ZO week 9 Flashcards

1
Q

Syndroom van Turner:

A

onbreken van tweede X-chromosoom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de meest frequent voorkomende chromosoompatronen bij vrouwen met het syndroom van Turner?

A
  1. 45,X vorm is er sprake van non-disjunctie
  2. Bij de 46, X,i (Xq-vorm) is er sprake van een delingsfout, waardoor de twee Xq chromatiden samen een nieuwe chromosoom vormen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

hoofdkenmerken syndroom van turner:

A

kleine lengte en primaire amenorroe.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Syndroom van Noonan:

A

autosomaal overervingspatroon
mutatie in de RAS-genen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

syndroom van Noonan:
mutaties

A

PTPn11 (50%)
Sos1
RAF1
KRAS

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat wordt er verteld bij een gesprek met ouders over de kenmerken van het syndroom van Noonan?

A

kleine lengte, matige mentale retardatie, hartafwijkingen, herhalingsrisico variërend door dominante overerving.
in 30-75% heeft één van de ouders ook het syndroom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat wordt er verteld bij een gesprek met ouders over de kenmerken van het syndroom van Turner?

A

Kleine lengte, verminderde puberteit, fertiliteitsproblemen, hartafwijkingen, nierafwijkingen, lage herhalingskans en sociaal-emotionele contactproblemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat kunnen aandoeningen zijn die een negatief effect hebben op de lengtegroei van een kind?

A

chronische nierinsufficiëntie
chronische darmontsteking
coeliakie
chronische anemie
astma

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat kan een overmaat aan glucosteroïden als effect hebben op de lengtegroei?

A

Het kan direct effect hebben op de botten door een afname van de proliferatie van chondrocyten, door een verlaging van productie van groeihormoon en IGF-1.
en door onderdrukking puberteit (en de bijbehorende groeispurt.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

sterkste werking naar minst sterke werking
prednison, dexa, hydro

A
  1. dexa
  2. prednison
  3. hydrocortison
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly