Thema 2 -> HC 5&6 Flashcards
Waarom zijn er twee geslachten?
Voor veranderingen in het genoom zodat er kan worden aangepast aan de omgeving. En veel energie om zowel eicellen als spermacellen te produren.
Hemaphrodite (voordeel en nadeel)
Individu dat zowel eicellen als spermacellen kan maken. Vd: Alle individuen kunnen samen kinderen krijgen (handig als er weinig zijn of als traag). Nd: Kost veel energie
Asymetrischheid eicel en spermacel
- Van spermacellen worden er veel gemaakt en de zijn mobiel
- De eicel is groter zodat het voedsel bevat
(conflict tussen die twee eigenschappen/strategieën)
Potentieniveaus
Totipotent/omnipotent - pluripotent - multipotent - unipotent
Totipotent
Cel die nog alles kan worden (bijvoorbeeld zygoot)
Drie kiemlagen
Ectoderm, mesoderm en endoderm
Klievingsdelingen
Eerste delingen na de bevruchting van een eicel, waarbij het aantal cellen wel toeneemt maar het totaalvolume niet
Holoblastische klieving: isolecithaal of mesolecithaal
Delingen door de hele cel
- Isolecithaal: gelijk verdeelde dooier
- Mesolecithaal: ongelijk verdeelde dooier
Meroblastische klieving: telolecithaal of centrolecithaal
Incomplete delingen door de dooier
- Telolecithaal: dooier aan een kant
- Centrolecithaal: dooier in het midden
Brachyury
Bij expressie van brachyury differentiëren die cellen tot mesoderm
Ectoderm wordt ..
Zenuw, huid (epitheellaag), neurale lijstcellen
Mesoderm wordt ..
Bot, spieren, vetweefsel, bloedvaten, hart, nieren, ureter, kraakbeen, lymfevaten, bloedcellen
Endoderm wordt ..
Binnenkant van: maagdarmstelsel, longen, lever, blaas, pancreas
Amnion
Hierin zit vocht waar de embryo in groeit (bij dieren die op land leven -> amniota, geen water nodig). Het dient als stootkussen en tegen uitdroging.
Om de eicel zit een zona pellucida. Wat is dat?
Een beschermlaag van eiwitten, soort eischaal.
Om de eicel (en zona pellucida) zitten cumulus cellen. Wat zijn dat?
Deze zijn nodig om een competente eicel te worden. Er zitten cytoplasmatische bruggen tussen de cumuluscellen en de eicel voor communicatie.
Van zygote naar ..
Zygote - klievingsdelingen - morula - blastula (throphectoderm en ICM -> epiblast en hypoblast) - gastrulatie (drie kiemlagen) - neurolatie
Morfogenen
Voor eiwitten die nodig zijn voor differentiatie
Manieren van contact tussen cellen
Synaptisch, paracrien, autocrien, endocrien of direct contact
Wanneer is een cel competent?
Als het op bepaalde signalen voor differentiatie kan reageren. Dus juiste receptoren en signaalcascades bevatten.
Inductie
Ene structuur stuurt andere aan om iets te doen
Regeneratiecapaciteit
Vermogen om beschadigde delen van een organisme weer volledig te herstellen
Deuterostomia
Oermond wordt uiteindelijk de anus
Protostomia
Oermond wordt ook de uiteindelijke mond
Waarvoor is Hippo-signaling belangrijk?
Belangrijk voor ontwikkeling/onderscheidt tussen ICM en trophectoderm
Inner cel mass
Pluripotent: wordt later hypoblast.primitief endoderm (dooierzak) en epiblast (foetus)
Trophectoderm
Embryonale deel van de navelstreng en placenta, zorgt voor implanting in baarmoederwand
Gastrulatie bij mens
Begint bij posterior, van lateraal naar mediaal waarbij de primitiefstreek wordt gevormd. Bereidt zich uit naar anterior tot de primitief knop.
Chorda dorsalis
Chordamesoderm, zorgt eerst voor stevigheid en belangrijke rol bij het vormen van de neurale buis
Paraxiaal mesoderm
Vormt de somieten: dermatoom, myotoom, sclerotoom
Intermediar mesoderm
Vormt het urogenitaalstelsel (urinewegen, nieren & genitaal apparaat)
Lateraal mesoderm
Ventrale blad: splanchnische/viscerale blad
Dorsale blad: somatische/pariëtale blad
Vegetatieve en animale pool ei
Vegetatieve: veel dooiermateriaal & weinig deling
Animaal: weinig dooier & veel deling
Gastrulatie
Proces van gecoördineerde cel- en weefselbewegingen, cellen krijgen een nieuwe positie en het lichaamsplan wordt vastgesteld
Archenteron
Oerdarm
Vorming primitief streep
Begint aan de posteriore zijde, aan de anteriore zijde ontstaat uiteindelijk een primitieve knoop/Hensen’s node (vergelijkbaar met dorsale lip amfibie -> organiser)
Waarom invertebraten als proefdier?
Geen dierproefeisen, kortere levenscyclus, goedkoop, genoom lijkt op mens, sommige zijn doorzichtig.
Genen betrokken bij embryonale ontwikkeling
Hox-genen (transcriptiefactoren) en BMP-genen (inducerende factoren)
Waarom stamcellen gebruiken voor onderzoek?
Groeien snel en theoretisch kunnen ze nog alles worden (tenzij geen embryonale stamcel, maar bijvoorbeeld spierstamcel).