Hoofdstuk 6 Flashcards
girlfriend
de vriendin
restaurant
het restaurant
waitress
de serveerster
table
de tafel
us
ons
at
bij
window
het raam
sit down
gaan zitten
menu
de menukaart
in the meantime
alvast
to
te
mineral water
het mineraalwater
Im thirsty
ik heb dorst
thirst
de dorst
me
mij
only/just
alleen
main course
hoofdgerecht
Im hungry
ik heb honger
starter
het voorgerecht
perhaps
misschien
dessert
het nagerecht
soup
de soup
very
erg
as
als
steak
de biefstuk
chips
het frietje
um
eh
salad
de salade
chicken
de kip
rice
de rijst
oh no
o nee
no
geen
meat
het vlees
after all
toch
vegetarian
vegetarische
todays special
de dagschotel
choose
kiezen
bon appetit
eet smakelijk
knife
het mes
fork
de vork
one moment
momentje
spoon
de lepel
fetch
halen
a little
neetje
difficult
moeilijk
its okay
het gaat wel
kind/type
het/de soort
to like / fond of / love
houd(en) van
try (as in - taste it)
proeven
musselen
de mosselen
a little
wat
greasy/rich
vet
dessert
het toetje
ice cream
het ijs
fruit
vruchten
chocolate
de chocola
whipped cream
de slagroom
without
zonder
only
alleen
keep the change
laat de rest maar zitten
leave
laten
thank you
dank u
evening
de avond
How do you like the soup?
Hoe vind je(jij) de soep?
Wat vind je(jij) van de soep?
want to
willen
(would) like
mogen
have to
moeten
can
kunnen
shall
zullen