Borstkast therapie Flashcards
schema respiratoire revalidatie
- traings therapie
- aerobe/interval training
- krachttraining van de ademhalingsspieren
- krachttraining van de perifere spieren - chest physical therapie
- sputumevacuerend
- volumerecruterend = meer volume vrijmaken
- ademhalingscontrole
- correcte inhalatie medicatie = puffers
- mobilsatie & houdingscorrectie - patiënteneducatie
- lifestyle coaching
- bewegings coaching
inspiratie
- contractie van ademhalingsspieren
- diafragma naar caudaal
- beweging van abdomen & thorax
- pump handle = bovenste ribben & sternum naar cranio-ventraal
- bucket handle = onderste ribben naar cranio-lateraal
–> door orientatie van ribben & gewrichtsvlakken op wervel
- buikinhoud naar caudo-ventraal
- vergroten van epigastrische hoek = hoek van ribben aan sternum - vergroten van intra-thoracale ruimte
- negatieve druk
- aanzuigen van lucht
expiratie
in rust
1. relaxatie van inspiratie spieren
2. elastische retractie kracht van longen
3. volume verkleining & excentrische werking van spieren
4. expiratie
tijdens inspanning
1. contractie van abdominale spieren & intercostales interni & intimi
2. diafragma naar craniaal
3. expiratie
long volumes
- ademhaling
- TV teugvolume = rustig in & uit
- VC vitale capaciteit = maximaal in & uit - niveaus
- TLC totale longcapactieit
- RV residueel volume - andere
- IRV inspiratior reserve volume = tussen normaal & maximaal in
- ERV expiratoir reserve volume = tussen normaal & maximaal uit
- FRC functionele reserve capaciteit = tussen normaal uit & 0 = ERV + FRC
krachten op thorax
- krachten
- elastische retractie kracht = altijd negatief
- thoraxwand = vormhouden & alveolen = surfacant
- -> afhankelijk van lengte - verloop van krachten
- in rust = beide krachten tegengesteld
- 70% = enkel elastische retractie
- maximaal = beide zijn negatief
diafragma
- anatomie
- pars costalis R7-12 & proc. xyphoideus
- pars cruralis: L1-L3, lig arcuata mediale & laterale, m. psoas & m. quadratus lumborum
- I. centrum tendineum = BW-plaat in centrum van diafragma - opmerkingen
- beide delen kunnen functioineren als puntum fixum
–> vooral pars costalis
- area of apposition = deel waarbij spier langs ribben ligt in rust - eerste fase van contractie
- onderste ribben = puntum fixum
- verplaatsing van centrum tendineum naar caudaal
- einde = maag inhoud kan niet verder verplaatsen - tweede fase van contractie
- centrum tendineum rust op buikinhoud = puntum fixum
- onderste ribben worden naar cranio-lateraal bewogen door bucket handle
ademhaling in stand & zit
- stand
- laagste stand diafragma = minder ROM
- beperkte abdominale mobiliteit
–> abdominale posturale activiteit zorgt dat inhoud minder kan bewegen
- 2e fase van ademhaling is sneller bereikt
- sneller bucket handle beweging
- hogere activiteit van inspiratoire thorax musculatuur - zit
- meest berpekte ROM van diafragma door opgetrokken benen
- sneller 2e fase & bucket handle
- sneller inspiratoire musculatuur
- accentueren van expiratie stand = dieper gaan door benen optrekken
ademhaling in lig & zijlig
- lig
- hoogste stand diafragma = grootste ROM
- ontspannen buikwand = vooral hier in beweging
- verschil in knieën gebogen vs gestrekt door retroversie van bekken ≈ zit - zijlig onderliggende long vs bovenliggende long
- onderliggend is:
- grotere ROM diafragma & grootste volume veranderingen bij rustige AH
–> hoogste ventilatie
- kleinste FRC + IC = volume
houding & VQ-verhouding
- gasuitwisseling
- beste gasuitwisseling als VQ-verhouding optimaal is
- zowel V als Q worden beinvloed door houding
- verhouding varieert in verschillende delen van de long - toepassing
- zijlig: onderste long betere Q maar bovenste long betere V
–> pneumonaie rechter long & serieuze obstructie & atelectases in rechter long
- proneposition = buiklig bij mechanisch geventileerde patiënten
algemeen longlijden
- obstructief longlijden
- air flow limitation
- daling van VC, IRV & ERV
- stijging van RV, FRC & RC/TLC
- longen worden groter = hyperinflatie stand - restrictief longlijden
- beperkte volumes
- alles gedaald
- longen worden kleiner
dynamische hyperinflatie
- dynamische hyperinflatie
- adempatroon op hoger longvolume = reversibel
- expiratie tijd door langer dan normaal
- en/of
- inspiratie wordt vroegtijdig gestart
–> stijging van FRC
- voelt aan als dyspneu want uitademing is niet meer passief door hoog volume - diafragma
- caudale positie
- verkorte positie = daling van frank-starling
- alle andere inspiratoire spieren moeten ook vanuit verkorte positie contraheren
chronische hyperinflatie
- chronische hyperinflatie
- evolutie als compensatie = irriversibel
- verlies van longparenchym = emfyseem + obstructie = inflammatie
- daling van elastische retractie kracht = stijging FRC
- verschuiving van adempatroon naar inspiratoir - diafragma
- permament verkort
- verkorting van spier = sarcomeren afname in serie
- iets betere frank-starling als bij dynamische - thorax
- thorax moet bewegen op minder compliant deel
- indien over 70% max volume = zowel elastische retractiekracht als thoraxkracht overwinnen
- minder gunstige lengte van inademhalingspieren
intrekkingen van intercostale ruimte bij inspiratie
- oorzaken
- zwakke intercostale spieren
- grote obstructie in longen
- lage compliantie = stijge longen bij longfibrose - bij COPD
- grote ademweerstand
- sterke negatieve druk nodig
- verhoogd aandeel andere inspiratoire spieren
- thorax wand kan niet volgen = intrekkingen - andere intrekkingen
- sternum
- supra-claviculair
- tracheadip
- teken van Hoover = onderste ribben
gunstige gevolgen van hyperinflatie op longen
- stijging van ventilatie
- dilatatie van bronchiën
- luchtweerstand daalt - groter volume
- meer gerekte volumes
- compensatie van verloren elastische retractiekracht
gevolg op abdomen & thorax van chronische obstructieve ademhaling
- algemeen
- bewegingen van (delen van) thorax & buikwand zijn niet synchroon of paradoxaal
- kan voorkomen tijdens een deel van inspiratie & expiratie
- kleinere colume veranderingen = minder efficiënte longen - tekenen van hoover
- contractie van diafragma in alreeds afgeplatte stand
- diafragma trekt ribben naar binnen
actieve aanpassingen bij bemoeilijkte ademhaling
- houding
- voorover gebogen met steun van handen
- fixatie van schoudergordel zorgt voor betere inzet van hulpademhalingsspieren
- stijging van FRC
- buik inhoud stabilsieert diafragma = iets betere functie - pursed lip breathing
- verminderen van collaps tijdens expiratie door lagere PEF
- verminderde air-trapping
mucustransport van gezonde long
- mucociliair transport
- cephalad luchtstroom bias
- inspiratie = algemene bronchodilatatie
- luchtstroomsnelheid inspiratie < expiratie
–> differential airflow
- slijmen meenemen van perifeer naar centraal - af & toe diep zuchten, kuchen & hoesten
- grote explosieve expiratoire stroomsnelheden
- effectief verwijderen van slijmen
- van centraal naar mond/neus holte
mucociliair transport
- gellaag = bovenste laag
- viceus & kleverig
- houd neerslagen van partikels vast - sollaag = onderste laag
- minder viceus = eerder waterig
- hierin liggen cilia = makkelijker bewegen - transport
- dikte = 5-10micrometer
- bij slagfase van cilia raken toppen net nog gellaag
- herstelfase = gebogen terug keren binnen sollaag met minder weerstand
- beweging met 12-20Hz
trompet model
- luchtstroom snelheid = afh van
- debiet
- diameter van luchtweg - trompet model
- diameter trachea < perifere luchtwegen
- snelheid van luchtstroom daalt progressief naar perifeer - gevolgen
- wet van Bernouli: hogere luchtstroom snelheid = lagere druk
- vb: vliegtuig vleugel
- gevolg = tijdens expiratie is een drukverval van perifeer naar centraal
–> ontstaan van EPP
EPP
= monoalveolair voorstelling kunnen tekenen!
drukken
- Pmo monddruk = Pbar atmosferische druk
- Ppl pleurale druk
- Pbr bronchiale druk
- Palv alveolaire druk
- Pel = elastrische retracthei druk van long
onstaan van EPP
1. Palv = Ppl + Pel
- pleurale druk is in rust negatief = longen opentrekken
–> tijdens geforceerde expiratie positief
2. Palv ≈ Pbr
3. verval van Pbr naar centraal
4. op bepaald punt: Pbr = Ppl
5. dichtduwen van luchtwegen = flow limiterend segment
- nog snellere luchtstroom
- turbulente luchtstroom
- slijmplug wordt extra goed meegenomen
plaats van EPP
- normaal
- EPP = centraal: G0-G4
- anatomisch beschermd voor dichtvallen door (halve) kraakbeen ringen
- pathologisch = verplaatsing naar perifeer
- gevolg = dichtklappen van luchtweg
–> restrictie van deel van long - verplaatsingen naar perifeer
- lagere longelasticiteit = door hogere pleurale druk
–> vb: longemfyseem
- luchtwegobstructie = snellere stroom door kleinere diameter
–> kan selectief in 1 long gebeuren
- lagere luchtwegstailiteit = de weerstand die de luchtweg bied dus lagere snelheid
- verzwakking van luchtwegen = tracheobronchiale collaps tijdens geforceerde expiratie
–> vaak inefficiënte hoest - verplaatsingen naar centraal = gebruiken in praktijk
- geforceerde expiratie van hoger longvolume = hogere alveolaire druk
- lagere expiratie kracht = door lagere stroomsnelheid
- toepassen = gebruik maken van pursel lip breathing
belemmerende factoren voor goede sputumevacuatie
= recidiverende inflamties
- hoest
- dysfunctionele hoest = geen of overdreven hoestprikkel
- tracheobronchiale collaps - sputum
- kwaliteit & kwantiteit van mucus
- verminderde/afwezige trilhaarbeweging
- kan ook aangeboren zijn = PCD & kartagener-syndroom - obstructies
- bronchoconstructie & bronchiëctasien
- air-trapping
- atelectase
- oedeem
- secreties
oorzaken van obstructies
meestal combinatie van alle
- bronchoconstrictie/bronchospasmen
- door hyperreactiviteit
- door onstekingsprocessen
- gekenmerkt door piepen & wheezing - oedeem van ontstekingsprocessen
- infectieus
- allergische oorsprong - hypersecretie/bronchorroe
- idiopathisch
- meestel door onstekingsprocessen
- krakende/reutelende ademhaling
algemene vormen van mucus
- hoeveelheid
- kleur & geur
- doorzichtig/wit
- geel/groen
- rood/bruin = bloed
- grijs - consistentie
- taai
- waterig
- mucoid
- brokjes
- purulent
mucus
- algmene vormen
- mucoid sputum = grijs/kleurloos, dun & taai
- purulent sputum = groen/geel, vikeus & minder rekkerig
- mucopurulent = combinatie - gevolgen van sputum = teveel mucoid
- obstructie
- voedingsbodem voor bacterien, virussen & schimmels = vicieuze cirkel
- moeilijkere klaring bij taaie & vikeuze vormen = uitschakeling van cilia
vernauwing van bronchilen & airtrapping
- oorzaken
- tijdens geforceerde expiratie
- door toegenomen pleurale druk of verzwakking van wand
- compressie van kleine luchtwegen
- wheezing & piepen eind expiratoir - gevolg
- collaps = volledige afsluiting van kleine luchtwegen
- airtrapping
- trapped air = gevangen lucht
tracheobronchiale collaps
- definitie = collaps van grote luchtwegen
- lobaire bronchi of intrathoracaal deel trachea
- tijdens geforceerde expiratie = hoest/huf
- klinkt ruig/ruw & stopt abrupt - oorzaken
- obstructie in kleine luchtwegen = snel drukverval
- verzwakking van lobaire bronchus door chronische ontstekingsprocessen - geforceerde expiratie
- snellere luchtstroom = collaps
- hoest/huf als evacuatie van mucus verloopt niet efficiënt
atelectase
- definitie
- volledige mechanische obstructie
- leidt tot een ingeklapte long
- microatelactasen bij alveolen of normale meer centrala - therapie
- wit te zien op RX & CT
- terug openstellen door adem manoevres
bronchiëctasieën
- oorzaak
- veranderingen in luchtwegen door veelvoudige luchtweg infecties
- litteken = worden verbredingen/uitspulpingen van luchtweg wand - gevolg
- blijven hangen van mucus & moeilijke drainage
- therapie = preventie van infecties & meteen handelen bij een infectie
andere belemmerende factoren voor goede sputumevacuatie
- anatomische, fysiologische & biomechanische eigenschappen
- veroudering = daling van hoestkracht
- immuniteit
- spierzwakte - pijn
- verhindering van diepe in/expiratie
- verminderde ventilatie = verminderde mucuskaring
- vermijden van geforceerde expiraties
–> minder efficiënte huf & hoesttechnieken
- vb: post-operatief - verminderde controle ademhaling
- daling spierkracht & coördinatie
- parese/paralyse van spiergroepen
- mentale of psychologische component - andere vormen van gedaalde ventilatie
- angstprocessen bij dyspnoe gewaarwording
- gebruik van lichaamscontrole
- neuromusculaire aandoeningen
therapie van recidiverende luchtweg infecties
- aandacht naar bovenste luchtwegen = extrathoracaal
- sputumevacuerende & vulumerekurterende technieken voor onderste luchtwegen
- inhalatie van medicatie
aandacht bovenste luchtwegen
- fysiologisch reinigen van luchtwegen
- snuiten is eigenlijk niet goed = grote drukken naar oren & sinussen
–> sinusitis
- neusoptrekken = retrograad poetsen is beter
- richting van trilhaartjes gaan naar deze richting
–> van neus naar mondholte langs keel - zelf reinigen van luchtwegen
- door fysiologisch water = water + zout
- volwassenen = neusspoelkan
- kinderen = zijlig of ruglig
- ruglig = mond toehouden (rhinofaryngeale desobstructie)
–> geforceerde retrograde spoeling
volumerekruterende & sputumevacuerende technieken voor onderste luchtwegen
- soorten
- trage inspiratie + inspiratie pauze = volumerekruterend
- snelle inspiratie = reiniging van rhinoparynx retrograad
- trage expiratie = slijmen van perifeer naar centraal brengen
- snelle expiratie = slijmen verwijderen van luchtwegen = expectorerend - (geassisteerde) autogene drainage
- combinatie 1, 3 & 4
- ACBT active cycle of breathing technique
- FET forced expiratoin technique
–> combinatie van breathing control alternerend met huffen
volume rekruterend
- doelen
- opheffen van ateletases
- optimaal gebruik van collaterale verbindingen
- lucht achter/tussen secreties vrijmaken
- mobiliserend effect voor secreties in perifere luchtwegen - oefeningen
- lange trage inspiratie
- actieve inadempauze met open glottis
- EDIC - postiaux
- RIM resistive inspiratory manoeuvres
- combinaties met mobiliserende oefeningen van thorax - hulpmiddelen
- PEP-systemen & oscillatie
- thoracoabdominale bandne
- incentive spirometer
- bal = bouncing bij baby’s
ongelijktijdige & ongelijkmatige ventilatie
- definitie
- mucusobstructie -> 1 longdeel vult trager
- opheffen door langzame inspiratie met openglottis - soorten collaterale verbindingen
- interbronchiale verbindingen van Martin
- broncho-alvolaire verbindingen van Lambert
- interalveolaire verbinding van Kohn - voorkomen
- weinig of geen bij geboorte = enkel broncho-alveolair
- toename bij ouder worden & obstructieve longziektes
- beschermingsmechanismen
- grotere weerstand = gebruik van langere inspiratie tijd & pauze
–> tijd geven om te bereiken
sputum mobiliseren
- doelen
- secreties van perifere luchtwegen naar centraal te mobiliseren
- combinatie met houdingen - oefeningen
- trage expiraties
- ELPr - postiaux = baby’s
- ELTGOL - postiaux - hulpmiddelen
- IPV
- cough assist
- BiPAP & PEEP tijdens mechanische ventilatie
sputum expectoreren
- doel = slijmen van centraal naar extrathoracaal brengen
- oefeningnen
- vanop hoog longvolume
- hoest- & huf technieken
- (thoraco)abdominale thrust - hulpmiddelen
- aspiratie toestel
verschillen hoesten & huffen
- hoesten
- snelle inspiratie -> sluiten glottis -> krachtige expiratie -> met delay openen glottis
- hoog debiet + dynamische compressie = grote luchtstroom & turbulentie
- efficient als geen collaps - huffen
- inpiratie -> open glottis -> geforceerde expiratie
- huffen met secreties = aanpassen van inspiratoir volume - om collaps te voorkomen = aanpassen van
- expiratie kracht
- startvolume = bij verlies van elastische retractie kracht
- eindvolume
inefficiënt hoesten
- soorten
- te sterke hoestprikkel
- geen hoestprikkel
- te zwakke hoest
- niet op juist plaats hoesten - beïnvloeden
- coöperatieven = uitleg & aanleren
- niet coöperatief:
- thoracoadominale thrust door therapeut of patient
- banden, jasje, …
- cough-assist, ipv & ballonneren
autogene drainage
- FET forced expiratoin techniek
- synoniem van huffen
- combinatie van breathing control & huffen
- alternerend - ACBT active cycle of breathing technique
- FET met voorafgaande diepe inspiraties
- inspiratie = traag met adempauze
- ontkleven-verzamen & evacueren
- conintue tactiele & audtieve feedback - geassisteerde
- passief bij niet-coöperatieve
- modulatie door banden & handen of bal
- gebruik maken van verschillende houdingen - doel
- gelijkmatige & gelijktijdige expiratoire luchtstroom
- optimale eroderende snelheid: niet te hoge luchtstroom door EPP, niet te laag want geen effect
- grootst mogelijk longgebied
voor & nadelen van inhalatie medicatie
- voordelen
- rechtstreeks contact
- snellere werking
- kleinere dosis
- minder bijwerkingen - nadelen
- techniek = ongelijktijdige & ongelijkmatige ventilatie
–> delen die mist bereikbaar zijn hebben juist meest nodig
- maximaal effect kan onvoldoende zijn vb: corticosteroïden
- sedimentatie & inertie
- beperkte toegankelijkheid van luchtwegen
- goede inhalatie techniek nodig
medicatie die via inhalatie kan gebruikt worden
B2-mimetica = sympathicomimetica
1. bronchoconstrictie
- door verhoogde reactiviteit
- contractie van gladspierweefsel luchtwegwand
2. stimulatie van B2-recepotoren door inhalatie van B2-mimetica
3. actieve bronchodilatatie
anticholinergicum
1. n. vagus prikkeling = bronchocinstrictie
2. acetylcholine = neurotransmitter
3. anticholergicum = verhindering van overdracht
corticosteroïden
1. inflammatie van luchtweg wnd
2. verdikking van mucosa
3. vernauwing van lumen
4. anti-inflammatoir effect door corticosteroïden
andere
- antibiotica
- hypertone zoutoplossing
- mucolytica
inhalatie techniek
- techniek
- vanuit volledige expiratie
- trage inspiratie met inspiratoire pauze met open glottis
- rechtopstaand of zitten
- hoofd iets naar achter = minder depositie in keelholte
- tong naar beneden = minder tongneerlsag - mogelijkheid
- niet mogelijk bij elke soort machine
- niet mogelijk bij niet-coöperatieve patiënten
beïnvloedende factoren voor goede depositie
- patiënt
- fysieke eigenschappen = leeftijd, ziekte, ..
- coöperatie
- therapietrouw - ziekte
- inflammatie
- obstructie
- mucus - wijze van inhalatie & techniek
- vernevelaar
- MDI + voorzetkamer
- poederinhalator
vernevelaars
= oplossing in vloeistof die verneveld wordt
- voordelen
- passief masker bij niet-coöperatieven
- actief met mondstuk
- mengen van medicatie
- combinatie van PEP, flutter & O2therapie
- tragere verneveling = hogere kans van medicatie op juiste plaats - nadelen
- omslachtig
- duurt lang = kwartier
- hygiëne
- geneesmiddel blijft achter
- effectiviteit is afh van vernevelaar = grootte van druppels
richtlijen voor gebruik van vernevelaars
- toestel
- goede verstuiver = voldoende kleine druppels
- vernevelen tot medicatie op is = 10-20min
- indien langer is toestel versleten of slechten - hygiëne
- goed onderhouden
- mondspoelen na corticoïden - masker/mondstuk
- masker = baby’s en niet-coöpertieven
- masker zonder gaten & zachte rand = verlies van medicatie
- mondstuk zo snelmogleijk = 2-3jaar
- rechtop zitten
voorwaarden optimale depositie bij baby’s & jonge kinderen
- baby is rustig in rechtopzittende houding
- best gebruik van vernevelaar + masker
- geen lekker = geen gaten in masker - baby weent & is opstandig
- eventueel wachten tot slapend
- halfuur na begin van slaap = diepe slaap - despositie
- meest optimaal = 8-9% van medicatie
- niet opitmaal = maximaal 1%
hygiëne van vernevelaar
= (her)besmetting via inhalatie is mogelijk
richtlijnen
- na elk gebruik
- alle onderdelen uit elkaar halen
- wassen met warm water & detergent
- afdrogen in alle hoekjes met propere tissues of verse keukenhanddoek
- verder aan lucht laten uitdrogen - chronische aandoeningen
- 1x per dag alles steriliseren
–> koken of stoomsterilsator
- elke andere vorm van gebruik = 2-3x per week - andere
- slangetje naar toestel & toestel zelf kuisen moet niet
- goede werking = geen contaminatie
- slangetje vervangen als zichtbaar vuil of nat
MDI
= metered dose inhalator
- machine
- spuitbuisje
- geneesmiddel gemeng in hulpstoffen & drijfgas
- stof uit machine = 110km/u
- normale inhalatie = 50km/u
–> altijd gebruik van voorzet kamer - gebruik
- niet nuttig bij baby’s & niet-coöperatieven
- goede despositie ondanks minder inhalatie tijd
- minder omslachtig
- minder belastend voor patiënt & begeleiders
techniek van MDI
- niet-coöperatieven
- mooie aansluiting van mondmasker
- rustige ademhaling maximaal 10x
- zo snel mogelijk mondstuk gebruiken - coöperatieven
- trage inspiratie + inspiratoire pauze
- 5x herhalen
- uitademen door voorzetkamer = automatisch wegleiden - aandacht punten
- schudden voor gebruik
- opening moet naar onder wijzen
- bij eerste gebruik of na wassen = 4x medicatie afvuren als priming van wanden
- voorzetkamer wekelijks kuisen & aan lucht laten drogen
- spoelen van mond na corticoïden
droge poederinhalator
- machine
- patroon met geneesmiddel
- plastic houder met mondstuk & dop
- activeringssysteem voor vereiste dosis
- dosis teller - gebruik
- veel verschillende types
- pas vanaf 6jaar
- voldoende inspiratoire capaciteit & controle van ademhaling - techniek
- krachtige diepe & lange inspiratie met inspiratoire pauze
- uitademen naast toestel
- nieuwe modellen = medicatie pas virjstellen als inspiratie flow hoog genoeg is
- mondspoelen na cortico