Week 11 Flashcards

1
Q

Wat is alkaptonurie?

A

Autosomaal recessieve ziekte met rugpijn, verkalkt oorkraakbeen, artrose, zwarte huidplooien en donkere urine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat gebeurt er bij BH4-synthese defecten?

A

Phenylalanine niet omgezet in tyrosine > neurologische klachten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de ziekte van Menkes?

A

Multipele enzymdeficientie in ATP7A kopertransporter gen, X gebonden recessief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn symptomen bij de ziekte van Menkes?

A

Spierslapte, epilepsie, verlies oogcontact vanaf 3 maanden, hyperlaxiteit vd huid, afwijkende haargroei

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is SUMF1

A

Gen betrokken bij post-translationele processing van alle sulfatasen in ER

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat betekent oranje urinezuurkristallen in urine?

A

Bij jonge kinderen: aanwijzing voor HPRT-deficientie (Lesch-Nyhan syndroom)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is een tufted angioma

A

Zeldzame goedaardige bloedvatgezwellen, paarsrode vlekken bij kinderen, pijnklachten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is een kaposiform hemangio-endothelioom?

A

Grote tumor, veroorzaakt anemie, hemolyse en trombocytopenie. Transfusies stimuleren groei

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is het verschil tussen vasculaire tumoren en malformaties?

A

Vasculaire tumoren: ongecontroleerde groei v vaatjes
Vasculaire malformaties: verkeerd aangelegde vaten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn verschillende vasculaire malformaties?

A

Arterioveneuze, veneuze, lymfatische

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn klachten bij arterioveneuze malformaties?

A

Pijn, warmte, thrills, souffles

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn kenmerken bij veneuze malformaties?

A

oppervlakkig of diep, lijken op spataderen, verergeren bij verkoudheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn lymfatische malformaties

A

Maculae, vesikels, groeien exponentieel, lijken op waterwratjes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Welke symptomen kunnen voorkomen bij vaatanomalieën?

A

Stollingsproblemen, scoliose, macrodactylie, syndactylie, lymfoedeem, ulceraties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wanneer vindt neurale buisformatie plaats?

A

Week 4 van embryogenese

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat gebeurt in verschillende weken vd zwangerschap?

A

3-6 weken: aanleg neurale buis
6-30 weken: neurogenese & migratie
12-36 weken: aanleg axonale banen
vanaf 24 weken postnataal: verfijning circuits & myelinisatie

17
Q

Wat zijn de 5 hersenblaasjes

A

Telencephalon, diencephalon, mesencephalon, metencephalon, myelencephalon

18
Q

Wat wordt telencephalon?

A

Cortex & basale frontale cortex

19
Q

Wat wordt diencephalon

A

Hypothalamus en thalamus

20
Q

Wat wordt mesencephalon

A

Middenhersenen

21
Q

Wat wordt metencephalon

A

Pons en cerebellum

22
Q

Wat wordt myelencephalon

A

Verlengde merg

23
Q

Welke structuren beinvloeden dorsoventrale differentiatie

A

Sonig hedgehog eiwit: stimuleert motorische neuronontwikkeling
BMPS: sensorische zenuwcellen

24
Q

Welke spierinnervatie doen de 1e 2e 3e en 4e- tm 6e kieuwboog?

A

1e: n. trigeminus (kauwspieren)
2e: n. facialis (mimiek)
3e: stylopharangeus (n. glossopharyngeus)
4e tm 6e: n. vagus ( pharynx&larynx)

25
Q

Wat is microcefalie en wat zijn de kenmerken?

A

Hoofdomvang >2,5 SD onder gemiddeld, mentale retardatie, motorische en spraakachterstand, door genetische afwijkingen of omgevingsfactoren

26
Q

Wat is macrocefalie en welke oorzaken zijn er?

A

Syndroom van Sotos (macrosomie), PTEN mutatie (grote zenuwcellen) hydrocephalus (obstructie in aquaductus Sylvii, X-gebonden)

27
Q

Welke migratiestoornissen zijn er?

A

Radiale migratie: exciterende neuronen migreren van binnen naar buiten
Tangentiele migratie: inhiberende neuronen migreren lateraal

28
Q

Wat is lissencephalie

A

Gladde hersenen, migratiestoornis, ernstig verstandelijke beperking, epilepsie

29
Q

Wat zijn de3 assen van handontwikkeling

A

Proximaal > distaal (AER)
Anterieur > posterieus (ZPA)
Ventraal > dorsaal (Wnt)

30
Q

Wat is syndactylie en welke vormen zijn er?

A

Simpele syndactylie: verbonden door huid
Complexe: extra botvorming
Gecompliceerde: niet goed te onderscheiden

31
Q

Wat is clinodactylie

A

Kromstand van vinger in radio-ulnaire richting (meestal pink, familiair)

32
Q

Wat is een trifalangeale duim?

A

Duim met 3 kootjes

33
Q

Wat is een hypoplastische duim?

A

Type I en II: weinig problemen, ernstige gevallen: pollicisatie

34
Q

Wat is macrodactylie?

A

Overgroei van vingers, PI3K-pathway defect

35
Q

Wat zijn alarmsignalen voor verstandelijke beperking?

A

Regressie, niet reageren op geluid, geen oogcontact, neurologische symptomen

36
Q

Welke genetische oorzaken van verstandelijke beperking zijn er?

A

Chromosoomafwijkingen: numerieke defecten, mozaïcisme
Structurele: microdeleties/duplicaties
Gendefecten: ontwikkelingsgenen, multifactorieel

37
Q

Welke ziekte is gerelateerd aan CTG-trinucleotide repeat expansie

A

Dystrophia myotonica, autosomaal dominant, myotonie, spierzwakte, cataract, hartritmestoornissen, diabetes

38
Q

Wat is NGS

A

DNA en RNA analyse op grote schaal (genoom, exoom, transcriptoom)