H4 Flashcards

1
Q

Vraag:Wat is de rol van burgers in een diverse samenleving?

A

Antwoord:Burgers moeten tolerantie tonen tegenover verschillende religies en levensbeschouwingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Vraag:Wat houdt godsdienstvrijheid in?

A

Antwoord:Het recht van elke burger om een religie te kiezen, te beoefenen of geen religie aan te hangen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Vraag:Wat is de historische achtergrond van godsdienstvrijheid in West-Europa?

A

Antwoord:Het resultaat van een lange strijd tegen staatsgodsdiensten en religieuze intolerantie, waarbij secularisatie en democratie een belangrijke rol speelden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Vraag:Wat betekent vrijheid van geweten?

A

Antwoord:Het recht om zelf te oordelen over goed en kwaad op basis van persoonlijke overtuigingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Vraag:Waarom is de scheiding van kerk en staat belangrijk?

A

Antwoord:Het beschermt zowel gelovigen als de politiek tegen inmenging van religie, en voorkomt discriminatie op basis van geloof.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Vraag:Hoe verschilt dit van een theocratie? (Scheiding van kerk en staat)

A

Antwoord:In een theocratie, zoals in Iran, worden wetten gebaseerd op religieuze voorschriften en kunnen mensen worden vervolgd om religieuze redenen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Vraag:Wat betekent neutraliteit van de overheid?

A

Antwoord:De overheid doet geen uitspraken over de waarheid of waarde van religies en behandelt alle religies gelijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Vraag:Waarom moet de overheid neutraal zijn?

A

Antwoord:Omdat het individu niet neutraal is, is een neutrale overheid nodig om diversiteit en gelijkheid te garanderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Vraag:Hoe verschilt neutraliteit van tolerantie?

A

Antwoord:Neutraliteit betekent geen oordeel vellen over religies, terwijl tolerantie impliceert dat er wel een oordeel is, maar dat afwijkingen worden toegestaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Vraag:Wat wordt van burgers verwacht in een diverse samenleving?

A

Antwoord:Burgers moeten tolerantie tonen tegenover minderheden en respect hebben voor verschillende overtuigingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Vraag:Waarom is tolerantie belangrijk?

A

Antwoord:Het bevordert sociale samenhang en respect in een samenleving met uiteenlopende levensbeschouwingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Vraag:Waarom is tolerantie door de overheid problematisch?

A

Antwoord:Tolerantie door de overheid kan neerbuigend overkomen, omdat het suggereert dat de overheid een oordeel heeft, maar afwijkingen “toestaat.”

Als zegt overheid moet tolerant zijn impliceert het dat de overheid bepaalde opvattingen heeft
Vb Z-Frankrijk minderheden die protestants zijn → overheid zegt dat zij ook godsdienst vrijheid hebben, maar katholicisme blijft staatsgodsdienst => overheid stelt zich tolerant op /= niet vandaag
Vb2 moest de overheid tolerant zijn tov homoseksuelen → ik word getolereerd door de overheid → overheid zegt we zijn er niet voor, maar het mag toch blijven bestaan = neerbuigend → is niet het juiste signaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Vraag:Wat is een basisvoorwaarde van tolerantie?

A

Antwoord:Er moet sprake zijn van een fundamenteel meningsverschil; zonder dit verschil is tolerantie niet van toepassing.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Vraag:Wat betekent de grens van tolerantie?

A

Antwoord:Het ligt tussen wat acceptabel is en wat ondraaglijk is. Tolerantie verliest haar betekenis als alles wordt getolereerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Argumenten tolerantie

A

1/ Religieuze: Bijvoorbeeld in de Koran: samenleven met “mensen van het boek.”
2/Pragmatische: Tolerantie uit praktische overwegingen, zoals het voorkomen van oorlog.
3/Kentheoretische: John Stuart Mill: verschillende meningen leiden tot kennis en vooruitgang.
4/ Morele: Tolerantie als respect voor mensenrechten, zoals vrijheid van geweten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Vraag:Wat is de paradox van tolerantie?

A

Antwoord:Alleen een racist kan strikt tolerant zijn tegenover mensen met een andere huidskleur; tolerantie vereist een fundamenteel meningsverschil.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Vraag:Wat is de tweezwaardenleer?

A

Antwoord:Een middeleeuws concept dat wereldlijke en geestelijke macht scheidt.

• 1/ De wereldlijke macht (ondergeschikt)
o Gaat over burgers, samenleving en wereldlijke aangelegenheden vb veiligheid-voldoende politie
Ondergeschikt aan de universele macht van de kerk: bisschoppen moeten zich aan de zetel van God verantwoorden voor alle mensen, inclusief koningen
• Paus heeft ook wereldlijke macht

• 2/ De geestelijke macht: moet zorgen dat mensen het juiste geloof hebben → dat er zo veel mogelijk mensen naar het hiernamaals kunnen => kerk ziet toe op onze zieligheid
- Dit is helemaal geen scheiding tussen kerk en staat, dit is een bevoegdheid verdeling
- Jij doet dit en iemand anders doet dat
- Maar fundamenteel waren kerk en staat niet gescheiden (lange tijd)
- Koning en keizer waren nauw verbonden met het geloof
- Bovendien als het puntje bij paaltje komt in de tweezwaardenleer: de wereldlijke macht is ondergeschikt (staat den dienste van) → geestlijke heeft de eindverantwoordelijkheid
o Er is voortdurend discussie geweest over wie wat mag doen of verhouding tussen de 2
o Hendrik IV komt in 1077 aan in Caanossa bij Gregorius VII – onderdanig aan paus => paus baas hier

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Vraag:Wat benadrukte paus Gelasius?

A

ntwoord:Het onderscheid tussen wereldlijke en geestelijke macht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Vraag:Hoe werd geloofseenheid in de Middeleeuwen behandeld?

A

Antwoord:Als staatszaak; dwang tegen ketters en ongelovigen was gebruikelijk, hoewel pragmatische keuzes soms tolerantie vereisten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Vraag:Hoe beïnvloedde de Reformatie tolerantie?

A

Antwoord:Het beëindigde religieuze eenheid in Europa en stimuleerde pleidooien voor tolerantie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Vraag:Wie waren belangrijke pleitbezorgers van tolerantie?

A

Sebastian Castellio: Tegen de doodstraf voor ketterij.
Dirck Volkertsz. Coornhert: Voorstander van radicale tolerantie. => klopt dit ?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Vraag:Wat legde de Unie van Utrecht (1579) vast?

A

Antwoord:Vrijheid van religie. => klopt dit?

Unie van Utrecht 1597
Nederland enige plek in Europa waar tolerantie in praktijk wordt gebracht.

Vrede van Augsburg en Westfalen is specifieke tolerantie: beiden pragmatisch element
Het is de heerser van een gebied die bepaald welke religie in de staat is.
Vorm van ‘extern’ pluralisme: de regio waar je woont bepaald de religie dat je naleeft. Geloof moet privaat zijn niet in publieke sferen > katholiek achter gesloten deuren in een calvinistische samenleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Vraag:Wat was John Locke’s bijdrage aan godsdienstvrijheid?

A

Antwoord:Hij pleitte voor scheiding van kerk en staat en beperkte staatsmacht over religie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Vraag:Wat stelde Spinoza over vrijheid?

A

Antwoord:Vrijheid van filosoferen is essentieel voor vrede en vroomheid (= vrijheid van godsdienst) in de staat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Vraag:Wat zei Bayle over vrijheid?

A

Antwoord:Vrijheid moet ook gelden voor atheïsten en indifferenten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

Vraag:Wat legde de Franse Revolutie vast over godsdienstvrijheid?

A

Antwoord:De Verklaring van de Rechten van de Mens (1789) garandeerde vrijheid van religie zolang de openbare orde niet wordt verstoord.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

Vraag:Hoe werd dit in de VS vastgelegd?

A

Antwoord:De Bill of Rights (1791) stelde religieuze vrijheid en scheiding van kerk en staat vast.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

Vraag:Wat zegt de UVRM (1948) over godsdienstvrijheid?

A

Antwoord:Iedereen heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

Vraag:Wat was Jean-Jacques Rousseau’s bijdrage?

A

Antwoord:Hij introduceerde het concept van civil religion als een sociale uitvinding.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
30
Q

Vraag:Wat stelde John Stuart Mill in “On Liberty”?

A

Vrijheid is noodzakelijk voor persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. EN Het vrijheid/schadeprincipe: Inmenging is alleen gerechtvaardigd om schade aan anderen te voorkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
31
Q

Vraag:Wat stelde John Rawls over tolerantie?

A

Antwoord:Intolerante groepen mogen worden beperkt als zij de veiligheid van tolerante instituties in gevaar brengen.

• Geen vrijheid om de vrijheid, maar als politieke en maatschappelijke mogelijkheidsvoorwaarde om te vinden wat waardevol is

• Poltical liberalism - Rawls
o Ongelijkheid mag enkel ten voordele van de minderheid
o Basic feature of democracy is the fact of reasonable pluralism: onze samenleving is pas mogelijk als iedereen zich redelijk opstelt
=> over bepaalde zaken iedereen mee eens zijn, maar niet alles moet overeenkomen - minderheden moeten niet volledig assimileren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
32
Q

Belangrijke gebeurtenissen ivm tolerantie in de Middeleeuwen

A

o Montségur (1244): Val van een ketters bolwerk.
o Inquisitie: Actief in het bestrijden van afwijkende geloofsovertuigingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
33
Q

Vraag:Wat zijn de drie belangrijke Europese verworvenheden met betrekking tot religie en staat?

A

Antwoord:

Scheiding van kerk en staat.
Neutraliteit van de overheid (tolerantie).
Godsdienstvrijheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
34
Q

raag: Waarom kwamen deze verworvenheden pas later tot stand (scheiding kerk en staat, neutraliteit overheid, godsdienstvrijheid)

A

Ze kwamen voort uit pragmatische overwegingen, niet als morele deugd.
Zowel kerk als staat waren lange tijd tegen vrijheid van religie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
35
Q

Vraag:Wat was de overtuiging van de staat over diversiteit in de samenleving?

A

Antwoord:Men dacht dat diversiteit de politieke stabiliteit zou ondermijnen en samenleven onmogelijk maakte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
36
Q

Vraag:Waarom werden atheïsten als onbetrouwbaar beschouwd?

A

Antwoord:Men dacht dat ze zich niet zouden gedragen zonder geloof in het hiernamaals of een laatste oordeel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
37
Q

Vraag:Wat betekent de uitspraak: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt”?

A

Antwoord:

Dit verwijst naar een verdeling van bevoegdheden tussen wereldlijke en geestelijke macht.
Het is geen scheiding van kerk en staat, maar een bevoegdheidsverdeling waarbij de kerk vaak superieur was.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
38
Q

Vraag:Wat hield de tweezwaardenleer in?

A

Antwoord:

Wereldlijke macht: Burgers en maatschappelijke zaken, zoals veiligheid.
Geestelijke macht: Zorg voor het juiste geloof en het hiernamaals.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
39
Q

Vraag:Wat was de positie van de wereldlijke macht in de tweezwaardenleer?

A

Antwoord:Ondergeschikt aan de geestelijke macht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
40
Q

Vraag:Wat zijn “Res Mixtae”?

A

Antwoord:Gemengde aangelegenheden waarin zowel kerk als wereldlijke macht zeggenschap hadden, zoals de inquisitie. = gemengde aangeledenheden

Instellingen/instituties waar zowel de kerk als de wereldlijke macht zeggingskracht in heeft of actief in was -> een bepaalde vorm van inquisitie

Inquisitie: gelovigen konden vervolgd worden om het feit dat ze niet helemaal juist geloofden = Res Mixtae → het was aan de kerk te bepalen of u al dan niet een ketter was en aan de wereldlijke macht om al dan niet strafuitvoering
=>Samenwerken voor christelijk Europa

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
41
Q

Vraag:Wat was de rol van de inquisitie binnen de Res Mixtae?

A

Antwoord:De kerk bepaalde ketterij, en de wereldlijke macht voerde de straf uit.

42
Q

Vraag:Waarom werd geloofseenheid als een staatszaak gezien?

A

Antwoord:

Geloofseenheid werd nodig geacht voor politieke stabiliteit.
Ketters werden beschouwd als een gevaar voor de samenleving.

43
Q

Vraag:Hoe werden ketters in de Middeleeuwen behandeld?

A

Antwoord: Met dwang en, indien nodig, de doodstraf. Ketters werden gezien als een bedreiging voor zowel zichzelf als de samenleving.

44
Q

Vraag:Wat is een voorbeeld van pragmatische tolerantie in de Middeleeuwen?

A

Antwoord:Joden werden soms gedoogd omdat hun economische rol belangrijk was, zoals het toestaan van rente op leningen.

45
Q

Vraag:Wat is het verschil tussen “joden” (kleine letter) en “Joden” (hoofdletter)?

A

joden: Verwijst naar de religie.
Joden: Verwijst naar het volk.

46
Q

Vraag:Hoe werd tolerantie soms pragmatisch toegepast op prostitutie?

A

Antwoord:Het werd toegestaan omdat verbieden slechtere gevolgen zou hebben dan het gedogen. -> als we het verbieden zijn we slechter af

• Augustinus en Thomas van Aquino

47
Q

Vraag:Hoe werd ketterij behandeld in de Middeleeuwen?

A

Antwoord:

Ketters werden vervolgd, boeken werden verbrand.
Het concept “één staat, één godsdienst” werd rigide toegepast

48
Q

Vraag:Wat is een voorbeeld van kettervervolging?

A

Antwoord:De vervolging van de Cataren in Zuid-Frankrijk, inclusief de val van Montségur.

49
Q

Vraag:Wat veranderde in de 17e eeuw ten opzichte van religieuze tolerantie?

A

Antwoord:Men begon in te zien dat samenleven met mensen van verschillende overtuigingen mogelijk was.

50
Q

Vraag:Waarom kwam de scheiding van kerk en staat uiteindelijk tot stand?

A

Antwoord:Om levensbeschouwingen een faire plaats te geven en respect te tonen voor verschillende overtuigingen, inclusief in de publieke ruimte.
En dat de overheid zich er niet mee moest moeien

51
Q

Tolerantie als … (in Middeleeuwen)

A

second best option.
o Op basis van pragmatische overwegingen
• Vnl op Joden toegepast -> op bepaalde moment gedoogt, omdat de Joden doden heeft negatievere consequenties dan als we ze binnen de perken houden vb Getto’s
• Had onder meer te maken economisch: voor christenen niet toegelaten om rente te vragen op leningen en bij Joden wel → als rente mogen vragen incentief om leningen te geven aan iemand => interessant voor handel – bepaalde steden in de middeleeuwen vroegen aan Joden om er te gaan wonen + extra belastingen vragen
• = pragmatisch, geen notie van respect of mensenrechten
• Augustinus
• We moeten de joden laten leven omdat ze het slechte voorbeeld geven = dedactisch gedacht
• Augustinus en Thomas van Aquino
• Pleiten voor tolerantie van prostitutie op basis van tolerantie → pragmatisch
• Als we het verbieden zijn we slechter af dan als we het toelaten
•  We willen het liever verbieden, maar als we het verbieden zijn we slechter af
o Soms heeft verbieden slechtere gevolgen dan gedogen

52
Q

Wat waren de centrale ideeën van John Locke over tolerantie in zijn “Brief over tolerantie” (1689)?

A
  • Scheiding kerk en staat: Kerk verantwoordelijk voor zielenheil, staat voor maatschappelijke orde.
  • Kerk mag geen dwang gebruiken; dwang leidt niet tot echte overtuiging.
  • Intolerantie is inefficiënt (True belief argument).
  • Beperkte tolerantie: katholieken en atheïsten uitgesloten vanwege staatsgevaarlijkheid.
53
Q

Waarom vielen katholieken en atheïsten buiten Lockes tolerantieconcept?

A
  • Katholieken: Dubbele loyaliteit aan paus en koning, risico bij conflicten.
  • Atheïsten: Geen morele deugdzaamheid zonder geloof in een laatste oordeel.
54
Q

Welke revolutionaire ideeën verdedigde Spinoza in zijn “Tractus theologico-politicus” (1670)?

A
  • Vrijheid van denken en meningsuiting (Libertas philosophandi).
  • Tolerantie en vrijheid zijn noodzakelijk voor staatsvrede en moraal.
  • Politiek moet vrijheid garanderen in plaats van religie op te leggen.
  • Individuele godsdienstvrijheid voor iedereen, inclusief atheïsten.
55
Q

Hoe argumenteerde Piere Bayle tegen religieuze dwang in zijn werk “Commentaire” (1686)?

A
  • Dwang is niet universaliseerbaar: Als je dwang gebruikt, mag de ander dat ook.
  • Contingentie van religieuze opvattingen: Religie wordt vaak bepaald door geboorteplaats.
  • Argumenten tegen dwang: Christelijk, filosofisch en praktisch.
  • Tolerantie, ook voor atheïsten, is noodzakelijk.
56
Q

Welke rol speelden de Franse Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789) en de Amerikaanse Bill of Rights (1791) in de ontwikkeling van godsdienstvrijheid?

A
  • Déclaration: Artikel 10 beschermt meningsvrijheid zolang publieke orde niet wordt verstoord.
  • Bill of Rights: Verbiedt wetten die religie beperken en beschermt vrije meningsuiting.
57
Q

Wat waren de belangrijkste ideeën van John Stuart Mill over vrijheid en tolerantie?

A
  • Vrijheidsprincipe: Overheid mag vrijheid alleen beperken om schade aan anderen te voorkomen.
  • Geen censuur, zelfs niet voor controversiële meningen.
  • Vrijheid van meningsuiting cruciaal voor waarheid, kennis en democratie.
  • Vrijheid vereist educatie: leerplicht als basis voor echte vrijheid.
58
Q

Wat is het verschil tussen Locke’s tolerantie en Mill’s vrijheid?

A
  • Locke: Tolerantie gebaseerd op pragmatiek en beperkte godsdienstvrijheid.
  • Mill: Vrijheid gebaseerd op utilitarisme, inclusief vrijheid buiten religieuze kwesties.
59
Q

Hoe droegen pragmatische overwegingen bij aan de invoering van godsdienstvrijheid?

A
  • Levensbeschouwelijk pluralisme werd lang als staatsgevaarlijk gezien.
  • Godsdienstvrijheid aanvankelijk ingevoerd om maatschappelijke orde te behouden.
  • Pas later kreeg tolerantie een morele grondslag als onderdeel van liberale gelijkheidsideeën.
60
Q

Welke uitdagingen bracht godsdienstvrijheid met zich mee na de Franse Revolutie?

A
  • Religie was de maatschappelijke lijm; hoe een samenleving samenhouden zonder?
  • Verschillende religieuze opvattingen beïnvloeden moraal en sociale normen.
  • Destructieve effecten op kerkelijke instellingen (beeldenstorm, secularisatie).
61
Q

Wat bedoelde Mill met het idee dat censuur een “dood dogma” creëert?

A
  • Zonder tegenspraak verliest de waarheid haar kracht en levendigheid.
  • Tegenstemmen helpen om de waarheid te blijven testen en beargumenteren.
62
Q

Vraag:Wat wordt bedoeld met de weg naar godsdienstvrijheid als individueel recht?

A

Antwoord:Vanaf de 17e eeuw begonnen filosofen, zoals Locke, Spinoza en Bayle, te pleiten voor tolerantie. Dit groeide uit tot het idee dat godsdienstvrijheid een individueel recht moest zijn, in plaats van een collectief privilege van vorsten of staten.

63
Q

Vraag:Wat was een belangrijke pragmatische reden om tolerantie in te voeren?

A

Antwoord:Het werd erkend dat levensbeschouwelijk pluralisme niet per se staatsgevaarlijk was en dat het tolereren van verschillende opvattingen de maatschappelijke vrede kon bevorderen.

64
Q

Vraag:Wat schreef Locke in zijn ‘Brief over tolerantie’ (1689)?

A

Antwoord:Locke pleitte voor scheiding van kerk en staat en stelde dat de kerk geen dwang mocht gebruiken om geloof op te leggen. Intolerantie was volgens hem inefficiënt, niet immoreel.

65
Q

Vraag:Wat betekent het “True Belief Argument” van Locke?

A

Antwoord:Geweld kan iemand niet echt overtuigen om te geloven. Geloof kan niet worden afgedwongen, wat intolerantie inefficiënt maakt.

66
Q

Vraag:Waarom sluit Locke katholieken en atheïsten uit van tolerantie?

A

Katholieken: Dubbele loyaliteit aan de paus en de staat maakt hen onbetrouwbaar.
Atheïsten: Zonder geloof in een laatste oordeel ontbreekt een morele basis om deugdzaam te zijn.

67
Q

Vraag:Wat houdt Spinoza’s ‘Libertas philosophandi’ in?

A

Antwoord:Vrijheid van denken en meningsuiting op alle vlakken, inclusief godsdienstvrijheid voor atheïsten.

68
Q

Vraag:Wat is de kern van Spinoza’s argument voor tolerantie?

A

Antwoord:Vrijheid en tolerantie zijn noodzakelijk om staatsvrede en moraal te behouden. Het doel van politiek is vrijheid, niet religieuze eenheid.

69
Q

Vraag:Hoe verschilt Spinoza’s tolerantie van Lockes visie?

A

Antwoord:Spinoza bepleit individuele vrijheid van denken en meningsuiting zonder uitsluiting van groepen zoals atheïsten. Locke sluit bepaalde groepen uit en richt zich meer op efficiëntie dan op morele vrijheid.

70
Q

Vraag:Wat is Bayle’s belangrijkste argument tegen het gebruik van dwang in religie?

A

Antwoord:Dwang is niet universeel toepasbaar. Als je dwang gebruikt om een ander te overtuigen, mag de ander dat ook doen om jou te overtuigen.

71
Q

Vraag:Wat zegt Bayle over de contingentie van religieuze opvattingen?

A

Antwoord:Iemands religieuze overtuiging hangt af van de plaats waar men geboren is. Dit inzicht zou tolerantie moeten bevorderen.

72
Q

Vraag:Wat is Bayle’s visie op atheïsten?

A

Antwoord:In tegenstelling tot Locke vindt Bayle dat atheïsten moreel deugdzaam kunnen zijn en dat samenleven met hen mogelijk is.

73
Q

Vraag:Wat werd vastgelegd in de Franse Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789)?

A

Antwoord:Artikel 10 stelde dat men niet vervolgd mocht worden op basis van religieuze overtuigingen, tenzij deze de publieke orde verstoren.

74
Q

Vraag:Wat garandeert het First Amendment van de Amerikaanse Bill of Rights (1791)?

A

Antwoord:Vrijheid van godsdienst, meningsuiting, pers, vergadering en het recht om de overheid te verzoeken om herstel van grieven.

75
Q

Vraag:Wat stelt artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948)?

A

Antwoord:Iedereen heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, inclusief het recht om van religie te veranderen en deze te belijden.

76
Q

Vraag:Wat is het verschil tussen Locke’s tolerantie en Mill’s vrijheid?

A

Antwoord:Locke pleit voor tolerantie binnen bepaalde grenzen, terwijl Mill spreekt over vrijheid, inclusief vrijheid van meningsuiting, gebaseerd op utilitarisme.

77
Q

Vraag:Wat is het schadeprincipe van Mill?

A

Antwoord:Vrijheid mag alleen worden beperkt als het gedrag van een persoon schade toebrengt aan anderen. Eigen welzijn is geen voldoende reden om vrijheid te beperken.

78
Q

Vraag:Waarom is vrijheid van meningsuiting essentieel volgens Mill?

A

Antwoord:Vrijheid van meningsuiting voorkomt dat waarheden “dode dogma’s” worden. Zelfs onjuiste meningen kunnen bijdragen aan een levendig debat en het zoeken naar waarheid.

79
Q

Vraag:Waarom wordt godsdienstvrijheid het “ongewilde achterkleinkind van tolerantie” genoemd?

A

Antwoord:Godsdienstvrijheid is voortgekomen uit pragmatische overwegingen van tolerantie, maar kreeg pas later een morele grondslag in de liberale rechtsstaat.

80
Q

Vraag:Welke uitdagingen bracht godsdienstvrijheid met zich mee na de Franse Revolutie?

A

Religie was lange tijd de cement van de samenleving; zonder religieuze eenheid ontstonden vragen over sociale cohesie.
Verschillende religieuze opvattingen leidden tot morele verdeeldheid (bijv. over alcohol en genderrollen).

81
Q

Vraag:Wat is civil religion, en waarom werd dit geïntroduceerd?

A

Antwoord:Civil religion is een neutrale, verbindende vorm van religie (zoals “a nation under one God” in de VS) die sociale cohesie bevordert zonder specifieke religieuze dogma’s op te leggen.

82
Q

Vraag:Wat was het uitgangspunt van het christendom tijdens de Reconquista?

A

Antwoord:Het principe “één rijk, één godsdienst” waarbij andere religies werden uitgesloten.

83
Q

Vraag:Hoe verschilde de islamitische benadering van tolerantie in Al-Andalus van die van het christendom?

A

Antwoord:Islamitische bestuurders tolereerden joden en christenen door verwijzing naar verzen in de Koran en het dhimma-systeem, hoewel dit geen volledige gelijkheid of vrijheid inhield.

84
Q

Vraag:Wat was het dhimma-systeem?

A

Antwoord:Een systeem waarin niet-moslims (joden en christenen) beschermd werden, maar wel extra belastingen moesten betalen en beperkte rechten hadden.

85
Q

Vraag:Wat gebeurde er in 1148 met de verovering van Córdoba door de Almohaden?

A

Antwoord:Joden en christenen moesten zich bekeren of vertrekken. Veel intellectuelen zoals Maimonides en Averroës moesten vluchten.

86
Q

Vraag:Wat gebeurde er bij de val van Granada in 1492?

A

Het Alhambra (= plaats waar de laatste moslimheerser zich toen verbleef) → sleutels van het Alhambra op 1 jan 1492 overgedragen aan katholieke koningspaar Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castilië
=> Met de val van Granada is de reconquista voltooid.
- Uitdrijvingsedict
o Joden kunnen kiezen of wel laten ze zich bekeren of ze moeten vertrekken
o Moslims kregen 10j respijt
• Rond 1502 ook uitdrijvingsedict: dopen of verdwijnen
o => vanaf het moment christenen aan de macht pricinpe ‘één rijk, een godsdienst”
- Morisco’s en Maranen
o Gedoopten: nieuwe katholieken → ‘maranen’ genoemd (afgeleid van het spaanse woord ‘varken’).
o 2de-rangsburgers: moesten varkensvlees eten, gecontroleerd of ze naar de mis gingen
o Steeds meer rassentheoriën: 1maal jood altijd jood ondanks bekeerling
o => uiteindelijk in 17de eeuw: alle moslims en joden uit Europa gezet ook de bekeerde
• Wij moeten een zuiver christelijkrijk

87
Q

Vraag:Wat waren “Morisco’s” en “Maranen”?

A

Antwoord:Morisco’s waren bekeerde moslims, en Maranen waren bekeerde joden. Ze werden als tweederangsburgers behandeld en vaak gecontroleerd op hun geloofsovertuiging.

88
Q

Vraag:Hoe definieerde Erasmus tolerantie?

A

Antwoord:Tolerantie betekende voor Erasmus het behoud van eenheid binnen het christendom door onderscheid te maken tussen essentiële geloofspunten en adiaphora (bijzaken).

89
Q

Vraag:Wat was de rol van de adiaphora volgens Erasmus?

A

Antwoord:Dit waren niet-essentiële geloofspunten waarover men van mening kon verschillen zonder de eenheid van het christendom te breken.

90
Q

Vraag:Waarom tolereerde Erasmus de Rooms-Katholieke Kerk ondanks zijn kritiek?

A

Antwoord:Omdat hij de eenheid van het christendom belangrijker vond dan zijn eigen meningsverschillen met de kerk.

91
Q

Vraag:Waar lag de grens van tolerantie voor Erasmus?

A

Antwoord:Bij schisma’s; zij die de christelijke eenheid in vraag stelden, moesten worden vervolgd.

92
Q

Vraag:Wat was de impact van de Reformatie op religieuze tolerantie in Europa?

A

Antwoord:De Reformatie doorbrak de religieuze eenheid van Europa, wat leidde tot godsdienstoorlogen en het ontstaan van religieuze diversiteit.

93
Q

Vraag:Hoe keken Luther en Calvijn aan tegen tolerantie?

A

Antwoord:Ze waren niet bijzonder tolerant. Luther schreef antisemitische teksten, en Calvijn liet ketters verbranden.

94
Q

Vraag:Wat was de rol van Willem van Oranje in de strijd voor tolerantie?

A

Antwoord:Hij pleitte pragmatisch voor meer religieuze tolerantie in de Lage Landen, deels als onderdeel van de strijd tegen Spanje.

95
Q

Vraag:Wat hield de Vrede van Augsburg (1555) in?

A

Antwoord:Het principe “Cuius regio, eius religio” werd ingevoerd, waarbij de heerser de religie van zijn gebied bepaalde.

96
Q

Vraag:Wat was de Vrede van Westfalen (1648)?

A

Antwoord:Het beëindigde de Dertigjarige en Tachtigjarige oorlogen en bevestigde religieuze diversiteit in Europa.

97
Q

Vraag:Wat was het “ius emigrandi”?

A

Antwoord:Het recht van burgers om te migreren naar een regio met een andere religie als ze niet akkoord gingen met de religie van hun heerser.

98
Q

Vraag:Wat zijn voorbeelden van historische gebouwen die van functie veranderden door religieuze veroveringen?

A

Antwoord:Aya Sofia in Turkije (kerk werd moskee) en de Mezquita van Córdoba (moskee met een kathedraal erin).

99
Q

Vraag:Hoe wordt de Reconquista soms gebruikt in moderne ideologische debatten?

A

Antwoord:Het wordt zowel aangevoerd als bewijs van islamofobie in Europa als van Europese onderdrukking door moslims.

100
Q

Homo sapiens,Homo faber, enHomo religiosus

A

Homo sapiens = denker (abstract, zelfreflectie en rationaliteit, Homo faber = maker(technologie en cultuur), en Homo religiosus = spirituele en religieuze kant, verlangen naar betekenis, het transcendente (= superieure hoger bewustzijn) en zoektocht naar de hogere waarheid

=> samenspel tussen de drie aspecten, waar denken, maken en spiritualiteit elkaar aanvullen, maar ook tot disharmonie, waar bijvoorbeeld rationaliteit het religieuze of het creatieve belemmert, of waar spiritualiteit niet in balans is met de technologische vooruitgang.

101
Q

5.2. Edict van Nantes

A

Reformatie zet zich door in Frankrijk: strijd tegen de hugenoten (=protestanten) Vanaf 1562: katholieken – protestanten: bloederige strijd
- Frankrijk was een katholieke natie, maar in het Zuiden kreeg Calvijn wel wat aanhang
- => er ontstaat een burgeroorlog
- Wordt gepacificeerd in 1598 op moment Hendrik IV koning wordt van Frankrijk
Hendrik van Navarra
• Oorspronkelijk protestants, maar hij trouwde met de katholieke Margaretha van Valois (zus van de koning) => brug tussen protestanten en katholieke op huwelijksfeest
o De Bartholomeusnacht (huwelijksnacht) 1572
o -> protestanten waren met truck naar Parijs gehaald, om ze daar te vervolgen en te doden
• Hij bekeerde zich tot het katholicisme en werd koning Hendrik IV van Frankrijk.
o = opportunistisch – uitdrukking: Parijs is mij wel een mis waard
• 1598: kondigt het Edict van Nantes af → Godsdienstvrede brengen na 36j burgeroorlog:
o => tolerantie edict
• = eerste vorm van intern pluralisme in een W-Europees christelijke staat
• Wij als katholieke staat, tolereren dat er in het Z-Fr protestanten zijn
• Vandaag moet de staat neutraal zijn – hier een vb van tolereren
o Katholicisme bleef staatsgodsdienst
o Maar: protestanten kregen het rechten
• Na zijn dood wordt het edict dode letter