Lesson 8 Flashcards
1
Q
Address
A
Aanpakken
2
Q
Administrator
A
Iemand van de leiding
3
Q
Alienated
A
Vervreemd
4
Q
Beyond
A
Verder dan
5
Q
Bonding
A
Binding
6
Q
Capture
A
Vangen
7
Q
Capture 2
A
In beeld brengen
8
Q
Circulate
A
Verspreiden
9
Q
Cohesion
A
Eenheid
10
Q
Compassionate
A
Meelevend en begripvol
11
Q
Conduct
A
Leiden
12
Q
Court
A
Rechtbank
13
Q
Dignity
A
Waardigheid
14
Q
Endure
A
Verdragen
15
Q
Fellowship
A
Gezelschap
16
Q
Findings
A
Conclusies (van een onderzoek)
17
Q
Foster
A
Bevorderen
18
Q
Gesture
A
Gebaar
19
Q
Guidelines
A
Richtlijnen
20
Q
Hostile
A
Vijandig
21
Q
Merry
A
Vrolijk
22
Q
Mitigate
A
Verzachten
23
Q
Overly
A
Overmatig
24
Q
Pun
A
Woordspeling
25
Q
Self-deprecating
A
Met zelfspot
26
Q
Self-deprecating
A
Met zelfspot