Week 3.2 overheid Flashcards
Public choice
hoe handelt de rationele uit eigen belang handelende individu ten aanzien van vraagstukken?
- budget maximalisatie
- stemmen maximalisatie
- conflict maximalisatie
probleem van budgetmechanisme
voorkeur is onbekend
- wie geniet, wie beslist? de burger betaalt
Het freerider probleem
- doeltreffend? doelmatig?
prijsmechanisme
voorkeur is bekend
mbt het genieten, beslissen, betalen
profijtbeginsel
doeltreffend en doelmatig
parlement en stemmenmaximalisatie
goed georganiseerde pressiegroepen brengen deelbelangen naar voren wat tot onevenwichtige uitkomsten kan leiden
besluitvorming minister van financiën
binnen de grenzen houden van totaal van de uitgaven
vroeger stond de minister van financiën tegenover al zijn collega’s. later is de budget discipline verbeterd:
- ministers moeten compensatie vinden voor de overschrijdingem op eigen begroting
- als de minister, bij bijzondere omstandigheden hieraan niet hoeft te voldoen, worden andre ministers ook geconfronteerd met dit probleem (en NIET meer alleen de minister van financiën.
besluitvorming minister van financiën en coalitiekabinet
Coalitiekabinet: streven naar voortbestaan
Soms wordt minister van financiën gedwongen zich
soepel op te stellen
-> Conflictminimalisatie speelt hierbij een rol
besluitvorming ambtenaren
naarmate de politieke leiding (de principaal) beter op de hoogte is van de interne gang van aken, beschikken ambtenaren (de agenten) over minder ruimte hu eigen doelen na te streven
–> budgetmaximalisatie speelt hierbij een rol
In het bedrijfsleven doet zich dit probleem ook voor, maar financiële prikkels kunnen daar helpen met de doelstellingen van principaal en agent meer elkaars verlengde te krijgen
analyse van het beleid
hierbij spelen doeltreffendheid (effect wordt bereikt) en doelmatigheid (meest efficiënte manier) een belangrijke rol, zoals bij kosteneffectivitetisanalyse
profijtgedachte
overheidsactiviteiten dienen deels betaald te worden door ondernemingen die voordeel van de activiteiten hebben
beleid rijksoverheid laatste 30 jaar
in de jaren 80: meer markt en minder overheid
regeerakkoorden met strakker budgettair beleid
meer profijtbeginsel
meer privatisering: uitbesteden en afstoten
het profijtbeginsel
Het profijtbeginsel is gebaseerd op de gedachte dat burgers en bedrijven moeten bijdragen in de kosten van de door de overheid voortgebrachte voorzieningen naar de mate van het profijt dat zij (de burgers) van die voorzieningen hebben.
Leidt privatisering/deregulering daadwerkelijk tot lagere (maatschappelijke) kosten, grotere efficiëntie?
uitsluitend indien er sprake is van
concurrentie en kwaliteit van te leveren diensten
goed kunnen worden vastgelegd
privatisering
Het overhevelen van overheidsactiviteiten naar de marktsector door:
- extern te verzelfstandigen
- af te stoten
- uit te besteden
Daarnaast is een alternatief:
- ontmanteling van overheidsmonopolie’s
- intern te verzelfstandigen (agentschap)
verwachte effecten privatiseringsbeleid overheid
- verbetering effiency (lagere prijzen voor consument)
- verbetering kwaliteit dienstverlening
- kostenbesparing
agencykosten
- preventiekosten
- inspectiekosten
- consequentiekosten
preventiekosten
kosten van het begrenzen van de handelingsruimte van agent (dmv regels en voorschriften)
inspectiekosten
kosten van controle op confirmeren aan afspraken
consequentiekosten
verlies in welvaart in geld voor de principaal als gevolg van verschil tussen feitelijke beslissingen van agent en potentiële maximale uitkomst voor principaal
principaal
opdrachtgever
- patient
- werkgever
- aandeelhoduer
- verzekeraar
agent
uitvoerder
- arts
- werknemer
- management
- verzekerde
centraal in de agency benadering
problemen die voortvloeien uit verschillende belangen en informatie van bij het contract betrokken actoren
principaal-agent model
Agency kosten bestaan uit preventiekosten (kosten om de handelsruimte van de agenten te beperken) en inspectiekosten (kosten om de agenten te controleren). Dit samen zijn de consequentiekosten: verlies in welvaart voor de principaal als gevolg van verschil tussen de feitelijke keuze van de agent en de beste potentiële keuze voor de principaal.
Oplossen met bonussen → optimale optie van principaal ook die van de agent maken.
5 redenen waarom de overheid vanaf de jaren 80 meer is gaan privatiseren
- Lagere maatschappelijke kosten
- Minder bureaucratie, kleinere overheid
- Meer efficiëntie (waardoor lagere prijzen)
- Verbetering kwaliteit dienstverlening
- Genieten en betalen van beslissingen liggen meer in 1 hand (prijsmechanisme, zoals bij de private sector
Achtergrond Marktwerking en privatisering
Vanaf eind jaren 70/ jaren 80 waren er veel crises
Revival neo-klassieke liberale denken in Nederland (vliegwiel van Kessler)
Toenemende internationalisering, opheffen handelsbarrières → grotere internationale concurrentie.
Marginale rol voor de overheid: handhaving eigendomsrechten, orde en veiligheid en monetaire stabiliteit.
overheidsfalen
overheid te bureaucratisch
bij de overheid was er een gebrek aan gespecialiseerde kennis
overheid niet innoverend genoeg, omdat de concurrentieprikkel ontbreekt
- te duur
- te traag
- te behoudend
overheid faalt in haar rol als producent (aanbieder van goederen)
marktfalen
- optreden van externe effecten
- transparantie op markten gebrekkig (informatieprobleem)
- monopolievorming/kartelvorming kan leiden tot hogere prijzen
- zekerheid van levering en kwaliteit niet altijd gegarandeerd
- sommige bedrijven/bedrijfstakken (te) essentieel voor continuïteit product of dienst
bij probleem, de overheid draait op voor de kosten
privatisering als begrip
Privatisering omvat alle vormen van verzelfstandiging waarbij door de overheid verrichte taken hetzij onder een minder directe vorm van overheidsinvloed worden gesteld, hetzij geheel aan die overheidsinvloed worden onttrokken.
modellen van privatisering
- Afstoten: overhevelen naar markt (echte privatisering). Voorbeeld: PTT → KPN
- Externe verzelfstandiging (anticipatie op echte privatisering). Voorbeeld: staatsbosbeheer en NPO.
- Interne verzelfstandiging: Verzelfstandigheid binnen de tak (baten-lastenstelsel). Nog wel ministeriële verantwoordelijkheid. Voorbeeld: Rijkswaterstaat.
Verder zijn er ook RWT’s (Rechtspersonen met een Wettelijke Taak): die worden bekostigd uit heffingen maar zijn verantwoordelijk voor zichzelf (scholen, musea, universitair medisch centra) en staatsdeelnemingen (de GasUnie).
Van aanbodfinanciering naar vraagfinanciering (via de consument)