quality Flashcards
in perfecte staat
in mint/perfect condition
van betere kwaliteit
of a higher standard
of higher quality
voortreffelijk, verfijnd
fine
superieur
vintage
eersteklas
eersterangs
first-class first-rate
overtreffen
beat [infml]
in het voordeel zijn/een voorsprong hebben
have an edge on/over
waarmaken
live up to
middelmatig
so-so [infml]
stelt weinig voor
not be up to much [infml]
kan niet door de beugel, niet voldoend
not come up to scratch
verschrikkelijk
awful
dreadful
ghastly
lousy [infml]
ontstellend, ontzettend
appalling
onherstelbaar
beyond repair
irreparable
slecht onderhouden
be in bad repair
verval, bouwvalligheid
in disrepair
fall into disrepair
gedeukt, gehavend, afgedragen, mishandeld
battered
verwaarloosd
run-down
verwaarloosd, verlaten
derelict
versleten, afgeleefd
decrepit
gewichtig, waardevol
significant
of great significance
more important than other things
major
essentieel
vital
gedenkwaardig
momentous
zwaarwegend
weighty
uitblinkend
pre-eminent
doorslaggevend
overriding
opperst
paramount
overheersend, invloedrijkst
predominate
predominant
onbeduidend, klein
trifle (N)
trifling = petty [derog]
gepast, fatsoenlijk
proper
geschikt, toepasselijk
appropriate
fatsoenlijk, betamelijk
decent
respectable
volmaakt, onberispelijk
faultless
impeccable
niets aan te merken hebben op
not find fault with
can’t fault
gebrekkig
have a defect/flaw
flawed
tekortkoming
a failing
shortcomings
onverdedigbaar, oververgeeflijk
indefensible
unjustifiable
inexcusable
schandelijk, eerloos
a disgrace
disgraceful
buitensporig, gewelddadig, schandelijk
an outrage
outrageous
scandalous
een walgelijk iets
an abomination