Deck E Flashcards
1
Q
abhilfe schaffen
A
uitkomst bieden
2
Q
bedauern
A
spijt hebben
3
Q
daten
A
gegevens
4
Q
ehemalig; ehemal
A
voormalig; vroeger
5
Q
fahrweise, die
A
rijstijl
6
Q
Gebühren
A
kosten
7
Q
häufig
A
vaak
8
Q
indes
A
echter, evenwel
9
Q
je nach dem
A
afhankelijk van
10
Q
klausel, die
A
clausule, voorwaarde
11
Q
Märchen, das
A
sprookje
12
Q
nachträlig
A
achteraf
13
Q
Öffentliche Hand, die
A
overheid
14
Q
prüfen
A
examineren, controleren
15
Q
recherchieren
A
onderzoeken
16
Q
schadaft
A
schadelijk
17
Q
überdies
A
bovendien
18
Q
verbürgen
A
waarborgen
19
Q
währung, die
A
valuta, geld(eenheid)
20
Q
zeitweilig
A
tijdelijk, voorlopig