retoriek Flashcards
3 technische overtuigingsmiddelen
- ethos
- logos
- pathos
ethos
het creëren van een positieve karakterindruk met als doel het publiek voor zich te winnen
logos
het beargumenteren van de stelling met het doel het publiek te instrueren
pathos
het bespelen van emoties van het publiek met als doel het publiek mee te slepen en te ontroeren
anafoor
herhaling van dezelfde woorden aan begin van een zin
epifoor
herhaling van eenzelfde woord aan het einde van een zin
retorische vraag
vraag zonder antwoord/waar je geen antwoord op verwacht
tricolon
3 woorden/acties
antithese
tegenstelling
parallellisme
gelijkaardigheid van zinnen
alliteratie
beginrijm
assonatie
klinkerrijm
vb alliteratie
friend, faithful
vb assonatie
home to Rome
hyperbool
overdrijving
personificatie
menselijke eigenschappen geven aan voorwerpen/dieren
metoniem
niet letterlijk zeggen wat men bedoeld
opbouw van een betoog bestaat uit
- opening
- inleiding
- midden
- slot
opening - STAP 1
exordium
exordium
de aandacht trekken
inleiding STAP 2 + 3 + 4
STAP 2: narratio
STAP 3: propositio
STAP 4: dispositio
narratio
onderwerp situeren
propositio
standpunt uiten
dispositio
opbouw van argumenten schetsen
midden: STAP 5 + 6
- confirmatio
- refuratio
confirmatio
eigen argumenten aanvoeren -> eerst sterke argumenten, dan zwakke
refuratio
tegenargumenten weerleggen
slot: STAP 7 + 8
- STAP 7: recapitulatio
- STAP 8: affectus
recapitulatio
samenvatten
affectus
op het gemoed van toehoorders inspelen