Vocabulary - Part 5 Flashcards
to depart
Vertrekken
to miss
mis
delay
vertraging
to arrive
aankomen
differs
verschilt
to stop
ophouden
earlier
eerdier
I come 10 clock in the morning
ik kom 10 uur in de ochtend
(or)
ik kom 10 uur
Enough
Genoeg, Voldoende
To apply for a job
Soliciteren
To shop
Winkelen
to climb
klimmen
to depart
vertrekken
Evening drinks
do borrel
Mini pancakes
De poffertjes
Cafe / pub/ bar
Cafe
Place to acquire drugs
coffee shop
lost
Verliest
considerably
aanzienlijk
to free
vriezen
small gift
cadeautje
an year older
Jarig
birthday
Veerjardag
to become
worden
sometimes
soms, weleens
to borrrow
lenen
to call out / to shout
roepen
other info
overige gegevens
data / details
gegevens
youth department
jeugdafdeling
later
laater
longer
laanger
so
dus
Gardening
Tuineren
Drawing (like a hobby)
Tekenen, Schilderen
To erase
Wissen
To relax
Ontspannen
Area
Het gebied
The border
De grens
Open border area
Open grens gebied
Open border countries (Schengen area)
Open grens landen
The bottle
De fles
The box
De doos
The show
De voorstelling
De management
De directie
The face
Het Gezicht
The eye
het oog
The heart
Het hart
The hair
De haar
The nose
De neus
The mouth
de mond
The neck
De hals
The shoulder
De schouder
The elbow
De elleboog
The pulse
De pols
The hip
De heup
Tummy
De buik
Knee
De knie
Toe
De teen
Long intestine
De dike darm
Small intestine
De dunner darm
Appendicitis
De blinde darm
The kidneys
De nieren
The liver
De lever
The lungs
De longen
The nails
De nagels
The back
De rug
The body
Her lichaam
The brain
De brein