Exam Noël 2021 Dossier 1 Flashcards
nerveux
nerveus
triste
verdrietig
anxieux
angstig
content
blij
fatigue
moe
faché
boos
frustre
geftustreerd
sur de lui
vol zelfvertrouwen
motive
gemotiveerd
indifférent
onverschillig
curieux
benieuwd
calme
kalm
année scolaire
het schooljaar
la rentrée
de eerste schooldag
l’option
de studierichting
certainement
beslist
la camarade de classe
de klasgenoot
prof
de leerkracht
être bientôt là
voor de deur staan
faire la grasse matinée
uitslapen
se réjouir de
verlangen naar
a nouveau
weer
refuse
weigeren
beaucoup bien dormir
flink
paresser
luieren
attendre avec impatience
uitkijken naar
passer ( du temps )
doorbrengen
très volontiers
dolgraag
a mourir d’ennuis
doodsaai
rester assis
stilzitten
nul
waardeloos
les élèves
de leerling
enfant unique
enig kind zijn
sauf
behalve
préfère
lievelings
la matière
het vak
conflit
het conflict
guerre
de oorlog
faire du sport
aan sport doen
être bon en
goed zijn in
correspondant
de penvriend
résultat la note
het cijfer
job
job
monde du sport
de sportwereld
prof
leraar
devoir maison
het huiswerk
1h30
anderhalf uur
30 min
het halfuur
salle d’étude
de studiezaal
environ
ongeveer
copion
het spiekbriefje
tricher
spieken
prendre trop de temps
te veel tijd in beslag nemen
honnête
eerlijk
malhonnête
oneerlijk
réputation
de reputatie
bavard
de kletskous
avoir raison
gelijk hebben
la blague
het mopje
être attentif
opletten
la classe
de klas
vrai
waar
la punition
het strafwerk
rester en retenue
nablijven
activités extra scolaire
de naschoolse activiteit
la chimie
scheikunde
anglais
engels
latin
latijn
sciences
wetenschappen
néerlandais
nederlands
géographie
aardrijksunde
att plastique
plastische opvoeding
histoire
geschiedenis
la morale
zedenleer
francais
frans
math
wiskunde
technologie
technologische opveoding
salle de gym
lichamelijk opvoeding
religion
godsdienst
musique
muzikale opvoeding
travailler pour les cours
voor school werken
faire les devoirs de math
mijn huistaak wiskunde maken
faire les devoirs
huiswerk maken
exercices
oefenen
etudier pour les tests
voor de toetsen studeren
apprendre la leçon
mijn lessen leren
prepare un expose
een spreekbeurt voorbereiden
lire un livre
een boek lezen
faire un travail de lecture
een lectuuropdracht maken
apprendre le vocabulaire
woordenschat leren
écrire une rédaction
een opstel schrijven
remplir l’agenda
mijn agenda invullen
copier les exercices
oefening verbeteren
écouter la tâche
teksten beluisteren
répèter l’histoire
mijn les geschiedenis herhalen
L’autonomie , L’autogestion
De zelfsturing
Gerer
Besturen
La distance
De afstand
Apprendre à distance
Op afstand leren
Indépendant
zelfstandig
Le rythme
Het ritme
La comprehension
Het inzicht
Le casse tête
De kopbreker
Se noyer, être submerger
Verdrinken
Être déçu
Ontgoocheld zijn
Investir du temps dans
Tijd steken in
la vidéo
Het filmpje
Le fragment
Het fragment
Échouer
Mislopen
l’explication
De uitleg
expliquer
Uitleggen
en même temps, simultanément
tegelijk
la loupe
De loep
examiner à la loupe
onder de loep nemen
Concret >< abstrait
Concreet>< abstract
Le soin, le soucis
de zorg
se faire des soucis
zich zorgen maken
sévère
streng
comprendre
doorhebben
le collègue
de collega
la tendance
de neiging
réprimer
onderdrukken
l’instruction
de instructie
la condition
de voorwaarde
la crise ( du corona )
de ( corona ) crisis
Le retour
de feedback
demander >< donner un retour
Feedback vragen >< geven
difficile >< facile
Moeilijk >< gemakkelijk
améliorer
beter maken
l’approche
de aanpak
aborder
aanpaken
maintenir
behouden
la langue
de tong
se morde la langue
op zijn tong bijten
être à la maison
thuis zijn
la peur
de schrik
avoir peur de
schrik hebben voor
heureux >< malheureux
Gelukkig >< ongelukkig
le schéma
het schéma
le mail
het mailtje
recevoir >< envoyer un mail
een mailtje krijgen >< sturen
marcher réussir
lukken
passer à
overschakelen op
avoir du mal à quelque chose
last hebben
la routine
de routine
veiller tard
laat op blijven
perfectionniste
perfectionistisch
projeter
plannen
soigneux
zorgvuldig
le petit cahier
het schrijftje
l’application
de applicatie
le changement
de verandering
changer
veranderen
Destination
de bestemming
a l’étranger
in het buitenland
aller à l’étranger
naar het buitenland gaan
vacances
vakantie
camp
het kamp
stage de langue
de taal stage
moyen de transport
het vervoermiddel
train
de trein
avion
het vliegtuig
durée
de duur
jour
de dag
la semaine
de week
le week-end
het weekend
quelque
enkele
mouvement de jeunesse
de jeugdbeweging
la mutuelle
de mutualiteit
Le club de sport
de sportclub
le logement
de verblijfplaats
hôtel
het hotel
le vélo
de fietstocht
faire un voyage à vélo
een fiets tocht maken
la forêt
het bos
la plage
het strand
le temps
het weer
beau >< mauvais
mooi >< slecht
ensoleillée >< nuageux
zonnig >< bewolkt
sec >< pluvieux
droog>< regenachtig
chaud >< froid
warm>< koud
la nourriture
het eten
savoureux = délicieux
lekker = heerlijk
l’ambiance
de sfeer
bien>< ennuyeux
leuk>< saai