Week 6, VO ZO Flashcards

1
Q

Waarop heeft een slecht nieuwsgesprek invloed later?

A

Begrip van informatie, tevredenheid over zorg, hoop van pt, psychologische aanpassing, aangaan van een evt behandeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waardoor is een slecht nieuws gesprek slecht nieuws?

A

Dramatische verandering in het toekomstbeeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke medische slecht nieuwsgesprekken zijn er?

A

acuut
- Trauma
- suicide

chronisch
- chronische ziekte
- dodelijke ziekte
- geen diagnose

medische missers
- fouten
- complicaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Moet een arts een patient inlichten?

A

Ja, dit is wettelijk en ethisch verplicht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is het MUM-effect?

A

Speelt voor de persoon die het slechte niews moet brengen, en willen het slechte nieuws niet brengen of praten er omheen.

The Mum Effect is a communication and social psychology phenomenon in which individuals avoid conveying negative or undesirable information to others due to the fear of potential negative consequences, such as criticism, disapproval, or conflict.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat willen bijna alle patienten weten bij een slecht nieuws gesprek?

A

85% wil precies weten hoe lang ze nog te leven hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welk model helpt bij slecht nieuws gesprek

A

SPIKES model
Setting, Perceptie, Invitatie, Kennis, Emotie en Empathie, Strategie en Samenvatting

Let op: jargon/accomoderen aan kennis patient, gevoelsreflectie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke organen vindt men in de abdomen en bekken?

A

nieren en bijnieren
blaas
uterus, vagina, ovaria, tubae (vrouw)
Prostaat en testikels (man)
Maag-duodenum-jejunum-ileum-colon-colon sigmoideum-rectum-anus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Welke spieren sluiten de buikholte af? Wat houdt de organen bij elkaar?

A

craniaal diafragma
posterieur m. psoas major, m. quadratus lumborum
anterieur m. rectus femoris
caudaal m. levator ani

viscerale en parietale peritoneum houdt het bij elkaar. (vis op orgaan)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Uit welke botdelen bestaat de bekken?

A

os coxae, pubis, ilium, ischii, coccygis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn de verschillen tussen man en vrouw bij het bekken?

A
  • angulus subpubis is breder bij vrouwen
  • os ilium is breden bij vrouwen
  • apertura pelvis superior is hartvormig bij mannen (promontorium meer naar voren), ovaal bij vrouwen
  • os coccygis steek bij mannen meer naar voren
  • mannen hebben grotere en scherpere spinae (doordat sterkere spieren hierop aanhechten)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Welke ruimtes zijn belangrijk bij de vrouw?

A
  • Ruimte van douglas/excavatio recto-uterina: achterste ruimte tussen uterus en rectum -> hier verzamelt vocht als dat in de buikholte komt
  • excavatio vesica uterina: middelste holte tussen blaas en uterus
  • ruimte van Retzius/spatium retropubicum: tussen blaas en os pubis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoeveel vaten en welke vaten lopen er door de placenta?

A

v. umbiliacalis
a. umbilicalis (2X)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat loopt er door de navelstreng vaten? Hoe zit de circulatie in elkaar?

A

v umbiliacalis -> zuurstof- en voedingsrijk
a. umbiliacalis -> zuurstofarm en afvalstoffen

KIJK EENS GOED NAAR DE CIRCULATIE OP INTERNET, IS MOEILIJK (FETAL CIRCULATION DIAGRAM)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

uit welke delen bestaat de placenta?

A

Embryonale weefsel
decidua (endometrium van placenta)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waaruit bestaat decidua? Wat loopt er door de decidua

A

Cotyledonen, functionele units
Septa, verdeeld de units
maternaal bloed door decidua

17
Q

Wat zit aan de maternale zijde en foetale zijde?

A

Cotyledonen maternale kan
navelstreng foetale kant

18
Q

Hoe noemt men de circualtie tussen moeder en placenta? Wanneer komt deze op gang? hoe vindt de uitwisseling plaats?

A

uteroplacentaire circulatie vanaf 9e week.
uitwisseling via difussie vanuit endometrium naar chorionholte

19
Q

Waarvoor zorgen cytotrofoblastcellen voor?

A

Deze zorgen voorhet aanpassen van de spiraalarterien functie tijdens de zwangerschap. Deze zorgen voor vasodilatatie en evt afsluitng vande spiraalarterien -> optimaliseren stofwisseling

Daarnaast zorgen ze voor het innestelen van de placenta in de uterus

20
Q

Er is nog geen uteroplacentaire circulatie tot 9 wkn. hoe komt de embryo aan zijn voedingsstoffen?

A

tot de 8e week komt voedingsstoffen via diffusie vanuit het endometrium naar de chorionholte. De dooierzak speel een belangrijke rol in transport.

21
Q

Wat gebeurt er met de diffusieafstand tussen moederlijk en embryonaal bloed? Door welke lagen?

A

De afstand wordt korter met de tijd. Eerst door 4 lagen (syncytiotrofoblast, cytotrofoblastcellen, bindweefsel, endotheelcellen) dan door 2 lagen (syncytiotrofoblast en endotheelcellen)

22
Q

Wat is perinatale asfyxie? hoe vaak komt het voor

A

perinatale asfyxie = hypoxisch, ischemisch insult ante-, intra- of postpartum. Gestoorde gaswisseling welke persisteert en leit tot progressieve hypoxie, hypercapnie en acidose.

incidentie: 1-6/1000 geboortes

23
Q

Wat is nodig voor de klinische diagnose asfyxie?

A

De Levene criteria, er moet 5/6 aanwezig zijn voor diagnose asfyxie
- foetale nood
- meconiumhoudend vruchtwater (eerste ontlasting baby)
- metabole acidose <7.05 pH astrup
- apgar score (<5 op 5 minuten)
- hyposische-ischemisch encephalopathie obs Sarnat/Thompsom score en/of EEG
- multi orgaan falen (MOF)

24
Q

Wat zijn oorzaken van perinatale asfyxie?

A

maternale problemen
placentaire problemen
navelstreng problemen
foetale problemen
complicatie na traumatische partus

25
Q

Wat houdt de Sarnat score in? Welk ander aanvullende diagnostiek kan gedaan worden na asfyxie?

A

Eenmaal per 8 uur standaard neurologisch onderzoek om verandering op te sporen en encefalopathie.

Sarnat I 97-100% normaal bij followup
Sarnat II 25-30% kans op overijden of neurologische schade
Sarnat III 50-100% kans op overlijden en degenen die overleven 99-100% neurologische afwijkingen bij FU

een EEG, echo hersenen, MRI hersenen, Lab, LO

26
Q

Wat is de behandeling van perinatale asfyxie?

A

Therapeutische hypothermie -> baby wordt op NICU gekoeld tot 33,5 graden celsius om secundaireschade aan de hersenen na de primaire asfyxie te beperken.
Moet binnen 6h gestart worden

27
Q

Waar ligt de nadruk op bij een reanimatie van volwassenen en bij baby’s?

A

Volwassenen de C
Baby’s A en B