HC.7 – Borstvoeding Flashcards

1
Q

Hoeveel vrouwen geven borstvoeding?

A

70% begint met lactatie
- meer bij hoogopgeleiden

na 1 mnd: 47%
Na 3 mnd: 30%
Na 6 mnd: 20%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waarom beginnen vrouwen met lactatie en waarom stoppen ze?

A

Beginnen:
- 75% gezonder
- 15% moeder kind contact
- 10% anders
- 2% goedkoper
- 2% makkelijker

Stoppen
Week 1-2:
- 13% pijnlijke ervaringen
- 46% onzekerheid voldoende voeding
Week 3-4: Onzekerheid over voldoende voeding

Maand 2-4: lastig combineren met werk

Maand 5-6: lastig combineren met werk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is het voordeel van lactatie?

A

Betere bescherming tegen
- Maag-darm infecties
- Otitis media
- LWI
- Overgewicht en DM op latere leeftijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarom heeft NL lage lactatie cijfers?

A
  • veel koemelk consumptie en sterke melkindustrie
  • Weinig acceptatie om te voeden op werkvloer of kolven
  • Kort ZS-verlof
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat zijn voordelen van moedermelk?

A
  1. Infectie preventie
    a) aspecifieke afweer:
    - complement
    - chemotactische factoren
    - hormonen
    - groeifactoren
    - antivirale factoren
    b) specifieke afweer
    - IgA: tegen verwekkers waar moeder mee in aanraking is gekomen
    - IgM
    - IgG
    c) Cellen:
    - Macrofagen: 60%
    - neutro’s: 25%
    - lymfo’s: 10%
    - epitheelcellen
    d) pro- en prebiotica
    e) Cytokines, chemokines, receptoren
    f) anti-inflammatoire factoren: antioxidanten, lactoferrine
    g) bindingseiwitten: lacteroferrine, transferine
    h) enzymen: lysozym, lipoproteinlipase, antiproteases
  2. Groei
  3. Intelligentie bevorderen
  4. Microbioom: gunstiger profiel, meer diversiteit met levenslang effect op vertering, afweer, hersen-darm as
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de effecten van moedermelk volgens de PROBIT-trial?

A
  1. Minder infecties eerste levensjaar
    - 50% GI minder
    - 50% otitis media
    - 33% minder LWI
  2. 45% minder kans op SIDS (mogelijke vanwege minder LWI)
  3. Kleinere kans op atopische dermatiden: binnen atopische families, risicoreductie van 40% als 3 mnd –> LET OP: geen reductie van astma
  4. IBD: halvering, met dosis-effect
  5. Afname metabool syndroom
  6. Minder obesitas: elke mnd 4% risicoreductie –> DOHaD hypothese
    Met dosis effect relatie
  7. Betere hersenontwikkeling: neurologische, visuele, cognitieve processen
  8. Band moeder en kind: ontwikkeling, minder postnatale depressies en psychoses bij moeder
  9. Kosteffecten: op korte en lange termijn voor moeder en kind
  10. Afname CV-risicofactoren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waarom heeft het immuunsysteem van het kind zoveel baat bij moedermelk?

A
  • vlak voor partus veel IgG geven aan foetus
  • pp piek sIgA via moedermelk

Eigen productie Ig kind pas na 6 mnd voldoende (IgG) –> Diep in eerste maanden waarin minder goed beschermd waarin juist de sIgA van moeder goed kunnen helpen

IgA vult Ig dip in het eerste jaar op
Voorkomt dat verwekkers uit de omgeving van moeder binden aan darmepitheel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat lijkt het specifieke effect van IgA?

A

Specifieke bescherming door te voorkomen dat verwekkers uit omgeving moeder binden aan darm epitheel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Heeft moedermelk voor prematuren een voordeel?

A

Extra belangrijk ook bij couveuse en als niet zelfstandig drinken

Voordelen
- dalen infecties
- snellere overgang naar volledige enterale voeding (maag kan de melk beter verdragen)
- minder heropnames
- daling incidentie NEC met 6-10x
- betere psychomotore ontwikkeling

Ook donormelk is goed!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat zorgt voor een hogere slagingskans van de lactatie bij een neonaat?

A

bundelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat zit er in moedermelk?

A

> 100 000 verschillende stoffen

  1. macro-nutrienten: vetten, eiwitten, KH
  2. micro-nutrienteen: mineralen, zouten, vitamines, spoorelementen
  3. immunologische componenten
  4. hormonen
  5. groeifactoren
  6. enzymen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat is kenmerkend voor de inhoud van de moedermelk?

A

Variatie afhankelijk van de behoefte van het kind
bij langere ZS-duur neemt het eiwitgehalte af, bij prematuren juist meer eiwit

Colostrum: veel eiwitten, IgA, immunologische factoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat gebeurt er tijdens het zuigen met de samenstelling van de melk?

A

Vetgehalte neemt toe –> goed want hongerige kinderen krijgen zo extra calorieën binnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Is er nog suppletie nodig bij moedermek?

A
  1. eerste 3 mnd: vitamine K voor stolling (tegen intracraniele bloedingen)
  2. Vitamine D min tot 4 jaar (ook bij flesvoeding)
  3. Fortifier: bij prematuren voor groei en voorkomen rachitis
    Extra eiwitten, Ca en P
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

HOe gaat het lactatieproces?

A

melkklieren actief en passief transport van stoffen naar de melk

Opslag in alveoli en uitstroom via de melkgangen

Regulatie
1. PRL: bi prikkeling tepel –> hypofyse voorkwab
voor: toename en onderhouden melkproductie
2. Oxytocine: bij zien, horen en/of voelen van kind –> hypofyse achterkwab
–> Toeschietreflex: ductuli drijven melk naar buiten
–> Binding moeder-kind

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat kunnen we doen om de regulatie van lactatie te bevorderen?

A

PRL: stimulatie door domperidon (pro-kineticum)
Bijwerking: verlenging QT-interval

Oxytocine toedienen evt door neusspray

17
Q

wat zijn nadelen van lactatie?

A
  1. sociale bezweren
  2. Risico op maternale complicaties
    a) tepelkloven
    b) verstopping
    c) mastitis of abcedering
    VAAK door BV-techniek met onvoldoende lediging
  3. Risico op stille ondervoeding met vicieuze cirkel –> minder goed drinken –> minder energie –> minder drinken
    BELEID: kolven of begeleiding
18
Q

wat zijn geen contra-indicaties voor lactatie?

A

Gangbare virale infecties van de LW, darm, influenza

HIV: bij therapietrouw en lage virale load

COVID-19

19
Q

wat zijn contra-indicaties voor lactatie/

A
  1. borstlaesies: TBC, VZV, HSV (blaasjes tepel)
  2. Andere hele zeldzame infecties (hemoragische koortsen)
  3. HIV met virale load (itt tot niet-westerse landen) –> Niet westerse landen juist kunstvoeding gevaarlijker (niet schone melk)
  4. Medicatie
    a) Psychofarmaca zoals lithium en antidepressiva (nierfunctie kind kan nog onvoldoende klaren)
    b) Overmatig alcohol gebruik
    c) Chemo
    d) Harddrugs en hoge dosis methadon (> 20 mg/dag)
20
Q

wat is een vaak voorkomende reden voor staken BV en waarom is dit niet nodig?

A

Medicatie vaak ten onrechte reden voor staken

Intra-uterien: spiegel moeder vaak ongeveer gelijk aan spiegel foetus

Lactatie: borstklier en melkspiegel moeder&raquo_space;> neonaat