hoofdstuk 9 Flashcards

1
Q

Wat zijn omgevingsfactoren/

A

Omgevingsfactoren zijn de factoren die van buitenaf op de retailonderneming inwerken en waarvan de ontwikkeling niet kan worden beïnvloed door de retailer.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waarin kan omgevingsverkeningen worden onderverdeeld?

A

Omgevingsverkenningen zijn kunnen onderverdeeld worden in:

  • Analyse van trendmatige ontwikkelingen
  • Analyse van institutionele kaders, zoals wetgeving
  • Analyse van economische omgevingsfactoren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn demografische ontwikkelingen en welke gevolgen hebben ze ?

A

We onderscheiden:
- Ontwikkelingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking, denk hierbij aan: groeiende bevolking, vergrijzing en ontgroening. Gevolgen voor de retail zijn:
o Deleeftijdsopbouwvandewerknemersinderetailwijktafvandealgemene leeftijdsopbouw van werknemers
o Ouderen vertonen een afwijkend bestedings- en gedragspatroon
- Gezinssamenstelling en aantal huishoudens, sterke toename in huishoudens van
alleenstaanden. Gevolgen voor de retail zijn:
o Aantal huishoudens groeit sterker dan het aantal consumenten; verandering in
uitgavenpatroon
o Toename aantal eenpersoonshuishoudens en zonder kinderen heeft een negatieve
invloed op bepaalde artikelcategorieën o Veranderingen in dienstensector

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is urbanisatie

A

Urbanisatie is de sterke bevolkingsgroei in grote steden. Als reactie ontstond suburbanisatie, een uitwaaiering van de grote stad naar aansluitende gebieden, die echter wel voor hun voorzieningenniveau afhankelijk bleven van de nabijgelegen grote stad.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de gevolgen van urbanisatie voor de retail

A
  • Grotere retailers vestigen zich met kleinere formats in kleinere verzorgingsgebieden
  • Ontvolking van sommige gebieden in Nederland
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke twee trends zijn er op economisch gebied

A

Er zijn twee trends op economisch gebied. De toenemende arbeidsparticipatie voor vrouwen en een toename van het aandeel consumenten met relatief veel geld en relatief weinig tijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de index van het consumentenvertrouwen

A

De index van het consumentenvertrouwen is het enige gegeven dat een rechtstreeks verband probeert te leggen met de visie van de consument op d economische ontwikkelingen en zijn reactie daarop in de vorm van koopplannen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is de conjuctuurklok

A

De conjunctuurklok is een instrument om in één oogopslag te kunnen zien hoe de conjunctuur er op dat moment voor staat en welke kant zij opgaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat bestaat de wijzer van de klok uit?

A

De wijzer bestaat uit:

  1. Producentenvertrouwen
  2. Orderontvangsten industrie 3. Consumentenvertrouwen
  3. Bereidheid van de consument om grote aankopen te doen
  4. Kapitaalmarktrente
  5. Consumptie van huishoudens
  6. Uitvoer van goederen
  7. Investeringen
  8. Productie
  9. Bruto binnenlands product
  10. Arbeidsvolume werknemers
  11. Werkloosheid
  12. Aantal vacatures
  13. Uitzenduren
  14. Faillissementen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat wordt er verstaan onder insitutionele omgevingsfactoren

A

Onder institutionele omgevingsfactoren worden de juridische en wettelijke kaders verstaan waarbinnen de onderneming moet opereren. Over het algemeen is deze omgeving tamelijk stabiel. Als er eenmaal een wetgeving is, blijft deze van kracht tot de wet wordt gewijzigd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is het PDV beleid

A

Het PDV-beleid (perifere detailhandelsvestigingen) stoelde op de volgende twee uitgangspunten:
1. Handhaven van de winkelfunctie van de binnensteden en andere bestaande
winkelconcentraties
2. Bevorderen van de dynamiek in de detailhandel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het GDV beleid

A

Het GDV-beleid (geconcentreerde grootschalige detailhandelsvestigingen) houdt de mogelijkheid in dat er een bundeling komt van grootschalige retailformules buiten de directe kernwinkelgebieden en met een branchepatroon dat veel ruimer is dan de in het PDV-beleid geldende categorieën. Voorwaarden zijn:

  • Locaties mogen niet concurrerend zij met bestaande winkelconcentraties
  • Locaties moeten nabij stedelijke knooppunten liggen
  • Locaties moeten goed zijn ontsloten door openbaar vervoer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het EDV beleid

A

Het EDV-beleid (elektronische detailhandelsvoorzieningen), winkelgebieden waar onlineretailers consumenten in staat stellen producten die ze online gekocht hebben af te halen en te retourneren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is trendwatching?

A

Trendwatching is een manier om richting te kunnen geven aan de grootste onvoorspelbare factor die er bestaat: de toekomst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Waaruit bestaat de 3 krachtenmodel

A

Deze bestaat uit: (macro)trends, consumentenbehoeften en competenties. Samen vormen zij een trendbundel. Hoe groter het snijvlak, hoe groter de kansen voor groei.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Leg trendbundel 1 Individualisering uit

A

Elke consument is een individu met specifieke wensen en behoeften en wil ook als zodanig behandeld worden.

17
Q

Leg trendbundel 2 Crosschannel uit

A

Consumenten denken niet meer in kanalen en gebruikt ze naast elkaar en door elkaar. Het is belangrijk om de online- en offlinekanalen goed op elkaar af te stemmen en er synergie tussen te creëren. Subtrends zijn:

  • Online heeft offline nodig
  • Snelle en flexibele logistiek
  • Longtail
  • Digital experience
18
Q

Leg trendbundel 3 Digitale superconsument uit

A

Internet heeft de customer journey compleet veranderd. De consument is een geïnformeerde expert geworden. Subtrends zijn:

  • Search
  • Shop
  • Share
19
Q

Leg trendbundel 4 Prioritijd uit

A

Tijdgebrek dwingt consumenten slim om te gaan met de tijd die ze wel hebben. Subtrends zijn:

  • Convenience
  • Experience
20
Q

Leg trendbundel 5 Transparantie uit

A

Consumenten zijn zich steeds bewuster van wat ze kopen en consumeren. Ze zetten daarbij de kwaliteit van leven voor volgende generaties meer centraal. Subtrends zijn:

  • Lokaal
  • Open en eerlijk
21
Q

Trendbundel 6 Het nieuwe midden:

A

Het midden van de markt is veranderd. Onder invloed van price/valueretailers is de traditionele onderkant van de markt naar het midden opgeschoven. Subtrends zijn:

  • Price value
  • Assortiment
22
Q

Trendbundel 7 Consumideren=

A

De consument is prijsgevoeliger en besteedt zijn geld bewuster. Subtrends zijn:

  • Hergebruik
  • Prijstransparantie
23
Q

Trendbundel 8 Nieuwe Markten=

A

Door klantbehoeften, kostenbesparing, schaalgrootte of passie zijn redenen waarom nieuwe retailers zich op onbekende markten begeven. Dit leidt soms tot baanbrekende concepten. Subtrends zijn:

  • Partnerships
  • Branchevervaging
  • Nieuwe winkelconcepten
24
Q

Trendbundel 9 Het einde van de piramide=

A

De demografie verandert drastisch. De klassieke bevolkingspiramide heeft inmiddels een heel andere vorm gekregen. Door deze ontwikkelingen is het verstandig om de bevolking niet als één homogene groep te zien. Subtrends zijn:

  • Vergrijzing en ontgroening
  • Urbanisatie en krimp
  • Eenpersoonshuishoudens worden de norm