Hoofdstuk 7 Flashcards
hoe wordt beschrijvende statistiek ook wel genoemd?
dexriptieve statistiek
Hoe wordt verklarende statistiek ook wel genoemd?
inductieve statistiek
Wat is beschrijvende statistiek?
numerieke data uit steekproeven ordenen en samenvatten
Grafieken, tabellen etc
Wat is verklarende statistiek?
Het generaliseren van de verzamelde informatie naar een groter geheel.
benoem 3 onderdelen van beschrijvende statistiek
- Maten die condenseren
- Centrum- en spreidingsmaten
- maten die verbanden beschrijven
Betekenis van absolute frequentie
Het voorkomen
Aantal keer dat een waarde of score voorkomt
Betekenis van relatieve frequentie
Het voorkomen ten opzichte van de totale groep. Meestal in percentages
Eigenschappen van een staafdiagram
Een grafische weergave van de frequentieverdeling van een discrete variabele.
2 assen. X en Y
(absolute/relatieve frequentie)
Klassebreedte berekenen
Max-min/ wortel van aantal waarden
Eigenschappen van een Histogram
Staven raken elkaar wel
Continue data
Intervals mogen niet overlappen.
(absolute/relatieve frequentie)
Frequentiepolygoon
= lijndiagram
Figuur die de frequentieverdeling van ordinale, interval of ratiodata weergeeft door te verbinden van punten door een rechte lijn.
Ogief
Discrete of continue data
cumulatieve absolute of relatieve frequentie
modus
modus is de grootste frequentie in een reeks getallen. Vooral geschikt voor kwalitatieve gegevens.
Unimodaal
Indien één waarde het meest voorkomt.
Bimodaal
als twee waarden dezelfde hoge frequentie hebben.
Multimodaal
indien meer dan twee waarden dezelfde hoge frequentie hebben
Waarom wordt de modus beperkt gebruikt?
Geeft slechts een grove schatting van de gemiddelde waarden van de data
Mediaan
middelste gegeven wanneer de gegevens geordend zijn van klein naar groot
Het bereik
Range
Grootse- kleinste gegeven
Percentiel
50e percentiel: 50% van de gegevens liggen onder deze waarde
Mediaan ligt steeds of 50ste percentiel van de gegevens
Kwartiel
Verdelen een set data in 4 gelijke delen
-1e kwartiel
2e kwartiel = mediaan
-3e kwartiel
Variantie
bekijkt de gemiddelde kwadratische afwijking van de gegevens ten opzichte van het rekenkundig gemiddelde.
Variantie voor populatie
O2x
o=sigma
Variantie van steekproef
S2x
Standaardafwijking
een maat die de gemiddelde afwijking van alle waarden van het gemiddelde aangeeft
Standaarddeviatie van populatie
O (met streepje boven)
Standaarddeviatie
Hoe groter de standaarddeviatie hoe breder de waarden uit elkaar liggen
Standaarddeviatie berekenen:
wortel van O2
Z-score
standaardscore
een score die aangeeft hoeveel standaardafwijkingen een score boven of onder het gemiddelde liggen
Z-score bij populaties
Z= x-u / o
Z-score bij steekproven
Z= x-x /s
Vormen van frequentieverdelingen
(continue data)
Symmetrische verdelingen
Niet-symmetrische verdelingen
Normale verdeling
Symmetrisch rondom het gemiddelde.
Totale opp =100%
Positief scheve verdeling
Piek links, staart rechts
Ook wel rechts scheve verdeling.
Modes –> mediaan –> gemiddelde
Links scheve verdeling
Ook wel negatieve verdeling
Staart links, piek rechts
Gemiddelde –> mediaan –> modus
Correlatie
de mate waarin de waarde op de ene variabele samenhangt met de waarde op de andere variabel
Correlatiecoefficient = r
waarde liggen tussen 1 en -1
r =1
perfecte positief verband
Een op een relatie tussen variabelen X en Y
r=-1
Perfect negatief verband
INdien X met een waarde stijgt, daalt Y met een waarde.
r = 0
Geen enkel verband
Correlatie = NIET causaal verband
Correlatie tussen polsslag en angst wil niet perse zeggen dat angst de oorzaak is van de verhoogde pols, het kan ook zo zijn dat eerst de polsslag steeg en daarna de angst toenam.
Determinantiecoefficient
= r2
Het percentage van overlap tussen twee variabelen.
VB: tandplaque en IQ hebben overlap van 16%
BIj welke data is een kruistabel mogelijk?
Ratio of interval bij (continue data)
ARR
Absolute risicoreductie
Geeft aan hoeveel minder risico een individu loopt op een slechte uitkomst wanneer hij wel of niet wordt blootgesteld aan een bepaalde factor of behandeling
RR
relatief risico
Geeft verband weer tussen een bepaalde factor ( of R en de uitkomst
RRR
relatief risicoreductie
Een maat voor risicodaling
Odds ratio
meest gebruikte associatiemaat om het verschil in risico te bekijken.
Odds = verhouding tussen wel en niet voorkomen van ongunstige uitkomst in een groep.
Odds ratio: verhouding van de twee odds die binnen twee groepen worden berekend
Odds ratio > 1
positieve associatie
Odds ratio = 1
geen associatie
Odds ratio = <1
negatieve associatie
RR berekenen
AR1 / AR2
Waarom keuzen RR beter dan OR
RR staat hoger aangeschreven, niet altijd mogelijk
Bij welk soort onderzoek gebruik je RR?
Prospectieve rial, mogelijkheid om een absolute kans uit te rekenen op het optreden van een bepaalde uitkomst.
Bij welk soort onderzoek gebruik je OR?
Case control/ patientencontrol of retrospectief onderzoek.
Men kijkt vanuit retrospectief vanuit een groep cases naar het effect van een parameter of interventie in vergelijking met een groep van controles.
Sensitiviteit
terecht positieve uitslagen / terecht positieve uitslagen - fout negatieve uitslagen x 100%
Fout negatieve uitslagen
Stel persoon heeft de aandoening, maar de test geeft aan dat de persoon de aandoening niet heeft
terecht positieve uitslagen
het percentage personen dat de aandoening heeft waarbij de hierop gerichte test ook aangeeft dat de personen de aandoening heeft
ROAG
revised oral assessment guide
Welke 2 mogelijkheden zijn er bij test positief?
als de aandoening wel aanwezig is = Terecht positieve uitslagen
Als de aandoening niet aanwezig is = fout positieve uitslagen
Welke 2 mogelijkheden zijn er bij test negatief?
Als de aandoening aanwezig is = Fout negatieve uitslagen
Als de aandoening afwezig is = Terecht negatieve uitslagen.
PVW
positief voorspellende waarde
Het percentage positieve testen waarbij de geteste personen de aandoening ook daadwerkelijk hebben.
Hoe berekenen PVW?
terecht positieve uitslagen / terecht positieve uitslagen + fout positieve uitslagen x 100%
NVW
negatief voorspellende waarde
Het percentage negatieve testen waarbij de getesen personen de aandoening ook daadwerkelijk niet hebben
Hoe berekenen van NVW?
terecht negatieve uitslagen / terecht negatieve uitslagen - fout negatieve uitslagen x 100%
Weergave van de verdeling van 1 variabele:
Discrete data –> staafdiagram
Continue data –> histogram
Andere: cirkeldiagram , boxplot
Weergaven van de verdeling van 2 variabele of 2 metingen:
Samenhang: scatterplot, bland altman plot (ratio, interval)
Kruistabel (nominale, ordinale data)
Naast elkaar gezet in multiboxplot of multiplot