Week 11 Flashcards

1
Q

uit hoeveel neuronen bestaat het humane brein?

A

10*10^11

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

van hoeveel neuronen ontvangt één neuron gemiddeld input

A

10^5 neuronen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is proliferatie?

A

Vermeerdering van neuronale stamcellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is de neurogenese?

A

De aanmaak van neuronen. Uitsluitend gedurende de zwangerschap (4-24 weken) plaats.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat is neurale migratie?

A

Hierbij migreren de neuronen naar de juiste locatie in de hersenen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de gliogenese?

A

De ontwikkeling van de steuncellen van het CZS. vanaf 20 weken zwangerschapsduur to een leeftijd van één jaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Embryonale processen + afwijkingen:
weken 3-6

A

aanleg neurale buis en patroonvorming
neurale buisdefecten zoals anencephalie, spina bifida en holoprosencephalie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Embryonale processen + afwijkingen:
weken 6-30

A

neurogenese en migratie
microcephalie en migratiestoornissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Embryonale processen + afwijkingen:
weken 12-36

A

aanleg axonale banen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Embryonale processen + afwijkingen:
24 postnataal

A

vorming en verfijning van circuits en myelinisatie
corticale dysplasie en hypo- of demyelinisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat ontwikkelt zich al vroeg in de zwangerschap?

A

Het gevoel van de huid en de bewegingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat komt pas aan het einde van de zwangerschap in ontwikkeling?

A

Pijn en zicht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat wordt er pas ontwikkeld na de geboorte?

A

praten en cognitieve functies
witte stof

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe ontstaat en ontwikkelt het CZS rondom de vierde week van de embryogenese?

A
  1. begint met de neurale plaat (ectoderm) en wordt steeds dikker
  2. Neurale groeve ontstaat als de randen van de neurale plaat omhoog komen te staan.
  3. de plooien fuseren en de neurale buis ontstaat
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat kan er ontstaan als de neurale buis niet goed sluit?

A

Dan kan er een spina bifida of anencephalie ontstaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

hoe heet de plek waar de buis overgaat in het ectoderm?

A

de neurale lijst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

wat ontstaat er later uit de neurale lijst?

A

Het perifere zenuwstelsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

hoe kan een neurale buisdefect ontstaan?

A
  1. door onvoldoende sluiting van de neurale buis
  2. met een abnormale ontwikkeling van het mesoderm om de neurale buis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Hoe worden in het cranio-caudale vlak aan het eind van week 4 drie blazen genoemd?

A

Prosencephalon
mesencephalon
rhombencephalon

20
Q

Hoe worden in het cranio-caudale vlak aan het eind van week 6 de vijf blazen genoemd?

A

telencephalon
diencephalon
mesencephalon
metencephalon
myelencephalon

21
Q

wat ontstaat er uit het telencephalon?

A

Cortex, basale frontale cortex

22
Q

wat ontstaat er uit diencephalon?

A

hypothalamus en thalamus

23
Q

wat ontstaat er uit het mesencephalon?

A

middenhersenen met het aquaduct

24
Q

wat ontstaat er uit het metencephalon?

A

pons en cerebellum

25
Q

wat ontstaat er uit het myelencephalon?

A

verlengde merg, met motorische en sensibele kernen

26
Q

welke platen zitten er in het dorso ventrale vlak?

A

Roofplate (dorsaal)
floorplate (ventraal)
alar plate
basal plate

27
Q

waar ligt de basal plate en wat doet die?

A

ventraal en is motorisch

28
Q

waar ligt de alar plate en wat doet die?

A

dorsaal en is sensibel

29
Q

hoe worden verschillende soorten zenuwcellen ontwikkeld? Waar hangt dat vanaf?

A

Het is afhankelijk van de gradiënt van BMP en Shh of een cel motorisch of sensorisch wordt.

30
Q

wat is een ziektebeeld waarbij er verstoring is van de dorso-ventrale patroonvorming?

A

Holoprosencephalie

31
Q

wat gebeurt er bij holopresencephalie?

A

dan ontwikkelt het prosencephalon niet door tot telencephalon

32
Q

wat is cyclopisme?

A

het ontwikkelen van maar één oog

33
Q

wat gebeurt er anterieur in de neurale buis?

A

hier maakt het endodemt Wnt-remmers, waardoor de Otx2 concentratie oploopt

34
Q

wat gebeurt er posterieur in de neurale buis?

A

paraaxiaal mesoderm maakt hier Wnt, waardoor de Gbx2 concentratie oploopt

35
Q

welk signaalmolecuul is verbonden aan de caudale cortex

36
Q

welk signaalmolecuul is verbonden aan de rostrale cortex?

37
Q

waar vindt de celdeling plaats in de neurale buis?

A

aan de luminale zijde (binnenzijde)

38
Q

wat zijn symmetrische en asymmetrische delingen in de context van neurogenese?

A

Bij symmetrische delingen komen er meer stamcellen, bij asymmetrische delingen worden er postmitotische neuronen gevormd.

39
Q

wat gebeurt er bij microcephalie?

A

afwijking in de neurogenese: dus er zijn te weinig zenuwcellen ontwikkeld door mitose disfunctie en daardoor disbalans van symmetrische delingen.

40
Q

Wat gebeurt er bij macrocephalie?

A

Teveel neurogenese:
mutatie PTEN en daardoor ongecontroleerde groei

41
Q

Hoe gaat de migratie bij het ontwikkelen van de hersenschors?

A

van binnen naar buiten
radiale migratie

42
Q

bij welke neuronen is er radiale migratie?

A

exciterende neuronen

43
Q

bij welke neuronen is er tangentiële migratie?

A

inhiberende neuronen

44
Q

hoe ontstaan de inhiberende neuronen

A

uit de voorhersenen en komen dan via migratie in de cortex

45
Q

defecten:
lissencefalie

A

gladde hersenen (geen gyri)
hierbij is het brein binnenstebuiten ontwikkeld. De cortex zit binnen in het brein.
mutatie LIS1-gen