HOOFDSTUK 13 Flashcards
sterilisatie
infectie
= vermenigvuldiging van kiemen in een weefsel, met klinische tekens
besmetting
= over- of inbrengen van kiemen op een voorwerp, weefsel of celcultuur
sterilisatie
= het doden van alle levende organismen
ontsmetting
= bestrijden van ongewenste kiemen om de overdracht te verhinderen
= niet alle kiemen doden
antisepticum
= ontsmettingsmiddel dat enkel voor levende weefsels wordt gebruikt
desinfectans
= ontsmettingsmiddel dat enkel voor niet-levend materiaal wordt gebruikt
…statisch
= inhibitie van microbiële groei
…cidaal
= doden van micro-organismen
wat is de functie van spikes?
= glycoproteïnen die belangrijk zijn voor de aanhechting op een cel
wat is het probleem bij coccidia (cysten)
= dikwandige cel
= parasiet
= moeilijk doden
wat is SAL
= sterility assurance level
= de kans dat je hebt om nog 1 kiem te vinden in 10^x flessen
wat is de bioburden?
= hoe lager N0, hoe sneller we steriliteit krijgen
wat is de overlevingscurve?
= # overlevenden ifv sterilisatietijd
= rechte curve
decimale reductietijd?
= D-waarde
= tijd in minuten nodig voor 1log-reductie te krijgen van het # levende kiemen bij een bepaalde temperatuur
D = 2,303/k = constante
weerstandscoëfficiënt
= Z-waarde
= verschil in temperatuur nodig om de D-waarde met 1log te veranderen
verhittingstijd
= F-waarde
= verhittingstijd bij een referentietemperatuur (121°C) die hetzelfde kiemdodend effect heeft als een hittebehandeling bij een andere temperatuur en verhittingstijd
letaliteitssnelheid
= L-waarde
= snelheid van het kiemdodend effect bij een temperatuur die afwijkt van de referentietemperatuur
vb. 1 min aan 118°C = 0,489 min bij 121°C
F0-waarde
N0 = bioburden = 2.31
Nt = SAL = 10^-6
D = 2,42
de totale F0 = de som van alle letaliteitssnelheden + tijdsnelheden
-> F0 = D121 * (logN0 - logNt)
dus F0 = 20,11 minuten
stoomsterilisatie werkingsmechanismen opties:
- denaturatie van microbiële eiwitten
- verzadigde stoom
- condensatie van verzadigde stoom
- lucht of gas in stoom vermijden
- autoclaaf
denaturatie van eiwitten?
- penetratie van stoom in het te steriliseren object
- aanwezigheid van water
- 121°C bij 1bar overdruk
verzadigde stoom bij stoomsterilisatie?
bij 1 bar overdruk = heeft water meer energie nodig om van vloeibaar naar stoom over te gaan (hoe hoger p, hoe hoger T)
= stoom heeft een beter kiemdodend effect doordat het veel meer energie heeft
waarom willen we lucht/gas in stoom vermijden?
= lucht is een slechte geleider van warmte
-> gevolg = te lage T
-> gevolg = slechte penetratie van stoom
wat is een autoclaaf (principe/werking)
- stoom komt langs 1 kant binnen en gaat rond in heel de ruimte
!! we willen graag overal eenzelfde temperatuur
sterilisatieproces
- luchtverwijdering
- opwarmfase
- sterilisatiefase
- afkoelen en drogen
validatie van autoclaafproces?
- installatie kwalificatiestage
- kritische parameters
- operationele kwalificatiestage
operationele kwalificatiestage kan opgesplitst worden in 2 delen? dewelke?
- lege autoclaaf
- geladen autoclaaf
wat houdt het in voor de lege autoclaag te testen?
- uniformiteit van temperatuur binnen de sterilisatiekamer +- 1°C
- let op = koude punten
wat houdt het in voor de geladen autoclaag te testen?
- correcte sterilisatietemperatuur in het te steriliseren object (V steriliseren bij 121°C)
- stalen meten met biologische indicatoren
hoe gebeurt de validatie van sterilisatieprocessen?
- biologische indicatoren
- chemische indicatoren
wat doen biologische indicatoren?
= als de kiemen dood zijn weten we dat al de rest ook dood is
- stoomsterilisatie
- vloeistofsterilisatie
wat doen chemische indicatoren?
= meer om te weten wat al in de autoclaaf zit
- werking is verkleuring bij verhitting
- doel = scheiden van gesteriliseerd en niet-gesteriliseerd
waarvoor gebruiken we stoomsterilisatie?
glazen flessen
magnetische roerstaafjes
tipjes van micropipetten
waterige oplossingen
doorzichtig materiaal (polystyreen)
waarvoor gebruiken we droge hittesterilisatie?
flesjes en ander glaswerk
metalen instrumenten
hitte-stabiele poeders, talk
hitte-stabiele oliën
werking van droge hitte sterilisatie
- oxidatie van microbiële eiwitten
- lagere en tragere warmte-afgifte
= hogere T en langere sterilisatieduur nodig
= 2u bij 160°C
hoe werkt een tunnelsterilisator
- korte tijd in de tunnel (350°C)
- nadien direct afkoelen
- afkoelen met HEPA-gefilterde lucht
- moet nog gewassen worden
validatie van droge hitte sterilisatie
- installatie kwalificatiestage
- kritische parameters
- operationele kwalificatiestage
(lege en geladen oven)
gassterilisatie (ethyleenoxide)
- explosief bij mengsels vanaf 3%lucht
- mutageen = lange beluchtingstijd nodig
- moeilijk te valideren
= sterilisatie van thermolabiele producten
gassterilisatie (formaldehyde)
- goedkoper dan ethyleenoxide
- toxisch en penetreert minder goed
= sterilisatie van LAF-kasten
niet-ioniserende straling werkingsmechanisme
- vorming van thyminedimeren (= geen DNA-replicatie meer mogelijk)
- UV-lamp 250 - 260nm
toepassingen van niet-ioniserende straling?
- kiemarm houden van lokalen en LAF-kasten
= geen sterilisatie maar wel ontsmetting
nadelen van niet-ioniserende straling
- afstand tussen UV-lamp en kiem moet kort zijn
- stof heeft negatief effect op desinfectie
- gevaarlijk voor de ogen
alfstraling
- ionisatie
- penetratie
- sterilisatie
- ionisatie = +++
- penetratie = -
- sterilisatie = nee
bètastraling
- ionisatie
- penetratie
- sterilisatie
- ionisatie = ++
- penetratie = +
- sterilisatie = ja
gammastraling
- ionisatie
- penetratie
- sterilisatie
- ionisatie = +
- penetratie = ++
- sterilisatie = ja
werkingsmechanisme van gammastraling?
= directe beschadiging van DNA of indirect via vrije radicalen
-> halveringstijd = 5,27 jaar
= hoeveelheid geabsorbeerde straling
= 1Gray = 1J/kg
- werkt op korte afstand
- veel ionisatie = veel verandering van kiemen
toepassingen van gammastraling?
- plastic materialen= cultuurflessen, spuiten
- hittelabiele poeders
NIET waterige oplossingen
NIET polycarbonaat
voordelen van gammastraling?
- geen residues tov ethyleenoxide
- koud proces = handig voor hittelabiele producten
- 1 kritische parameter = geabsorbeerde straling
nadelen van gammastraling?
- interactie met veel farmaca
- dure installatie
- verval van straling
- tast polycarbonaat aan en ioniseert water
werkingsmechanisme van vloeistoffiltratie
- membraanfilter = zeef
- dieptefilter = zeef + adsorptie
poriën = 0,2 µm = bacteriën en schimmels
poriën = 0,1 µm = mycoplasma
nadelen van vloeistoffiltratie
- efficiëntie van adsorptie wijzigt oiv pH of T
- defecten kunnen voorkomen in filters
- kunnen dichtslibben
- geen terminale sterilisatie
toepassingen van vloeistoffiltratie
- oplossingen die AZ, trypsine of serum bevatten
- enkel gebruiken voor specifieke zaken
= laatste keuze voor sterilisatie
hoeveel kiemen zijn er aanwezig (bepalen?)
- sedimentatieplaat
- airsampler
sedimentatieplaat
= stof in de lucht en op het stof kunnen kiemen binden, we kijken naar de zware deeltjes die vallen op de agarplaat
airsampler
= agarplaat met daarboven een roostertje
= werkt als stofzuiger
= zuigt lucht aan + als er bacteriën aanwezig zijn, zullen ze zich vasthechten op agarplaat
HEPA-filter?
= high efficiency particulate air filter
= bestaat uit glasvezel
laminaire luchtflow
= 0,45 m/s
= laminair (1 richting, niet turbulent)
zuivere/Steriele omgeving?
- HEPA-filter
- laminaire flow
LAF-kast klasse 1
= verticale luchtstroomkast klasse I
= 1 HEPA filter bovenaan
= bescherming operator + omgeving
= geen bescherming product
LAF-kast klasse 2
= 2 HEPA filters
= bescherming operator + omgeving + product
lucht van buiten gaat doorheen het rooster onderaan het werkoppervlak naar boven 65% gaat via de HEPA-filter naar omgeving -> 35% die boven komt, gaat via de HEPA-filter via de laminaire flow naar beneden
LAF-kast klasse 3
= 2 HEPA filters
= bescherming operator + omgeving + product
SAS = ontsmettingsmethode