Hoofdstuk 3 Flashcards
Wat is het uitgangspunt van de value chain?
Het uitgangspunt van de value chain (Porter, 1985) is dat elke onderneming bestaat uit een aantal samenhangende subsystemen
Welke hoofdverdeling is er bij de value chain?
Primaire activiteiten, subsystemen die direct betrekking hebben op het daadwerkelijk transformatieproces.
- Secundaire activiteiten (support activities), subsystemen die geen directe invloed hebben op het transformatieproces, maar daarvoor voorwaardelijk zijn.
Leg uit wat er is gebeurt in Fase 1 1945-1960
Er was sprake van een seller’s market, de macht lag bij de toeleveranciers, de fabrikanten van consumentengoederen.
Leg uit wat er was gebeurt Fase 2 in 1960-1980
De groei van de retailers heeft ertoe geleid dat de seller’s market begon te veranderen in een buyer’s market, de macht begon te verschuiven van de producenten naar de retailers. De tijd van assortimentsmarketing.
Leg uit wat er was gebeurt Fase 3 in 1980-1990
Er vond een consolidatie in de markt plaats waarbij retailconglomeraten ontstonden. De tijd van formulemarketing.
Leg uit wat er was gebeurt Fase 4 in 1990-2000
Een andere ontwikkeling is schaalvergroting, de restrictieve winkelsluitingswet is vervangen door een winkelopeningswet (je mag open zijn tussen 06.00 en 22.00 uur).
Leg uit wat er was gebeurt Fase 5 in 2000-2018
Er was uiteindelijk sprake van deflatie. Er is sprake van consumermarket.
De klant heeft de macht
gekregen in de waardekolom.
Wat is product push?
Het stuwen van producten
Wat is demand pull?
het toepassen van vraagvolging
Wat houdt ECR in
effective consumer response
Wat houdt CR in?
continuous replenishment (CR), ervoor zorgen dat altijd de juiste hoeveelheid producten op de juiste plek aanwezig is.
Wat is de categorymanagement?
Categorymanagement gaat een centrale rol spelen. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van inzichten. Achter big data zitten vakgebieden die we aan kunnen duiden met data
intelligence (DI) en business intelligence (BI).
Wat houdt de transactietheorie in?
In de nieuwe situatie waar de macht bij de
klant ligt moeten we de
transactiekostentheorie interpreteren vanuit de machtigste factor: de consument. Dit betekent dat de ratio van de retail niet meer is het verlangen van de feitelijke materiële kosten in de waardekolom, maar het verlangen van de zoekkosten van de consument.
Wat zijn zoekkosten?
Zoekkosten, vormen het saldo van positieve kosten in termen van tijd, geld en verplaatsingen, en van negatieve kosten (opbrengsten) in termen van winkelplezier. De consument zal zijn voorkeur geven aan die transactieplek, waarvoor het zoekkostensaldo het gunstigst is.