1. IK Flashcards
1
Q
de achternaam
A
family name
2
Q
de voornaam
A
first name
3
Q
de man (mannelijk)
A
man(male)
4
Q
de vrouw (vrouwelijk)
A
woman (female)
5
Q
het telefoonnummer
A
telephone number
6
Q
het woonadres
A
home address
7
Q
het yaar
A
year
8
Q
de maand
A
month
9
Q
de dag
A
day
10
Q
de verjaardag
A
birthday
11
Q
de leeftijd
A
age
12
Q
zes jaar oud
A
six years old
13
Q
hij
A
he
14
Q
zij, ze
A
she
15
Q
ik
A
I
16
Q
het
A
it
17
Q
jij, je
A
you
18
Q
zij, ze
A
they
19
Q
wij, we
A
we
20
Q
jullie
A
you
21
Q
Wat is jouw naam?
A
What is your name?
22
Q
Hoe oud ben jij?
A
How old are you?
23
Q
Mijn naam is…
A
My name is..
24
Q
jouw
A
your
25
Q
hoe
A
how
26
Q
en
A
and
27
Q
en ik ben zes jaar oud
A
and I am six years old