppen zijn waar?

A

Mitralisklep -> Linkerharthelft atria-vetrikel
tricuspidalisklep -> rechterharthelft atria-ventrikel
aortaklep -> linkerventrikel naar aorta
pulmonalisklep -> rechterventrikel naar a pulmonalis

31
Q

wat is
heterotopie
choristoom
hamartoom
teratoom

A

Kinderonco
Heterotopie, = choristoom
- histologisch normaal gebouwd weefsel, voorkomend op een abnormale plaats in het lichaam.

hamartoom
- excessieve groei van een weefseltype op een plaats normaal voor dat weefseltype, maar met een abnormale opbouw

teratoom
- tumoren die zijn opgebouwd uit verschillende weefseltypen van verschillende kiembladen

32
Q

Waar komen oncologische tumoren vooral voor bij kinderen en volwassenen?

A

kinderen in het
- hematopoietische systeem, het zenuwstelsel, het bijniermerg, de retina, de weke delen, het skelet en de nier.

volwassenen
- huid, long, mamma, prostaat en het colon.

33
Q

wat is meest voorkomende solide tumor buiten czs? incidentie van alle tumoren

A

Het neuroblastoom vormt ongeveer 8% van alle tumoren op kinderleeftijd. Het is de meest voorkomende solide maligne tumor buiten het centraal zenuwstelsel.

34
Q

Welke labuitslagen zijn geassocieerd met slechte prognose bij neuroblastoom?

A
  • Verlaagd Hb, verhoogd serum ferritine;
  • Verhoogd neuronspecifiek enolase (NSE);
  • Verhoogd melkzuurdehydrogenase (LDH).

Een neuroblastoom is geassocieerd met amplificatie van het oncogen N-myc. Deze mutatie komt voor in 25% van de gevallen en geeft een slechte prognose. Het is namelijk geassocieerd met uitgebreide en snelle tumorgroei

35
Q

Prognose neuroblastoom obv stadia

A

Prognose (vijfjaars overleving):
* Patiënten jonger dan 1 jaar;
o Stadium 1, 2, 4S: 80-95%;
o Stadium 3, 4: 40-60%;

  • Patiënten ouder dan één jaar;
    o Stadium 1, 2: 80-90%;
    o Stadium 3: 50-70 %;
    o Stadium 4: 20-30%.
36
Q

Zijn kinderonco familiair?

A

De meeste tumoren op kinderleeftijd zijn niet familiair voorkomend. Uitzondering zijn het retinoblastoom

37
Q

Retinoblastoom verschijnselen? diagnostiek? behandeling? overerving?

A

De klinische verschijnselen van een retinoblastoom zijn:
* Witte pupilreflex (leukocoria), wat goed te zien is op een flitsfoto;
* Strabismus;
* Ontsteking, hyphema (bloeding voorste oogkamer), onregelmatigheid pupil;
* Glaucoom (pijn).

De diagnostiek van een retinoblastoom wordt gedaan middels:
* Echoscopisch onderzoek en een CT-scan van eventuele extra-oculaire uitbreiding;
* Opthalmoscopie;
* Botscan;
* Liquor onderzoek (tumorcellen);
* Beenmerg onderzoek (indien geïndiceerd).

Bij effectieve chemotherapie is primaire enucleatie niet langer de eerste keuze, bij unilaterale ziekte wel (90% genezing dan)

retinoblastoom is familiar en erft autosomaal over

38
Q

Wat is een naevus en welke cellen kunnen het zijn?

A

Een naevus is een moedervlek. Naevi kunnen uitgaan van verschillende cellen:
* Melanocyten;
* Epidermale structuren;
* Dermale structuren;
* Subcutane structuren.

39
Q

Wat is een naevus sebaceus? behandeling? waar op letten?

A

moedervlek vanuit talgklieren, in principe geen behandeling?
In 2-8% van de gevallen zou de afwijking maligne kunnen ontaarden, waarbij er meestal een basaalcelcarcinoom (basalioom) ontstaat.

40
Q

Tierfell naevus syndroom wat is het?

A

Een grote donkerbruine vlek met in de omgeving meerdere kleinere donkerbruin gekleurde vlekken (>40 cm naevus met satelliet laesies) past klinisch bij het beeld van congenitale melanocytaire naevi, ook wel reuzen naevus met meerdere naevi of het Tierfell naevus syndroom genoemd.