week 6 Flashcards

1
Q

wat in het hoofd is niet gevoelig voor pijn

A

hersenparenchym

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

in welke groep mensen komt migraine het meeste voor

A

vrouwen op vruchtbare leeftijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is meest voorkomende vorm van primaire hoofdpijn

A

spanningshoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

gevoel van strakke band om het het hoofd is typisch voor

A

spanningshoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke oorzaak van hoofdpijn wordt ook wel omschreven als een donderslag die inslaat?

A

subarachnoidale bloeding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

50-jarige man met episodes van hevige, unilaterale, periorbitale pijn met een loopneus en tranen, meest waarschijnlijk?

A

clusterhoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

hoort verergering bij inspanning bij spanningshoofdpijn

A

nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

bilaterale hoofdpijn, pijn neemt gedurende de dag toe, vermoeidheid en concentratie problemen hoort bij

A

spanningshoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

alarmsymptomen voor patiënt met hoofdpijn

A
  • Patiënt heeft tijdje terug een klap op zijn hoofd gehad
  • Patiënt van 55 jaar die nooit eerder hoofdpijn had
  • Patiënt met maligniteit in de voorgeschiedenis
  • Progressieve hoofdpijn bij een kind van 5 jaar
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

primaire hoofdpijn

A

spanningshoofdpijn, migraine, clusterhoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

gemiddelde tijd van clusterhoofdpijn

A

15-180 minuten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

gemiddelde tijd van migraine

A

4-72 uur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

gemiddelde tijd van spanningshoofdpijn

A

30m - dagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

nieuwe continue hoofdpijn

A

New daily persistent headache

Leeftijd
- Boven 50 jaar: reuscelartritis, tumor
- Minderheid van de tumoren gaat gepaard met hoofdpijn

Snelheid begin:
- acuut Acuut: SAB (subarchoidale bloeding) => hevinge hoofdpijn die binnen een minuut maximaal is. Dit vergt altijd verder onderzoek (CT) door de neuroloog. Kan op iedere leeftijd
- Over uren: meningitis, bloeding
- Over uren/dagen: sub/epiduraal hematoom
- Eerst aanvallen toen continu: spanningshoofdpijn, pijnstillers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

kenmerken reuscelartritis

A
  • Heftige uni- of bilaterale hoofdpijn
  • Pijn bij aanraking van de huid
  • Algehele malaise
  • Pijn bij kauwen/haren kammen
  • Polymyalgia rheumatica
  • Nachtzweten, subfebriel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

na trauma hoofdpijn denk je aan

A

sub- of epidurale bloeding

17
Q

tekenen van verhoogde ICP

A
  • Meer hoofdpijn bij liggen
  • Braken, vooral ochtendbraken en braken los van hoofdpijn
  • Oculomotoriekstoornis => abducent, die oog naar buiten beweegt sneuvelt als eerste bij verhoogde hersendruk
  • Papiloedeem: zwelling oogzenuw
  • Hoge tensie bij lage pols: cushing fenomeen
18
Q

verschijnselen bij hersentumor

A
  • Epilepsie
  • Cognitieve stoornissen
  • Persoonlijkheidsveranderingen
  • Neurologische uitval
19
Q

definitie migraine zonder aura (ICHD-3)

A

A. Ten minste 5 aanvallen die aan criteria B-D voldoen.
B. Hoofdpijn gedurende 4 tot 72 uur (onbehandeld)
C. Hoofdpijn heeft 2 uit de 4 criteria:
- Eenzijdig
- Pulserend/bonzend
- Gemiddelde tot ernstige intensiteit
- Erger wordend gedurende fysieke activiteit
D. Gedurende de aanval moet een van de volgende dingen aanwezig zijn:
- Misselijkheid of braken
- Fotofobie en fonofobie
E. Niet beter verklaard door andere diagnose

20
Q

definitie migraine met aura (ICHD-3)

A

A. Op zijn minst 2 aanvallen met criteria B en C
B. Een van de volgende volledig omkeerbare aurasymptomen
- Visueel
- Sensibel
- Spraak
- Motoriek
- Breinstam (vertigo, tinnitus, gehoorverlies, diplopie, ataxie, verminderd bewustzijn)
C. Minstens 3 van de 6 karakteristieken:
- Minstens 1 van de symptomen ontwikkelend langzaam na 5 minuten
- Het duurt van 5 tot 60 min
- Minstens 1 symptoom is unilateraal
- Minstens 1 aurasymptoom is positief
- De aura komt samen met hoofdpijn binnen 60 min
D. Geen beter verklaarbare andere diagnose

21
Q

acute behandeling van migraine

A
  • Paracetamol
  • NSAID
  • Triptan
  • Anti-emetic (e.g.domperidone of metoclopramide)
  • Nieuwere acute behandelingen:
    Rimegepant => kleine molecuul blokkeert CGRP receptor
    Lasmitidan => 5-hydroxytriptamine 1F (5-HT1F) receptor agonist
22
Q

functie van candesartan (medicatie voor migraine)

A

stabiliseert bloedstroom in hersenen

23
Q

betablokker functie bij migraine behandeling

A

vermindert de prikkelbaarheid van neuronen en stabiliseert de bloedvaten

24
Q

3 werkingsmechanisme van triptanen

A
  • vasoconstrictie
  • remming van neuropeptide-afgifte
  • remming van pijntransmissie
25
Q

veilige migraine behandeling voor zwangeren

A
  • paracetemol
  • metoclopramide
26
Q

medicijn misbruik hoofdpijn

A

Is hoofdpijn > 15 dagen per maand, gedurende 3 maanden bij een patiënt die eerder episodische hoofdpijn had

27
Q

chronische migraine vanaf

A

Hoofdpijn gedurende >15 dagen per maand (waarvan > 8 dagen migraine) gedurende > 3 maanden

28
Q

klinisch beeld meningitis

A
  • Koorts
  • Gedaald bewustzijn
  • Nekstijfheid (wel bij bacterieel niet vaak viraal)
  • Komen vaak ziek over
29
Q

klinische beeld encefalitis

A
  • Subacuut begin  mensen komen niet ziek over
  • Koorts
  • Corticale functie uitval  taalstoornis bv
  • Komen vaak niet heel ziek over
  • Vaak oudere mensen
  • Simplex type 1 is belangrijke verwekker
  • Bijna altijd viraal  erg ernstig: mortaliteit 20%
30
Q

teken van brudzinkski

A

patiënt trekt benen op om hersenvliezen ruimte geven

31
Q

teken van kernig

A

been optillen en buigen en strekken lukt niet want trekt aan hersenvliezen en dat geeft pijn

32
Q

bevindingen bij lumbaalpunctie bij bacteriele meningitis

A

Verhoogde openingsdruk, verhoging leuco’s (>200) meer dan 90% granulocyten, verlaagd glucose (minder dan 60% van dat in bloed gemeten glucose)

33
Q

wat is de meest voorkomende verwekker van bacteriële meningitis op alle leeftijden

34
Q

kenmerken virale meningitis

A

Koorts (vaak licht), hoofdpijn, misselijkheid zonder neurologische uitval, lichte of afwezige nekstijfheid => NOOIT neurologische uitval

35
Q

oorzaak virale encefalitis

A
  • Door insecten (mug/teek) overgebracht; bv westnijlvirus, TBE
  • Niet door insecten overgebracht: coxsackie, ECHO, parotitis, herpes zoster, herpes simplex (ALTIJD behandelen met antivirale middelen), rabiës, poliomyelitis, CMV, HIV)
36
Q

prion ziekte

A
  • Besmettelijke eiwitten
  • Erg zeldzaam
  • Meest bekende
  • Creatzfeld-jakob: bestanddelen beenmerg of hersenvliezen zijn besmet => lijkt beetje op dementie
  • Bovine spongiform encephalitis: gekke koeien ziekte: idee was dat je na besmette koe at 20 jaar later snelle dementie krijgt en binnen maanden overleed
  • Kuru (eten hersenen van overleden familie lid en zo ziekte overbrengen)
  • Snel progressieve dementie
  • Geen behandeling
  • Neurochirurg en lab kan dit krijgen via liquor onderzoek  erg besmettelijk