7.1.2025 (laten+infinitief) Flashcards

1
Q

Dairy product

A

Het zuivelproduct

Examples of Usage:
Melk is een bekend zuivelproduct.
(Milk is a well-known dairy product.)

In de supermarkt koop ik vaak verschillende zuivelproducten, zoals kaas en yoghurt.
(In the supermarket, I often buy various dairy products, such as cheese and yogurt.)

Zuivelproducten bevatten vaak calcium, wat goed is voor de botten.
(Dairy products often contain calcium, which is good for the bones.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

The week before / The previous week

A

De week ervoor

Examples of Usage:
De vergadering was vorige week, en de week ervoor hadden we een training.
(The meeting was last week, and the week before, we had a training session.)

Ik heb vorige week vakantie gehad, maar de week ervoor moest ik veel werken.
(I had a vacation last week, but the week before, I had to work a lot.)

De week ervoor was het weer veel slechter dan nu.
(The week before, the weather was much worse than now.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Drum / Tin / Container

A

De trommel

Examples of Usage:
Hij speelt op de trommel in de fanfare.
(He plays the drum in the marching band.)

Ik bewaar koekjes in een trommel.
(I store cookies in a tin.)

De trommel van de wasmachine is kapot.
(The drum of the washing machine is broken.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Soul

A

De ziel

Examples of Usage:
Hij geloofde dat zijn ziel onsterfelijk was.
(He believed that his soul was immortal.)

Ze legde al haar ziel en zaligheid in dat schilderij.
(She put all her heart and soul into that painting.)

De kerk wordt gezien als de ziel van het dorp.
(The church is seen as the soul of the village.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

To vary

A

Variëren

Perfectum: gevarieerd (has varied)
Imperfectum: varieerde(n) (varied)
It means to change or make differences in something, to introduce variety, or to fluctuate.

Examples of Usage:
De prijzen van groenten variëren per seizoen.
(The prices of vegetables vary by season.)

Je moet je dieet variëren om gezond te blijven.
(You need to vary your diet to stay healthy.)

De meningen over dat onderwerp variëren sterk.
(The opinions on that topic vary greatly.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Masculinity

A

De mannelijkheid

Examples of Usage:
Hij probeerde zijn mannelijkheid te bewijzen door mee te doen aan de wedstrijd.
(He tried to prove his masculinity by participating in the competition.)

Mannelijkheid wordt vaak op verschillende manieren geïnterpreteerd in verschillende culturen.
(Masculinity is often interpreted in different ways in different cultures.)

De film onderzoekt het concept van mannelijkheid in de moderne wereld.
(The movie explores the concept of masculinity in the modern world.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

LATEN structuur

A

LATEN + infinitief (Modale Verba)

Ik laat de kapper mijn haar knippen

Ik laat de wc door een loodgieter herstellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

The boiler of the heating is broken. What do you do?
I repair the boiler myself
I have the boiler repaired

A

De ketel van de verwarming is kapot. Wat doe je?
Ik herstel de ketel zelf
Ik laat de ketel herstellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

What does the landlord propose?

A

Wat stelt de verhuurder voor?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

An electrician is someone who installs electrical wiring.

A

Een elektricien is iemand die elektrische leidingen legt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

A plumber is a professional who installs a faucet.

A

Een loodgieter is een vakman die een kraan plaatst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

An installer is a professional who installs central heating.

A

Een installateur is een vakman die centrale verwarming legt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

I don’t want to live in the apartment that has a leaking roof.
I’m going to rent the bungalow that only has heating in the living room.

A

Ik wil niet wonen in HET appartement DAT een lekkend dak heeft.
Ik ga DE bungalow huren DIE alleen verwarming in de woonkamer heft.

HET –> DAT
DE –> DIE

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

I am going to rent the bungalow which is next to a busy road.

A

Ik ga DE bungalow huren DIE naast een drukke weg ligt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

I choose the house that has just been renovated. –> 2 forms

A

Ik kies de woning die pas gerenoveerd is.
Ik kies de woning die pas is gerenoveerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

V - C - V REGEL

A

Vocaal - consonant - vocaal –> lange klank (uzun okunur)

Doden –> lange klank –> dooodin okunur

Dodden –> korte klank –> dodin okunur

17
Q

V - C - V REGEL 2

A

Leren –> ik leer –> lang blift lang
(fiil mastari uzun okunursa kisi cekimlerinde de uzun kalir)

1 bos –> 2 bossen –> kort blijft kort

18
Q

spelen
spellen –> Het verschil in de uitspraak?

A

spelen –> lang –> ik speel –> lang

spellen –> kort –> ik spel –> kort

19
Q

ros
roos –> Het verschil in de pluralis?

A

ros –> rossen => DNA=kort –> kort blijft kort
roos –> rozen => DNA=lang –> lang blijft lang

20
Q

Sink

A

De gootsteen

De gootsteen zit verstopt; we moeten een loodgieter bellen.
(The sink is clogged; we need to call a plumber.)

Ze spoelde het vuile water door de gootsteen.
(She poured the dirty water down the sink.)

Er stond een stapel borden in de gootsteen.
(There was a pile of plates in the sink.)

21
Q

A house has just been renovated.

A

Een woning is pas gerenoveerd

22
Q

Draft (of air) or journey/trip

A

De tocht

It has two primary meanings:
Draft: Refers to a current of cold air coming through a gap, such as under a door or through a window.
Journey/Trip: Refers to a travel or excursion, often implying a somewhat lengthy or adventurous journey.

Examples of Usage:
Draft (air):

Er komt een tocht door het raam; sluit het goed af.
(There’s a draft coming through the window; close it properly.)
In de winter kan een tocht erg vervelend zijn.
(In the winter, a draft can be very annoying.)
Journey/Trip:

Ze maakten een tocht door de bergen.
(They went on a trip through the mountains.)
De tocht naar Parijs duurde langer dan verwacht.
(The journey to Paris took longer than expected.)

23
Q

Decorating the Christmas tree

A

De kerstboom versieren

Imperfectum: versierde(n)
Perfectum: heeft versierd

Examples of Usage:
We versieren de kerstboom elk jaar met lichtjes en ballen.
(We decorate the Christmas tree every year with lights and baubles.)

Heb je al plannen om de kerstboom te versieren?
(Do you already have plans to decorate the Christmas tree?)

De kinderen helpen graag mee om de kerstboom te versieren.
(The children love helping to decorate the Christmas tree.)

24
Q

Bad luck day / Unlucky day

A

de pechdag

Pech: This means “bad luck” or “misfortune.”

Examples of Usage:
Gisteren was echt een pechdag; ik miste de bus, verloor mijn sleutel en het begon te regenen.
(Yesterday was really a bad luck day; I missed the bus, lost my key, and it started raining.)

Vandaag lijkt een pechdag te zijn, niets gaat zoals gepland.
(Today seems to be an unlucky day, nothing is going as planned.)

Iedereen heeft wel eens een pechdag, morgen wordt het beter!
(Everyone has a bad luck day sometimes; tomorrow will be better!)

25
Q

Suddenly, all of a sudden

A

plots

Examples of Usage:
Plots begon het hard te regenen.
(Suddenly, it started raining heavily.)

Ze stond plots op en verliet de kamer.
(She suddenly stood up and left the room.)

De auto stopte plots in het midden van de weg.
(The car suddenly stopped in the middle of the road.)

26
Q

Flat / Nearby / Just before

A

Vlak can be used as an adjective or adverb.

As an adjective: Refers to something that is flat or smooth.
As an adverb: Refers to something happening right before or very close to something else.

Examples of Usage:

Adjective:
Het land hier is helemaal vlak.
(The land here is completely flat.)
Ze liep over een vlak oppervlak.
(She walked over a flat surface.)

Adverb:
Het ongeluk gebeurde vlak voor zijn huis.
(The accident happened right in front of his house.)
Ik was vlak op tijd voor de trein.
(I was just in time for the train.)

27
Q

Stain / Spot

A

de vlek

Examples of Usage:
Er zit een vlek op mijn shirt.
(There’s a stain on my shirt.)

De zon laat vlekken op de oude foto’s.
(The sun leaves spots on the old photos.)

Ze probeerde de vlek van de tafel te verwijderen.
(She tried to remove the stain from the table.)

28
Q

Mud

A

de modder

Examples of Usage:
De kinderen speelden in de modder na de regen.
(The children played in the mud after the rain.)

Mijn schoenen zitten helemaal onder de modder.
(My shoes are completely covered in mud.)

De auto gleed weg op de modderige weg.
(The car slipped on the muddy road.)

29
Q

But then

A

Maar toen

It is a phrase used to introduce a turning point or a change in a story or sequence of events.
Maar means “but,” often indicating a contrast.
Toen means “then,” referring to a specific moment in the past. Together, they indicate that something unexpected or significant happened after the previous situation.

Examples of Usage:
Alles ging goed, maar toen kregen we pech met de auto.
(Everything was going fine, but then we had car trouble.)

Hij wilde vertrekken, maar toen begon het te regenen.
(He wanted to leave, but then it started to rain.)

Ik was blij, maar toen hoorde ik slecht nieuws.
(I was happy, but then I heard bad news.)

30
Q

Window

A

Het venster

It refers to a window, either in a building or metaphorically in a computer interface (e.g., a program window).
Venster is more formal or poetic and is often replaced by raam in everyday speech when referring to windows in buildings.

Examples of Usage:
Het venster stond open, dus er kwam frisse lucht naar binnen.
(The window was open, so fresh air came inside.)

Klik op het venster om het programma te openen.
(Click on the window to open the program.)

Hij keek naar buiten door het venster.
(He looked outside through the window.)

31
Q

To unclog

A

Ontstoppen

Perfectum (past participle): ontstopt
Imperfectum (past tense): ontstopte(n)
Examples of Usage:
Ik moet de gootsteen ontstoppen, want het water loopt niet weg.
(I need to unclog the sink because the water isn’t draining.)

Hij heeft de wc ontstopt met een plopper.
(He unclogged the toilet with a plunger.)

Het ontstoppen van de afvoer kostte meer tijd dan verwacht.
(Unclogging the drain took more time than expected.)

32
Q

Four in a row

A

Vier op een rij

It refers to a popular board game (known as Connect Four in English) where players try to get four of their colored discs in a straight line (horizontally, vertically, or diagonally).

Usage in Dutch:
It can also be used metaphorically to describe any situation where four similar things occur in a row or consecutively.

Example Sentences:
Zullen we vier op een rij spelen na het eten?
(Shall we play Connect Four after dinner?)

Hij heeft vier wedstrijden op een rij gewonnen!
(He has won four matches in a row!)

Vier op een rij is een leuk spel voor kinderen en volwassenen.
(Four in a row is a fun game for kids and adults.)

33
Q

Seperable verbas in katapult?

A

Katapultte seperable verbalar ayri yazilmaz, sumlenin sonuna gelir.

Ik kwam op school aan.

… omdat ik op school aankwam.

Ik was te laat, omdat ik op school aankwam na de bel.”
(I was late because I arrived at school after the bell.)