Thema 3 Flashcards
Start zelfherkenning mensen
18 - 24 maanden
zelfconcept
overtuigingen over wie we zelf zijn
4 functies van het zelf
- zelfkennis
- zelfcontrole
- impressiemanagement
- zelfvertrouwen
zelfbewustzijnstheorie
Wanneer mensen hun aandacht op zichzelf richten, vergelijken ze dat met hun innerlijke normen en waarden
causale theorieën
Theorieën over de oorzaken van eigen gevoelens en gedragingen
door rationele redenen veroorzaakte attitudeverandering
attitudeverandering die wordt veroorzaakt doordat men nadenkt over de redenen voor de eigen attitudes
zelfperceptietheorie
wanneer attitudes onzeker zijn, baseren we conclusies op ons gedrag
overrechtvaardigingseffect
oorzaken van gedrag zoeken in extrinsieke motivatie, waardoor intrinsieke motivatie onderschat wordt
vast denkkader (fixed mindset)
bepaalde capaciteiten zijn een gegeven
tweefactorentheorie van emotie (schachter)
Emotionele ervaring = resultaat van zelfperceptieproces. Eerst fysiologische opwinding, dan verklaring zoeken.
misattributie van opwinding
verkeerde conclusie trekken over de oorzaak van gevoelens
sociale vergelijkingstheorie
leren over onze eigen vaardigheden door te vergelijken met anderen
sociale afstemming
overnemen van attitudes van anderen
affectieve voorspelling
verwachte gevoelens over een toekomstige gebeurtenis
Ego-depletie
Staat waarbij de energiebron die nodig is voor zelfcontrole is uitgeput
Impressiemanagement
Poging van mensen om anderen over te halen om hen te zien zoals ze gezien willen worden
Zelfsabotage
Obstakels en excuses creëren zodat je bij mislukking niet jezelf de schuld hoeft te geven
Angstmanagementtheorie
Zelfvertrouwen is een buffer die mensen beschermt tegen angstige gedachten over eigen dood
Self-efficacy
De mate waarin iemand zich bekwaam voelt om een bepaalde taak uit te voeren
Narcisme
Excessieve zelfgerichtheid en gebrek aan empathie voor anderen
cognitieve dissonantie
onaangenaam gevoel dat wordt veroorzaakt door 2 of meer botsende cognities of gedrag
zelfbevestiging
manier om dissonantie te verminderen: onszelf herinneren aan 1 of meer positieve eigenschappen
impact bias
de neiging om de intensiteit en duur van onze reacties op toekomstige negatieve gebeurtenissen te overschatten
postdecision dissonance
dissonantie na een beslissing. Aantrekkelijkheid van gekozen item vergroten en die van afgewezen item verlagen
lowballing
verkoper verleid klant iets te kopen door lage prijs te bieden, maar beweert vervolgens dat de prijs een vergissing was en verhoogt de prijs. Klant koopt vaak alsnog
Rechtvaardiging van inspanning
Neiging om iets waar je hard voor hebt gewerkt aantrekkelijker te gaan vinden
counter-attitudinal advocacy
Dissonantiereductie als we een mening verkondigen die in tegenspraak is met eigen opvattingen of attitudes
zelfoverreding
langdurige vorm van attitudeverandering die het gevolg is van zelfrechtvaardiging
Hypocrisie-inductie
Mensen bewust maken van de dissonantie tussen wat ze zeggen en wat ze doen, met als doel mensen aan te zetten tot verantwoordelijk gedrag
Zelfverificatietheorie
Bevestiging zoeken voor zelfconcepten, zowel positief als negatief.
Zelfrechtvaardiging
Eigen acties rechtvaardigen om het gevoel van eigenwaarde in stand te houden
3 bronnen van zelfkennis
- Andere mensen
- Introspectie
- Zelfobservatie