Thema 3 -> HC 7t/m9 + Pr 2 Flashcards
Wat vormen de somieten?
Dermatoom (onderhuids bindweefsel), myotoom (spierweefsel), sclerotoom (wervels)
Waarom is er een splitsing van de somieten?
Zodat het aanspannen van de spier ook echt voor beweging zorgt, het moet ten opzichte van elkaar bewegen.
Waar splitst de somiet?
Op de plek waar de zenuw uit het ruggenmerg komt, het myotoom splitst niet. Het caudale stuk is groter dan het craniale stuk, door samenvoeging is er resegmentation
Wat wordt het caudale deel van de gesplitste somiet?
Wervelboog (hebben uitsteeksel)
Wat wordt het craniale deel van de gesplitste somiet?
Wervellichaam
Wat wordt de chorda?
Geen nut meer, want steunfunctie overgenomen door gevormde wervels. Het wordt deel van de tussenwervelschijf als stootkussen.
Wat zijn de eerste gewervelde?
Vissen: kaaklozen, kraakbeenvissen, beenvissen (straalvinnigen en kwastvinnigen)
Vertebraten
Gewervelden: vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren
Kaakloze vis
Prikken, ze zijn parasieten, hebben een zuigmond waarmee ze zich aan een vis vasthechten. Deze hebben meer kieuwbogen, want ze vormen geen boven en onder kaak.
Kraakbeenvissen
Hebben wel een kaak, skelet is van kraakbeen en ze hebben geen kieuwdeksel en geen zwemblaas (dus vette lever)
Functie kieuwdeksel
Vers water met zuurstof langs de kieuwen laten gaan door de kieuwdeksel op en neer te bewegen, zo ontstaat waterstroming. Anders moeten de vissen continu zwemmen voor gaswisseling.
Zwemblaas
Zak die gevuld kan worden met gas om drijfvermogen te reguleren (bij primitievere verbinding tussen maagdarmkanaal en zwemblaas, bij hogere via de aders)
Beenvissen
Hebben een benig skelet, zwemblaas, schubben en operculum (kieuwdeksel)
Kieuwademhaling
Werkt met een tegenstroomprincipe, het water gaat de ene kant op en het bloed de andere, zodat diffusiegradiënt over hele vat.
Leverpoortader
Ader vanuit maagdarmstelsel naar de lever om het te filteren/ontgiften (bijv ammoniak)
Nierpoortadersysteem
Vissen, amfibieën, reptielen en vogels soms. Bloed uit achterste helft van lichaam nog een keer langs de nieren om afvalstoffen snel naar buiten te werken. Bij mens ook aangelegd (embryo), maar later verloren.
Waarom zebravis als proefdier?
Goedkoop, genoom overeenkomstig met mens, stoffen makkelijk uit water opnemen, transcriptie en translatie makkelijk aan te passen en snelle voortplanting
Functie nieren
Excretie/uitscheiden afvalstoffen (vooral voor landdieren), homeostase (=constant houden intern milieu) en endocriene functie
Osmoregulatie in zoet water
Omgeving is hypo-osmotisch, dus wateropname. Daarom moeten nieren water uitscheiden en zouten bewaren
Osmoregulatie zout water
Omgeving is hyper-tonisch, dus water uit lichaam. Daarom moeten nieren water vasthouden en zout uit te scheiden (rectaalklier)
Osmoregulatie land
Omgeving droog, zout en water zijn beperkt. Dus nieren moeten water en zouten vasthouden.
Excretie van stikstof in ..
Ammonia (voor dieren in aquatisch milieu), urinezuur (niet toxisch, veel tussenstappen) of ureum (minder energie)
Urogenitaalstelsel ontstaat uit het ..
intermediar mesoderm
Drie nephros ontwikkeling
Pronephros, mesonephros en metanephros
Concept nieren
Buizensysteem waarbij bloed wordt gefiltreerd en urine geproduceerd.
Rectaalklier bij zoutwatervissen
Zorgt voor zoutuitscheiding
Cloaca
Eén opening voor drie stelsels: darm, urine en voortplanting.
Nieren bij amnioten
Deze hebben tijdens de embryonale ontwikkeling de mesonephros en de definitieve nier wordt de metanephros met als afvoer voor de urine de ductus metanephricus (urineleider = ureter)
Herkomst nephronen
Uit de ureterknop, nephrogeen blasteem en de aorta
Verschillen morfologie bij de nieren
Van allemaal losse lobben tot helemaal glad, toenemende fusie van buiten naar binnen.
Unilobulair vs multilobulair
Aan de buitenkant glad (uni) vs nog lobjes aan de buitenkant (multi)
Unipapillair vs multipapillair
Eén papil (uni) vs losse papillen (multi)
Weg van urine afvoer
Nierbekken -> urineleider/ureter -> cloaca of blaas -> urethra/urinebuis
Blaas ontstaan
Uitstulping laatste deel darm (endoderm), om urine op te vangen voor dieren op land
Drie hormonen of genen voor geslachtsbepaling
SRY-gen -> aanwezig bij mannen
AMH -> aanwezig bij mannen (remt ductus paramesonephricus)
Testosteron -> aanwezig bij mannen (stimuleert ductus mesonephricus)
Testis, epididymis en ductus deferens
Teelbal, bijbal en zaadleider
Positie testes
In buikholte of scrotum/balzak (soms optrekken richting buikholte, want uitbereiding buikwand)
Lieskanaal
Kanaal, open verbinding tussen buikholte en scrotum (bij tweevoeters dicht, bij viervoeters open). Hierdoorheen lopen bloedvaten en zenuwen.
Wat doen accessoire geslachtsklieren?
Vocht toevoegen aan zaadcellen voor voeding en bescherming
Twee typen penissen
Fibro-elastisch: meer bindweefsel, dus al stevig. Maakt S-vormige bocht, tijdens erectie eruit.
Musculovasculair: meer ruimte voor bloed waardoor erectie ontstaat doordat zwellichamen gevuld worden met bloed
Ovarium, oviduct, uterus
Eierstok, eileider, baarmoeder
Vulva
Uitwendig zichtbare deel van het geslachtsapparaat: buitenste en binnenste schaamlippen en de clitoris
Belangrijkste verschillen oestrus en menstruele cyclus
Oestrus: niet altijd bereid tot paring
Menstruele cyclus: afstoting baarmoederslijmvlies
Vrouwelijke genitale tractus bij vogels
Alleen de linker komt tot ontwikkeling, rechter in regressie (mannen hebben wel twee testes)
Verschillende types baarmoeder/uterus
Verschillende maten van versmelting: uterus simplex, bicornis (twee hoornen) of duplex (twee cervixen).
Vestibulum
Gemeenschappelijke uitgang van urinair stelsel en vagina
Hilus renalis
In het midden van de mediale zijde van de nier. Hier gaan de ureter (urineleider), bloed- en lymfevaten en zenuwen de nier in.