H3-4-5 EXTRA Flashcards

1
Q

er is een moreel argument voor staatsneutraliteit leg uit

A

> staatsneutraliteit zoals die wordt bepleit uit politiek liberalisme is zelf geen neutraliteit, geen neutrale oefening > vanuit een morele opvatting: alle brugers zijn gelijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Vraag: Hoe kijkt politiek liberalisme naar de rol van de staat in het omgaan met religieuze en morele diversiteit?

A

Antwoord: Politiek liberalisme benadrukt de neutraliteit van de staat ten aanzien van religie en morele overtuigingen, waarbij het recht van individuen om hun eigen overtuigingen te kiezen en te wijzigen centraal staat, zolang deze keuzes geen schade aan anderen veroorzaken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Vraag: Wat is de theorie van ‘reasoned pluralism’ volgens politiek liberalisme?

A

Antwoord: Reasoned pluralism stelt dat in een democratische samenleving mensen verschillende overtuigingen en levensbeschouwingen mogen hebben, zolang ze in staat zijn om deze op een rationele manier te rechtvaardigen en respecteren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Vraag: Wat is de kern van het werk van John Rawls in politiek liberalisme?

A

Antwoord: John Rawls introduceert het idee van “justice as fairness”, waarbij de samenleving moet zorgen voor gelijke kansen voor iedereen, rekening houdend met de ongelijkheden die onvermijdelijk zijn. Hij stelt dat sociale en economische ongelijkheden alleen gerechtvaardigd zijn als ze ten goede komen aan de minst bevoorrechten in de samenleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Vraag: Hoe ziet politiek liberalisme de staat ten opzichte van individuen?

A

Antwoord: Politiek liberalisme stelt dat de staat een neutrale rol moet spelen en dat deze geen inmenging moet hebben in de persoonlijke overtuigingen of levenskeuzes van individuen, zolang deze geen schade aan anderen veroorzaken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Vraag: Wat is het ‘schadeprincipe’ volgens John Stuart Mill?

A

Antwoord: Het schadeprincipe houdt in dat de overheid alleen de vrijheid van een persoon mag beperken als het kan aantonen dat die vrijheid schade toebrengt aan anderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Vraag: Wat is de visie van John Stuart Mill op vrijheid?

A

Antwoord: John Stuart Mill stelt dat vrijheid van meningsuiting en persoonlijke keuzes essentieel zijn voor de vooruitgang van de samenleving, mits ze geen schade toebrengen aan anderen, wat hij het “schadeprincipe” noemt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Vraag: Wat wordt bedoeld met “publieke moraal” in politiek liberalisme?

A

Antwoord: Publieke moraal betreft de normen en waarden die door de overheid als bindend worden beschouwd voor iedereen, ongeacht persoonlijke overtuigingen of levensbeschouwing, en die voor alle burgers gelijk moeten zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Vraag: Wat is het concept van “comprehensive doctrine” in politiek liberalisme?

A

Antwoord: Een comprehensive doctrine is een set van morele waarden en overtuigingen die een individu bepaalt, maar ook invloed heeft op anderen en op de samenleving als geheel. Het staat tegenover de publieke moraal die normen en waarden vastlegt voor de hele samenleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Vraag: Wat wordt bedoeld met “rechte als trumps” in het kader van politiek liberalisme?

A

Antwoord: Het idee dat mensenrechten dienen als een basis waarop de democratische politiek zich moet verhouden. Mensenrechten hebben prioriteit en dienen de fundamenten van wetgeving en beleid te vormen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Vraag: Wat is de rol van onderwijs in politiek liberalisme?

A

Antwoord: Onderwijs is essentieel voor de ontwikkeling van substantiële vrijheid, omdat het mensen in staat stelt geïnformeerde keuzes te maken, wat een fundament vormt voor een vrije samenleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Vraag: Waarom speelt substantiële vrijheid een essentiële rol in politiek liberalisme?

A

Antwoord: Omdat mensen pas echt vrij zijn als ze de middelen en kansen hebben om hun vrijheid te gebruiken en hun eigen levenskeuzes te realiseren, wat bijdraagt aan hun welzijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Vraag: Wat is het verschil tussen formele en substantiële vrijheid?

A

Antwoord: Formele vrijheid verwijst naar de afwezigheid van externe beperkingen, terwijl substantiële vrijheid gaat over het vermogen om daadwerkelijk keuzes te maken en handelen binnen die vrijheid, afhankelijk van de mogelijkheden die iemand heeft.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Vraag: Wat betekent “formele vrijheid” in het politiek-liberale denken?

A

Antwoord: Formele vrijheid betekent dat er geen derde instanties zijn die de vrijheid van een persoon beperken of dwingen om zich op een bepaalde manier te gedragen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Vraag: Wat is het belangrijkste kenmerk van mensen in een politiek-liberale samenleving?

A

Antwoord: Mensen zijn in staat om hun normen en waarden kritisch te overdenken en te veranderen, wat hen de vrijheid geeft om hun eigen levenskeuzes te maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Vraag: Wat is het uitgangspunt van politiek liberalisme?

A

Antwoord: Politiek liberalisme vertrekt van een mensbeeld waarin mensen als autonome individuen in een democratische samenleving hun eigen opvattingen en waarden kunnen bepalen, zonder gedwongen te worden door externe normen.

17
Q

Vraag:Wat zijn de kernpunten van politiek liberalisme volgens John Rawls?

A

Antwoord:Politiek liberalisme benadrukt de vrijheid om persoonlijke normen en waarden te bepalen, met respect voor diversiteit en zonder dwang. Het gaat om formele en substantiële vrijheid, waar mensen in staat zijn keuzes te maken binnen een welvaartsstaat.

18
Q

Vraag:Wat was John Stuart Mill’s visie op vrijheid van meningsuiting?

A

Antwoord:Mill pleitte voor vrijheid van meningsuiting als essentieel voor het zoeken naar waarheid en tegen censuur. Hij zei dat meningsuitingen die aanzetten tot geweld wel verboden kunnen worden, maar dat alle andere meningen vrij geuit moeten kunnen worden.

19
Q

Vraag:Wat was Spinoza’s standpunt over religie en politiek?

A

Antwoord:Spinoza pleitte voor filosofische vrijheid (libertas philosophandi), waarbij religieuze en politieke vrijheid hand in hand gaan, maar hij zag levensbeschouwelijke diversiteit als een gevaar.

20
Q

Vraag:Wat was John Locke’s visie op religieuze tolerantie?

A

Antwoord:Locke pleitte voor de scheiding tussen wereldlijke en geestelijke macht, waarbij dwang in religieuze overtuigingen niet effectief is, maar ook niet moreel wenselijk. Hij was voor vrijheid van religie, maar tegen intolerantie van katholieken en atheïsten.

21
Q

Vraag:Wat was het Edict van Nantes en welke invloed had het?

A

Antwoord:Het Edict van Nantes gaf de protestanten in Frankrijk bepaalde rechten, maar na de herroeping in 1685 werden deze rechten ingetrokken.

22
Q

Vraag:Wat was de invloed van de Reformatie op de ontwikkeling van tolerantie in Europa?

A

Antwoord:De Reformatie leidde tot religieuze verdeeldheid, wat leidde tot reflectie over tolerantie, maar dit resulteerde ook in godsdienstoorlogen.

23
Q

Vraag:Wat zijn de belangrijkste trends van secularisering in Vlaanderen?

A

Antwoord:Secularisering heeft geleid tot een afname van religieuze praktijken zoals doopsel en huwelijken. Er is een toename van “believing without belonging” (geloven zonder lid te zijn van een kerk).

24
Q

Vraag:Wat waren de kernthema’s van de Belgische onafhankelijkheid in relatie tot religie?

A

Antwoord:Onder Willem I werd het protestantisme bevoordeeld. De Belgische grondwet van 1831 stelde belangrijke vrijheden in, zoals vrijheid van onderwijs, pers en eredienst.

25
Q

Vraag:Wat was de impact van de Franse Revolutie op de kerk in België?

A

Antwoord:De Franse Revolutie leidde tot secularisatie, waarbij kerkelijke eigendommen aan de staat werden overgedragen, abdijen werden gesloten en er een conflict was tussen de staat en de kerk.

26
Q

Vraag:Wat was de reactie van de katholieke kerk op de Reformatie?

A

Antwoord:De Katholieke Kerk reageerde met de Contrareformatie, inclusief het Concilie van Trente (1545), de instelling van de Spaanse Inquisitie en de oprichting van de jezuïetenorde door Ignatius van Loyola.

27
Q

Vraag:Wat was de impact van de Reformatie in de Zuidelijke Nederlanden?

A

Antwoord:Het protestantisme verspreidde zich via havens en internationale contacten. Dit leidde tot de beeldenstorm, en de val van Antwerpen in 1585 resulteerde in de overname door het calvinisme.

28
Q

Vraag:Wat is het verschil tussen de Benedictijnen en de bedelordes zoals de Franciscaanse en Dominicanen?

A

Antwoord:Bedelordes legden de nadruk op armoede en afstand van bezit, in tegenstelling tot Benedictijnen, die wel rijke kloosters hadden. Bedelordes leefden in armoede en in navolging van Christus, wat leidde tot conflicten met de kerk.

29
Q

Vraag:Wat zijn belangrijke momenten in de geschiedenis van het katholicisme in Vlaanderen?

A

Edict van Nantes: Christus werd een toegelaten religie.
Vijfde eeuw: Doop van Clovis in Reims.
Zevende eeuw: Kerstening en oprichting van abdijen (bijv. Benedictijnen en Cisterciënzers).

30
Q

Vraag:Wanneer begon de ontkerkelijking in België en wat was de invloed van de protestantse Reformatie en de Franse Revolutie?

A

Antwoord:Eind jaren zestig, begin jaren zeventig. De ontkerkelijking werd uitgedaagd door het protestantisme in de Reformatie en de secularisatie na de Franse Revolutie.