HC 2: natrium reabsorptie Flashcards
Wat is hypovolemie?
Te laag extracellulair volume in het lichaam, ontstaan door natrium uittreding
Hoe is de natriumverdeling in het lichaam?
- Weinig in bloed/plasma
- weinig intracellulair
- Meer in interstitium
- Reservoir in bot en huid
Wat gebeurt er bij wandelen in de woestijn?
Natrium verlies –> ECF daalt –> HMV daalt –> bloeddruk daalt –> baroreceptoren merken het op en activeren sympathisch zenuwstelsel tot renine afgifte, voor meer natrium reabsorptie
De gfr is gedaald, dus laag NaCl in macula densa leidt tot renine afgifte
Wat doen de RAAS systeem onderdelen?
Renine –> ATII, dit zorgt voor hogere bloeddruk –> aldosteron zorgt voor meer natrium reaborptie na macula densa.
Hoe zie je de natriumbalans?
Niet door natriumconcentratie, maar door te kijken naar volumebalans
Bij laag ECF: lage bloeddruk, orthostase, verlengde capillary refill, verminderde huidturgor, droge slijmvliezen
Bij hoog ECF: hypertensie, oedeem, toename lichaamsgewicht
Waar vindt Natriumreabsorptie plaats in het lichaam?
- Proximale tubulus: 65-75% bulktransport
- Dikke deel lis van Henle met macula densa, 15-20% gereguleerd
- Distale tubulus 5% met ATII en aldosteron
- Verzamelbuis 5-7%
Wat zijn de transporteiwitten van natrium reabsorptie?
- PT: Na/H exchanger
- TAL (dikke deel lis van Henle): NKCC2
- Distale tubulus: Na/CL cotransporter
- Verzamelbuis: Enac, natrium kanaal
Wat doet de tubuloglomerulaire feedback?
Negatieve feedback loop van macula densa naar glomerulus om GFR te reguleren, stabiliseert zo het zout- en wateraanbod aan distale neforn, zodat dit reguleerbaar is.
Hoe werkt de tubuloglomerulaire feedback?
De NKCC2 transporter in macula densa meet de NaCl als reactie hierop geeft deze meer of minder ATP, bij meer ATP is er meer adenosine: adenosine leidt tot afferente vasoconstrictie en minder renine afgifte
Hoe werkt de tubuloglomerulaire feedback?
De NKCC2 transporter in macula densa meet de NaCl als reactie hierop geeft deze meer of minder ATP, bij meer ATP is er meer adenosine: adenosine leidt tot afferente vasoconstrictie en minder renine afgifte
Hoe ontstaat diabetische nefropathie en hoe behandel je het?
- Er wordt door nierfilter meer glucose gefiltreerd, dit wordt gereabsorbeerd met SGLT2, deze zorgt ook voor NaCl reabsorptie, waardoor NaCl in macula densa daalt. Hier komt een feedback op die GFR verhoogt, wat leidt tot hyperfiltratie en schade aan nierfilter –> diabetische nefropathie.
Te remmen met SGLT2 remmers, gliflozines, verlagen tumuloglomerulaire feedback en werken natriuretisch (blokkeren natrium reabsorptie en zorgen voor excretie, ook volume)
Wat zijn de indicaties van diuretica?
Diuretica blokkeren natriumreabsorptie en zorgen voor natrium excretie. (hierdoor ook meer waterverlies)
- Hypertensie
- Hartfalen
- Levercirrose
- Chronische nierschade
- Nierfalen
- Nefrotisch syndroom
Hoe werkt diuretica?
Diuretica blokkeren natriumreabsorptie en zorgen voor natrium excretie. (hierdoor ook meer waterverlies)
Ze moeten via secretie in pt terecht komen.
Wat zijn aangrijpingspunten van de diuretica?
- Pt: carbon anhydrase remmers (niet effectief, want naderhand nog feedback)
- Lis van Henle: lis diuretica, NKCC2 remmers, blokkeren feedback
- Distale tubulus: NA/CL blokkers, diazide diuretica
- Verzamelbuis: Enac blokker (amiloride), MR antagonisten
Wat doen nieren door diuretica tegen te gaan?
Gaan meer reabsorberen op andere gebiede, of in de uren nadat het is uitgewerkt: post diuretica NaCl retentie. Ook gaat het bij lang geven minder werken.
Wat is diuretica resistentie?
Geef effect op diuretica ondanks maximale dosering, oorzaken:
- Bereikt tubulus niet
- Tubulus reageert: activatie RAAS, meer aldosteron dus meer reabsorptie natrium
* Nefronmodellering hypertrofie
* nierinsufficiëntie
Oplossen:
- zoutbeperkt dieet
- 2de diuretica
- Intraveneus diureticum bij nierfalen, hartfalen, leverfalen
Hoe meet je iemands zoutinname?
24 uur urine
1 mmol Na = 23 mg Na
Als je gram natrium hebt * 2,5 voor NaCl
Wat is de relatie tussen zoutinname en bloeddruk?
Bij zoutinname stijgt extracellulair volume –> bloeddruk stijgt –> baroreceptoren geven geen renine af –> geen reabsorptie, wel druk natriurese (meer natrium excretie), dus bloedvolume daalt weer.
Kalium remt Na/Cl cotransporter en geeft bloeddrukverlagend effect.