Thema 2 Flashcards
Toegankelijkheid (schema’s)
Mate waarin schema’s zich op de voorgrond van ons bewustzijn bevinden waardoor het waarschijnlijker is dat we ze gebruiken bij onze oordelen.
priming
recente ervaringen verhogen de toegankelijkheid van schema’s
Perseveratie-effect
Opvattingen die aanhouden ondanks dat is bewezen dat deze niet waar zijn
Bestraffingseffect
Omslaan van positieve opvattingen naar zeer negatieve opvattingen nadat bewezen is dat de positieve niet juist zijn.
Pygmalioneffect
positieve selffulfilling prophecy
Zeigarnikeffect
niet voltooide doelen blijven het automatisch denken beheersen
beoordelingsheuristieken
mentale aanname die mensen gebruiken om snel en efficiënt te kunnen beoordelen
beschikbaarheidsheuristiek
mentale aanname waarbij mensen een oordeel baseren op het gemak waarmee ze zich iets voor de geest kunnen halen
representativiteitsheuristiek
Beslissingen nemen op basis van hoe goed iets past in ons mentale model van een bepaalde categorie of concept.
informatie over de basisfrequentie
informatie over de regelmaat waarmee leden van verschillende categorieën in de populatie voorkomen
anker- en correctieheuristiek
mentale aanname waarbij mensen een getal of waarde als beginpunt gebruiken en vervolgens onvoldoende op dit ankerpunt corrigeren
sociale perceptie
Hoe we een indruk vormen van andere mensen en hoe we conclusies over hen trekken
spiegelneuronen
neuronen die reageren als wij zelf een bepaalde handeling verrichten en als we een ander deze handeling zien verrichten.
coderen
uitdrukken of voortbrengen van non-verbaal gedrag
decoderen
interpreteren van non-verbaal gedrag van anderen
vermenging van effect
uitdrukking waarbij de ene helft van het gezicht de ene emotie uitdrukt en een ander deel een andere emotie
manifestatieregels
cultureel bepaalde regels over welke nonverbale gedragingen gepast zijn om te laten zien
emblemen
nonverbale gebaren met een duidelijk omschreven definitie binnen een bepaalde cultuur
Thin-slicing
Betekenisvolle conclusies trekken over iemands persoonlijkheid op basis van hele kortdurende gedragsuitingen van diegene
Primacy effect
Eerste indrukken beïnvloeden de interpretatie van informatie over iemand die we later krijgen
Belief perseverance
de neiging om vast te houden aan een oorspronkelijk oordeel
attributietheorie
Oorzaken van gedrag bepalen
interne attributie
Bepaald gedrag vertonen als gevolg van de persoon zelf: karakter, attitude, persoonlijkheid
externe attributie
Bepaald gedrag vertonen als gevolg van de situatie/omgeving
covariatiemodel (Harold Kelley)
Kijken naar patronen van gedrag om een attributie te maken
informatie over consensus
de manier waarop anderen zich gedragen ten opzichte van dezelfde stimulus
informatie over onderscheidend vermogen
hoe de betrokkene reageert op andere stimulie
informatie over consistentie
informatie over de mate waarin het gedrag tussen 1 betrokkene en 1 stimulus hetzelfde is onder verschillende omstandigheden en over tijd
perceptuele saillantie
het ogenschijnlijke belang van de informatie waarop mensen hun aandacht gericht hebben
tweeledig proces van attributie
Eerst interne attributie, dan externe attributie
zelfdienende attributies
successen - intern
mislukkingen - extern
3 redenen zelfdienende attributies
- Positief zelfbeeld behouden
- Positief presenteren buitenwereld
- Gebrek aan informatie