College 9: Common ground Flashcards

1
Q

Wat is common ground?

A

Common ground is een van de centrale begrippen van de pragmatiek en meet in het algemeen van theorieën over sociale interacties. De mens is een sociaal wezen. Sociale interactie vereist een gemeenschappelijke basis en legt die gemeenschappelijke basis vast.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat gebeurt er nadat je een uiting hebt gedaan?

A

Als ik zeg “Betty snurkt niet meer”. Dat veronderstelt dat het bekend is dat Betty snurkte en het maakt bekend dat Betty niet meer snurkt. De spreker maakt de common ground bekend, maar het verandert de common ground ook. Communicatie is dus een proces waarbij je voortdurend teruggrijpt naar de common ground en waar de common ground steeds bij veranderd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de rode draad?

A

Hoe moeten we common ground formuleren en hoe komt die common ground tot stand?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarop is common ground gebaseerd?

A

Het is gebaseerd op een voorbeeld van Schiffer. Twee mensen zitten aan tafel en op die tafel staan allerlei zaken. De personen bevinden zich in een bepaalde situatie en daardoor hebben ze common ground. Op die tafel staan drie kaarsen. Het is common ground tussen die twee personen dat die kaarsen er staan. De man weet dat zij weet dat er kaarsen staan en de vrouw weet dat hij weet dat er kaarsen staan, etc. Het idee is dat common ground de informatie is die voor beide transparant (publiek) is. Voor de personen aan tafel is het openbaar dat er zaken op tafel staan en dat dat gewoon zo is. De basis die ze bij elkaar als bekend kunnen veronderstellen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn conventies volgens Lewis?

A

Het moet common ground zijn in een groep dat er aan een aantal voorwaarden voldoen moet zijn wil er een conventie zijn. Dus conventies zijn volgens Lewis common ground.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn coördinatie-spelen van Schelling?

A

Het zijn simpele experimenten die een belangrijke richting vormen voor de economie en sociale psychologie. Ze laten zien dat mensen heel gedreven zijn in het rade wat de common ground zou zijn. Hij heeft een proefpersoon en die laat hij een tekst lezen. “Je hebt met iemand een afspraak in New York, je weet niet waar en wanneer je afspreekt”. De andere persoon krijgt dezelfde instructies en dan moet je raden waar je naartoe gaat en op welke tijd. Schelling vond dat als je in het wilde weg gaat raden het nooit goed komt. In dit specifieke geval gaven de meeste mensen hetzelfde antwoord: Grand central station om 12 uur ‘s middags. Dat is verrassend, want hoe doen mensen dat? Mensen gebruiken informatie die anderen ook hebben en zij vrij goed in het formuleren van hetzelfde antwoord (ze kunnen goed gokken). Dus common ground is voor ons mensen heel belangrijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn de coördinatie-spelen van Metha?

A

Kies een bloem. Je moet dat willekeurig doen. Dat mochten ze in twee situaties doen: je mag zelf kiezen welke. Als je dezelfde proefpersonen in de situatie van Schelling zet, iemand in de kamer hiernaast moet er ook een kiezen: dus kies dezelfde. Dan kiest de meerderheid de meest voorkomende soort (een roos). Dus mensen zijn goed in het bepalen van een jaar. Dezelfde opzet wordt bij andere categorieën gedaan: jaar, kleur, getal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Noem vier pragmatische verschijnselen.

A
  1. Voornaamwoorden. Zij snurken: op een bepaald moment worden die personen besproken in een context. Het feit dat je het over personen hebt is common ground.
    Ik ben ziek: werkt alleen maar als je weet wie ik is, dat is common ground en dat kan veranderen.
  2. Definitie descriptieve en namen. De kinderen snurken.
    Wilma snurkt: hiervoor moet je ook weten wat in de common ground zit, er zijn natuurlijke meerdere Wilma’s. als een van die Wilma’s common ground is.
  3. Quantoren. De meeste kinderen snurken: je moet weten over welke kinderen het gaat.
    Is iedereen aanwezig? Dan moet je weten over wie het gaat.
  4. Presupposities. De voorzitter is ook ziek: dit kun je alleen zeggen als anderen personen ook ziek zijn.
    Betty snurkt (nog steeds/niet meer).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe wordt common ground beschreven?

A

Common ground wordt vaak als ‘gemeenschappelijke informatie’ beschreven. Maar informatie is een breed begrip. Het omvat niet alleen onze kennis, maar ook: geloof, aandacht, doelen, waarden, normen en voorkeuren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is introspectie?

A

Wanneer je iets weet en dat je ook weet dat je het weet en dat je ook weet dat je het weet dat je het weet. Er is een wederzijdse transparantie en vindt zijn neerslag in die circulariteit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Welke analyse doen Clark en Marshall?

A

De karakteristiek van common ground wordt
problematisch gevonden. Clark en Marshall noemen dat de mutual knowledge paradox.

Eerst proberen ze te laten zien dat je die circulaire structuur nodig hebt in communicatie. Het gaat om Definitie descripties. Daarna laten ze zien hoe het mogelijk is dat wij dit soort kennis informatie kunnen hebben.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Welk voorbeeld gebruiken Clark en Marshall?

A

Het scenario van Ann en Bob laat zien dat het niet voldoende is dat Ann weet dat Monkey Business gedraaid wordt. Dat is wel noodzakelijk. Noodzakelijk is dat Ann weet dat die film in Roxy draait. Op basis daarvan probeert ze te verwijzen naar de film in Roxy. Bob weet niet welke film er gedraaid wordt, dus dat is het probleem. Hij kan die verwijzing niet gebruik. Het is dus niet voldoende, want Bob moet het ook weten. Dus het is noodzakelijk dat Ann weet welke film er draait, maar het is niet voldoende, want Bob moet het ook weten. Bij iedere stap komt er een verhaal bij en wordt het steeds ingewikkelder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Op welke 4 assumpties berust de paradox?

A
  1. Misschien is het niet zo dat Ann definitieve descripties wil formuleren. Dan is ze illegaal bezig. Maar misschien komt ze ermee weg. Ze probeert niet om adequaat en correct Engels te spreken.
  2. Om zo’n adequate definitie te formuleren, moet Ann al die niveaus checken. Dat is het voornaamste punt; dat hoeft volgens Clark en Marshall niet.
  3. Elk niveau van gedeelde kennis vereist enige tijd om te checken. Als die niveaus in geen seconde gecheckt kunnen worden maakt het niet uit, maar het kost even tijd. Dit is onproblematisch, want dingen verifiëren en formuleren kost eenmaal tijd.
  4. Een definitieve verwijzing (begint met de) wordt in hoogstens een paar seconde gedaan. In elke zin die ik uitspreek kost niet lang de tijd.
    3 en 4 lijken onproblematisch.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe lossen we de paradox van Clark en Marshall op?

A

Ze lossen het probleem op door te zeggen dat mensen op heuristische wijze formuleren. Je probeert een manier toe te passen die niet perse perfect is, maar in de praktijk goed genoeg werk

  1. Truncation heuristics.
  2. Copresence heuristics.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is de truncation heuristics?

A

Je verifieert maar een beperkt aantal niveaus. Dat lijkt een goed idee, maar dat is niet de goede oplossing. Uit experimenteel onderzoek blijkt dat mensen zinnen als ‘A weet dat B weet dat..” niet goed kunnen redeneren. Na twee niveaus wordt het te verwarrend. Dus kennis over kennis over kennis is te vaag en verwarrend.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is de copresence heuristics?

A

Dat zorgt ervoor dat die mensen aan tafel dezelfde kennis hebben over de dingen op de tafel? Dat heeft te maken met de personen en de dingen op de tafel. Het is de copresence van de man, de vrouw en de kaarsen dat ervoor zorgt dat ze dezelfde kennis hebben. Die twee personen moeten bepaalde vormen van waarnemen, cognitieve vermogens en een bepaalde situatie hebben. Dat is allemaal gegeven. Dus in zo’n situatie is er een manier om common ground te krijgen. Het idee is dat wij dat soort heuristieke voortdurend toepassen. Het zijn heuristieken die gegeven zijn op de specifieke context waarin zij zich begeven.

17
Q

Wat is volgens Lewis common ground?

A
  1. A en B heeft reden om te geloven dat P
  2. A heeft reden om te geloven dat B reden heeft om te geloven dat P
  3. B heeft reden om te geloven dat A reden heeft om te geloven dat P.
18
Q

Waarom heb je voor gemeenschappelijke kennis oneindige mentale toestanden nodig?

A

Als je het onderscheid tussen gedeelde en gemeenschappelijke kennis wil trekken, dan is het niet duidelijk waar je de grens moet trekken. Common ground heeft als kenmerk oneindige recursie.

19
Q

Wat is het onderscheid in de beschrijving van common ground tussen Lewis en Clark en Marshall?

A

Clark en Marshall: aan de hand van een aantal scenario’s laten ze zien dat gemeenschappelijke kennis de volgende structuur heeft: je hebt in principe een oneindige reeks van scenario’s waarin je uitdrukkingen gebruikt. Als spreker moet je in principe oneindig veel scenario’s kunnen aannemen. Het gevolg is oneindige recursie.

Lewis: de notie van een gemeenschappelijke basis. Het is een beschrijving van een bepaald soort context waarin mensen zich voortdurend bevinden. Die beschrijving heeft als gevolg dat je in een oneindige recursie komt. Als je gaat kijken naar theorieën over communicatie dan impliceert dat ook dat oneindige recursie het gevolg is.

20
Q

Op welke twee manieren kun je naar common ground kijken?

A
  1. Oneindige recursie van weten (Clark en Marshall).
  2. Common Ground als een reden om iets te geloven, dat is een normatiefs (Lewis). Common Ground kun je het best zien als een normatieve structuur. Maar je wil wel als iets psychologisch zien. Mensen representeren over het algemeen slechts de eerste paar niveaus en niet meer dan dat. Dat is niet de Common Ground zelf, dat is een representatie van de Common Ground.
21
Q

Wat is de mutual knowledge paradox van Clark en Marshall?

A

Een paradox die te maken heeft met definitieve descriptes; de man, de vrouw, de banaan. De spreker die z’n uitdrukking gebruikt moet oneindig veel dingen checken voordat hij dat moet dan. Het is paradoxaal want dat doen we niet. Het is zoiets als als ik wil verwijzen naar de koning van Nederland. Dan moet je weten dat Nederland een koning heeft, de ander moet dat weten. je moet weten dat de ander dat weet, etc. Het paradoxale is dat er oneindig veel van z’n dingen zijn. De conclusie is absupr: de spreker moet oneindig lang bezig zijn met het voorbereiden van het produceren van een bewerinG.

22
Q

Leg Lewis’ mutual knowledge induction scheme uit.

A

De basiseenheden van het schema zijn normatieve feiten: redenen om te geloven.
1. A en B hebben redenen om te geloven dat P.
2. A heeft reden om te geloven dat B reden heeft om te geloven dat P.
3. B heeft reden om te geloven dat A reden heeft om te geloven dat P.
We moeten een strikt onderscheid maken tussen common grond en psychologische toestanden (kennis en weten) die de cg representeren. We kunnen cg voor een deel kennen en ons vergissen over wat het is.

23
Q

Hoe interpreteren Clark en Marhall Lewis’ mutual knowledge induction sheme?

A

Zij interpreteren het verkeerd, waardoor de theorie waarschijnlijk niet klopt. De basiseenheden van common ground zijn volgens Clark en Marshall psychologische toestanden: kennis en weten. Maar het schema gaat over normatieve feiten.

24
Q

Leg het voorbeeld van de supermarkt uit.

A
  1. Inhoud van het karretje: 12 pakken melk van ongeveer 0,93.
  2. Je hebt reden om te geloven dat je 12,00 moet betalen.
  3. Dit is een normatief feit dat volgt uit de sociale praktijk.
  4. Dit is iets anders dan wat je feitelijk gelooft, maar daar is het wel leidend voor.
  5. Normatieve feiten volgen uit ons handelen, maar bepalen ons handelen ook. We proberen uit te komen op de prijs die objectief gezien de juiste is.
  6. Clark en Marshall’s heuristieken zijn onderdeel van de psychologie van common ground, maar het is niet zelf de common ground.

Het illustreert dat we deel uitmaken van die normatieve feiten en we ons daardoor laten leiden.

25
Q

Waartoe dient het mutual knowledge induction scheme van Lewis?

A

Als je aan de drie eisen voldaan hebt, dan is er mutual knowledge volgens Lewis. Volgens Clark en Marshall is dat echter niet altijd kennis. Lewis definieert het in termen van reason to Believe. Knowledge is psychologische toestand. Reden om te geloven is geen psychologische toestand, maar een normatief feit. De elementen van de structuur zijn reasons to Believe en geen kennis.