A1 LES 2 Flashcards
Nice to meet you
Aangenaam
That’s correct
Dat klopt
To drink
Drinken
Once
Een keer
Nice / Cozy
Gezellig
Do you fancy…?
Heb je zin om…?
To go
Gaan
That’s a pity
Jammer
To seem
Lijken
To sound
Klinken
But
Maar
Maybe
Misschien
Not
Niet
Next
Volgende
Week
Week
To want
Willen
To be in the mood for something
Zin hebbin in
Couch
Bank
Potato
Aardappel
Happy
Blij
Angry
Boos
The food
Het eten
Grap
Joke
The house
Het huis
Dress
Jurk
To watch / to look
Kijken
To cook
Koken
To buy
Kopen
To laugh
Lachen
New
Nieuw
Together
Samen
Shoe
Schoen
To draw
Tekenen
The drawing
De tekening
To fight
Vechten
In love
Verliefd
To sit
Zitten
Parents
Ouders
Mother
Moeder
Mum
Mama
Father
Vader
Dad
Papa
Daughter
Dochter
Son
Zoon
Little sister
Zusje
Little brother
Broertje
Grandmother
Grootmoeder
Grandfather
Grootvader
Grandparents
Grootouders
Grandma
Oma
Granddad
Opa
Granddaughter
Kleindochter
Grandson
Kleinzoon
Grandchildren
Kleinkinderen
Tante
Aunt
Oom
Uncle
Cousin
Nicht
Niece
Nichtje
Nephew
Neefje
Husband
Echtgenoot
Wife
Echtgenote