Lesson 9 Flashcards
1
Q
Accomplish
A
Volbrengen
2
Q
At the expense of
A
Ten koste van
3
Q
Benign
A
Goedaardig
4
Q
Capture imagination
A
Tot de verbeelding spreken
5
Q
Date back to
A
Dateren uit
6
Q
Despicable
A
Walgelijk
7
Q
Divergent
A
Uiteenlopend
8
Q
Hypothesis
A
Hypothese
9
Q
Incongruity
A
Ongerijmdheid
10
Q
Ingrained
A
Ingebakken, geworteld
11
Q
Insensitive
A
Ongevoelig
12
Q
Invested in
A
Betrokken zijn bij
13
Q
Misfortune
A
Tegenslag
14
Q
Organic
A
Natuurlijk
15
Q
Relate
A
Vertellen
16
Q
Rendition
A
Weergave, vertolking
17
Q
Self-deprecation
A
Zelfspot
18
Q
Simulate
A
Nabootsen
19
Q
Socially acceptable
A
Sociaal aanvaardbaar
20
Q
Subvert
A
Ondermijnen
21
Q
Superiority
A
Superioriteit, meerderwaardigheid
22
Q
Violation
A
Schending, overtreding
23
Q
Wary
A
Huiverig, behoedzaam
24
Q
Well-regarded
A
Gewaardeerd
25
Q
Wit
A
Geestigheid, spitsvondigheid