January Flashcards
Een paar maal
A few times
Sparen
To save (money)/collect
Waanzinnig
Crazily/crazy
Vergelijken
To compare
Aarzelen
To hesitate
Dankzij
Thanks to
Iemand in de reden vallen
To interrupt someone
Verlichten
To light (up)
Rondzwerven
To wander
Troosten
To comfort
Boffen
To be lucky
weleens
One time
Voortdurend
All the time
De ziel
The soul
Er is niemand the bekennen
There is nobody to be found
De struik
The bush
Bonken
To knock
Je een weg bannen
To make a path for yourself (through something dense)
De muts
The warm hat
Telkens
All the time/repeatedly
Alsmaar
Repeatedly
De bocht
The bend
De snavel
The beak
Draven
To canter
De wachter
The guard
weleens
One time
Verstoren
To disturb
Een luchtje scheppen
To get some fresh air
Ongehoorzaam
Disobedient
Steiger
Jetty/scaffolding
Varen
To sail
Schrammen
Scratches/scrapes
Dat gaat mijn verstand te boven
That is beyond me
Ontsnappen
To escape
Aanvoeren
To lead
Geschikt
Suitable
Beschikbaar
Available
De aarde
The earth
De akker
The arable land
Het erwtje
The pea
De bonen
The beans
De hongersnood
The famine
Onraad
Trouble
Duister
Dark
Ondoordringbaar
Impenetrable
Troosten
To comfort
Opduiken
To appear
Het touw
The rope
Veroordelen
To sentence
De drempel
The threshold (The bit of wood under The door between two rooms)
Struikelen
To trip
Verroer je niet
Don’t move
In de war
Messed up