5.3 Flashcards
1
Q
Operationaliseren
A
De manier waarop de centrale verschijnselen in het onderzoek worden gemeten
2
Q
Indicator
A
Je maakt een variable meetbaar op een bepaald niveau hiermee
3
Q
Validiteit
A
De mate waarin een meetinstrument meet wat de onderzoeker beoogt te meten
4
Q
Wanneer is een onderzoek betrouwbaar
A
Als een meting onafhankelijk van toeval en vrij van willekeurige meertouwen is
5
Q
Representatief
A
Dat de steekproef de beoogde populatie weerspiegelt
6
Q
Steekproef
A
De groep respondenten waarop het onderzoek is gebaseerd
7
Q
Sociale categorieën
A
Door in en vragenlijst te vragen naar variabelen als geslacht of opleidingsniveau kun je de respondenten opdelen in groepen, deze groepen heten sociale categorieën