HC.8 – Zwangerschap en kraamperiode Flashcards

1
Q

wat is slingerpijn en opstootpijn?

A

Slingerpijn: cervix tussen vingers en op en neer bewegen –> irritatie door gevoelige uterus en ovaria

Opstootpijn: pijn bij het omhoog bewegen van de cervix

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe vaak komt bloedverlies voor tijdens de ZS?

A

20% d zwangeren in eerste 16 wk –> 50% hiervan een miskraam = 10% vd zwangeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat doe je als beleid bij een zwangere vrouw met vaginaal bloedverlies?

A

TVE
- als in vruchtzak met goede hartactie: 95% kans dat fysiologisch bloedverlies en zs intact blijft
- Als niet goed is, weinig aan te doen
Dus vooral geruststellende werking

Verwijzing:
- verdenking EUG
- niet doorzetten van een miskraam (langer bestaande klachten)

Als ZS > 10 wk: bepalen rhesus factor –> als negatief en miskraam –> toedienen anti-rhesus Ig

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn aanwijzingen voor een EUG?

A
  • vaginaal bloedverlies
  • EN een of meer van de volgende factoren
    a) buikpijn heviger en anders dan bij menses
    b) afwijkend LO
  • pijn palpatie buik
  • slingerpijn
  • peritoneale prikkeling
    c) risicofactoren
  • PID in VG
  • Operaties: tuba-chirurgie, fertiliteitsbehandeling
  • eerdere EUG
  • IUD
  • sterilisatie

EN ALTIJD een positieve ZS-test!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat zijn de symptomen van een MOLA-ZS? Wat is de diagnose en hoe vaak komt het voor?

A

0,5 per 1000

Diagnose: TVE

Symptomen:
- later in ZS optredend
- vaginaal bloedverlies
- hyperemesis gravidarum
- mastopathie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is de DD bij bloedverlies in het 3e trimester? wat doe je?

A
  • abruptio placentae
  • Placenta praevia
  • Dreigende prematuriteit

LO: kijken of partus gaande is, hoewel ip niet begint met vaginaal bloedverlies!
–> Buik: weeen bij plankharde buik

Verwijzen Gyn: termineren ZS en proberen overleving kind te vergroten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat doe je bij een zwangere die komt met ernstige misselijkheid?

A
  1. Ketonen in urine met dipstick
  2. Als niet aanwezig: antihistaminica tegen misselijkheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is emesis gravidarum en hoe vaak komt het voor?

A

-misselijkheid en braken
50% vd zwangeren

bij 90% na 4 mnd vanzelf over

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wati s het beleid bij EG?

A
  • meestal zelf limiterend
  • zelfzorg

Medicatie: meclozine start 12 mg avond tot max 2dd 12,5 mg
LET OP: bijwerkingen moeder en foetus
2e keus: metoclopramide

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat zijn risicofactoren voor emesis gravidarum?

A
  • positieve familie
  • meerlingen
  • in VG gehad
  • ernstige vermoeidheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat is hyperemesis gravidarum?

A

ernstig, met dreigende dehydratie en ketonen in urine

Bij dreigende dehydratie, gewichtsverlies, onvoldoende verbetering klachten ondanks behandeling anti-emetica

LET OP: HF en RR

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is de betekenis van ketenen in de urine?

A

veranderd metabolisme –> indicatie voor aanvullend onderzoek van gyn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Zien we vaak migraine tijdens de ZS?

A

Meestal wordt minder

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat is kenmerkend voor pre-eclampsie? wat is het beleid?

A

hypertensie + proteinurie/orgaanfalen/IUGR (en ook HELLP-syndroom)

  • Pijn bovenbuik of tussen schouderbladen
  • Visusklachten: flitsen, diplopie, sterretjes
  • Hoofdpijn (erger wordend en pijnstillers helpen niet)
  • Misselijkheid en/of braken
  • Plotseling oedeem gezicht, handen, voeten
  • Ziek of grieperig gevoel (zonder koorts)

Verwizen naar de gyn
Wil je NIET missen!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wanneer spreken we van ZS-hypertensie?

A

Als ontstaan > 20 wk ZS waarbij eerstnormale tensie
Bij 2 of meer metingen RRs ≥ 140 en/of Red ≥ 90

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Tot wanneer kan PE optreden?

A

tot 4 wk postpartum
–> 30% vd PE ontstaat pp

17
Q

wat is een mastitis?

A

kale, pijnlijke, (niet)-infectieuze ontsteking MET KOORTS vaak

Door: stase melk in melkgangen (kan opzich al koorts geven = stuwing, vaker bilateraal, dit is vaak eerste week pp)
Infectie alleen als tepelkloven of bij acuut begin

CAVE mammaCa

18
Q

wat is het beleid bij een mastitis?

A
  • Stase tegengaan dmv frequent voeden, beginnen met borstvoeding aangedane borst
    –> Als niet gedaan kan abcedering als compli –> chirurgisch oplossen
  • Warme kompressen en pijnstilling
  • AB: flucloxacilline als
    a) klachten niet verminderen na 24h bij ontlediging
    b) koorts en tepelkloven
    c) acuut begin met algemeen ziek zijn
19
Q

waar moet je aan denken bij een niet zwangere vrouw met een mastitis?

A
  • Non puerperale mastitis mn infectieus
  • mastitis carcinomatosa

Beleid: AB
als persisterend doorverwijzen naar mamma poli

20
Q

Wat zijn de belangrijkste focus plekken van koorts in het kraambed?

A

4 B’s
- borst: mastitis
- Buik: endometritis, kraamvrouwenkoorts
- Billen: epifysiotomie, ruptuur
- Been: DVT